Mijn gezondheid in balans / wereld MS dag

Maandag
Met een Sangria hoofd van de dag ervoor wandel ik om half tien bij Blom binnen, ‘mijn’ psycholoog.
Het is onze laatste afspraak vandaag.
Zal het best wel missen hoor: gewoon, die bevestiging dat ik het helemaal niet zo gek doe en bedenk.
‘Zolang je maar probeert de balans te vinden Narda’.
Doe voor mijn gevoel niet anders.
Heb al meer dan jaar het idee op een wiebelige evenwichtsbalk te balanceren.

Na Blom mag ik bijna direct door naar M. ‘mijn’ fysiotherapeut.
M. is al weken bezig om de dieper gelegen spieren naast mijn ruggengraat een beetje los te krijgen.
Dat lukt wel aardig alleen links onder het midden blijft het nog steeds spijkerhard. Maar zolang er nog steeds verbetering lijkt te zitten in de pijn en beweeglijkheid gaat ze met deze behandeling nog even door. We hebben het altijd wel gezellig samen. Leuke meid is het. Ben zo blij met wat ze voor me doet.

Na M. mag ik naar het volgend deurtje. Daar houdt S. praktijk, ‘mijn’ acupuncturist.
Kwam ze de eerste vier behandelingen niet verder dan mijn energie weer opladen, -ik loop schijnbaar steeds leeg- vandaag probeert ze het o.a. met een naald onder mijn rechterknie. Ze is heerlijk rustig.

Inmiddels is het al weer kwart over elf als ik de medisch fitnessruimte binnen kom.
Ook op dezelfde etage.
Het is er meestal lekker stil. Soms ben ik er zelfs helemaal alleen.
Na 12 minuten fietsen, 10 minuten roeien, 7 minuten wandelen op de band en al mijn oefeningen ben ik eindelijk klaar.

Nog even lekker douchen en dan loop ik om kwart voor 1 de deur uit.

Hoe het dan nu gaat na een dik jaar?
Zoveel beter.
Ik wandel makkelijker. Nog steeds niet snel, zeg maar langzaam, maar wel steeds vaker zonder pijn hoewel ik op moet letten dat ik geen rare beweging maak.
Het ziet er niet meer zo zielig / kreupel uit tenminste.

Heb nu wel wat lage rugpijn.
Gisternacht had ik zoveel pijn in mijn lijf (vanaf navel naar beneden) dat ik maar twee uurtjes geslapen heb.
Misschien de nawerkingen van de acupunctuur en / of de stevige massage.
Misschien te veel op 1 dag gedaan.
Ik had wat verhoging.
Maandag eigenlijk ook al:
‘Wat voel je warm op je rug’.
Voelde me echt niet lekker.
Ik melde me ziek.
Als ik dat namelijk niet zou doen, was ik duidelijk over mijn grens heen gegaan, en was ik misschien nog verder van huis straks.
Dat is een leerpuntje voor mij: balans.
Zelfs de bedrijfsarts zegt dat ik goed voor mezelf moet zorgen.
‘Geen 110% jij, 90%!!’
Daar heb je hem weer: balans.

Ik mag binnenkort gewoon weer mijn nachtdiensten gaan werken van haar.
Er is geen enkele medische reden waarom dat niet zou kunnen, ‘mits er gezond geroosterd wordt’.
Ik hoop maar dat mijn lijf dat aan kan.
Ben ik nu eindelijk een beetje op de goede weg, kan ik straks terug naar af.
Dat vertelde ik haar ook.
‘Jeetje Narda, Moet je kijken waar je vandaan komt, en hoe ver je bent gekomen!’

Maar er is gelukkig nog niemand die mij pusht.
Nog steeds is er evenveel geduld en begrip om me heen op het werk.
En ik heb het zo naar me zin daar.
Wil niet weg.

Bij het afscheid bedankte ik haar.
‘Het spijt me dat ik zo weinig voor je kan betekenen wat betreft de nachtdiensten’.
Het is echt een scheet van een mens.
‘Weet je L? Het had toch veel erger geweest als er geen enkele twijfel over zou bestaan dat ik ooit nog nachtdiensten zou mogen werken’.
Ik meende het vanuit de grond van mijn hart.
Daarna namen we maar heel snel afscheid.

Vandaag is het wereld MS dag.
MS is een hele vervelende ziekte, waarvoor ik ook nog even bang ben geweest. (Waarvoor niet?)
Was ik immers een paar weken/ maanden voor de ellende begon niet een keer of drie zomaar languit op de grond gevallen?

Reuma.
Ook zo’n rotziekte.
Was ik ook bang voor hoor.
Nu valt poli-artrose dan ook wel onder de grote noemer Reuma, en kun je daarvan ook gemene ontstekingen krijgen, maar ik bedoel nu RA.

Ach, zo zijn we wel meer van die rot ziekten die je de kop misschien niet gaan kosten, maar zo ontzettend veel leed veroorzaken.
Door pijn, door beperkingen. Onbegrip!
Onzichtbaar.
Zodat je het invalideplekje in de bus tram of metro niet eens durf in te nemen, als dat al vrij is.
Of je soms wel de kop gaan kosten uiteindelijk: ALS.

Vandaag wil ik even denken aan die mensen die niet zo
‘gelukkig’ zijn als mij.

Gezond zijn lijkt maar zo gewoon als je het bent.
Jongens:
Pluk de dag!

Advertenties

Kamperen in de jaren ’70 deel 5: een nieuwe vriendin!

In de weekenden was ik natuurlijk voornamelijk op ‘Camping Castricum’ in Heemskerk te vinden.
Inmiddels heet de camping trouwens al heel lang geen ‘Camping Castricum’ meer maar ‘Geversduin’.

Zat ik doordeweeks op school met Essie Erwt te flirten met de jongens, in de weekenden was ik gewoon nog aan het hoepelen en zo.
Mijn vriendinnetjes Ellen en Mariëlle waren namelijk net een jaartje jonger en zaten nog op de basisschool. Zij waren nog helemaal niet bezig met jongens.
Welnee!

Op een dag stelde Ellen mij voor aan Linda, een kennisje van haar.
Linda stond op het grote veld.
Ze hadden een grote groene bungalow tent. Op een dag zat ze daar gewoon voor. Op het gras. Ze droeg een lichtroze bodywarmer. In haar nek zat een kleine witte hamster.
Ik vond haar direct erg grappig.

Ellen bleek -hoewel aardig-toch wel een beetje tuttig te zijn. College schoenen met kwastjes, gestreepte poloshirtjes, tennisles, zo’n typetje. Haar bermuda’s hadden ruitjes.
-Had ze zelf zo uitgezocht, need I say more?-
Ze was nergens voor te porren. Tenminste, niet voor de zaken waar ik wel voor te porren was: flipperen, (lees: de flipperkast saboteren), de jongens in de kantine en de disco (waarover later meer).

Op een dag kwam Linda toevallig langs onze caravan.
Ik lag op een luchtbed de Tina te lezen of zo.
We kletsten wat.
Iets van ‘hè, sta jij hier, ik nu daar’ of zo.
Ze kwam gezellig bij me zitten.
Het klikte gewoon tussen ons.

‘Heb je misschien zin om mee te gaan, mijn poules lopen?’
Ik had geen flauw benul wat dat was. Ik haalde mijn schouders op.
‘Best.
Is het ver lopen?’
Het was die dag bloedheet weer.
‘Valt wel mee hoor.
Half uurtje’.

Nadat we de camping verlieten sloegen we rechtsaf.
Ik op mijn slippertjes, in de grijze Bermuda die de moeder .van Ellen voor me in elkaar geflanst had. (Yek!)
Eerst liepen we langs de patatoloog, richting Heemskerk.
Even later langs Slot Assemburg.
Jee. Wat was het warm.
Wat hadden we een dorst.
Niets bij ons natuurlijk.
‘Is het nog heel ver?’

We hadden zo’n ontzettende dorst dat we besloten ergens aan te bellen om water te vragen.
Was geen probleem.
‘Draai de buiten kraan maar open meiden.

En verder gingen we weer, door Beverwijk.
De Breestraat.
‘Nu zijn we er echt bijna’.
Eindelijk waren we bij haar huis in Velzen Noord.
Alleen nog even zes trappen op.
Maar ja, toen moesten we die poules natuurlijk nog lopen!
Ze had zo haar adresjes.
Bij alle mensen kreeg ze een gulden of zo.
Het viel me op hoe vrij ze was met de mensen.
Open.
Spontaan.
Gebbetjes.
We lachten wat af samen.

Vanaf die dag werden Lins en ik dikke vriendinnen.
-En ‘partners in crime’!-

Sterk spul, die Sangria!

Hoi pap,

Ik weet wel dat ik gezegd heb dat ik je met rust zou laten, maar dit moet ik gewoon even aan je kwijt:
Vandaag vierden we mam haar verjaardag.
Hier, bij ons in de tuin.
Het was prachtig weer pap, we hadden ons geen mooier weer kunnen wensen.
Mam had zelf een krabsalade gemaakt, je-weet-wel, die ene, altijd een groot succes.
Verder gingen we helemaal op de Spaanse toer: tapas!
Ja, daar hoorde natuurlijk ook Sangria bij. Mam wist het recept uit haar hoofd. Ik heb vier grote kannen gemaakt, je zusje F. vond het heerlijk -wat kan ze giechelen hè?!- De zussen van mam ook. en ook je broer F. en L. zijn vrouw genoten ervan.
Et moi!

De uitslag van tante Li. was niet goed pap, ze wordt woensdag geopereerd. Ik heb er verder niet over gepraat met haar, ik denk dat het soms beter/ fijner is om te lachen om onzin-dingen dan er over te praten. Een k#tziekte blijft het toch.
Hoe lang je er ook over praat.
Ik denk soms dat dood zwijgen soms maar het beste is.
Ik meen het.
Erover praten helpt geen reet,
Je kunt maar beter een beetje lol hebben.
Zo is het toch?!

Je broer J en zijn vrouw J. zijn al lekker met vakantie, dus die waren er niet.
Ze belden me vorige week nog even om een beetje bij te kletsen/ af te zeggen # lief!
Wel jammer dat ze er niet waren. Ook J&A konden niet, hun dochter vierde vandaag haar vrijgezellenfeest.
Je jongste zusje is net verhuisd. Terug naar Wormerveer. Jammer dat ze er niet was.
Ik vermoed dat het te moeilijk voor haar is.
Maar ik kan het mis hebben.
Ik zal haar van de week even een kaartje sturen. Ze heeft een nieuwe vriend.
Maar dat wist je al, toch?!

Je broer H was er gelukkig wel.
Jee pap. Da’s zo raar. Hij lijkt zoveel op jou.
Echt bijna eng.
Wat bracht hij een plezier met zich mee, en T. ook.

Mam ging vroeg weg pap.
Om vijf uur al.
Ik denk dat ze moe was.
Net belde ze nog.
Ze vond het zo leuk.
En ik had het zo knap gedaan, met al die lekkere hapjes.
We hebben afgesproken dat we samen nog een keer aan de Sangria gaan.
En dat ik hem dan wat sterker maak.
Hij was een beetje te slap volgens haar.
Doen we!

Jee pap, wat was je dichtbij vanmiddag.
Je broers.
Maar misschien was jij ook dichtbij voor hen.
Door mij.
Door Kyl.
Snap je het nog?

Wat hebben we gelachen.
Ik weet zeker dat je het leuk had gevonden als je het had gezien.
Je broer G en zijn vrouw E. ook, maar die zitten voor een paar maanden wer in Zweden.
Jammer.
Voor ons dan.

Nou, dat wou ik gewoon allemaal even zeggen.
Nou, ga maar gauw weer terug.
Naar waar je was.
-niet in je urn he?!-
Veel liefs en kusjes. Xxx

-ps1: sterk spul hè, die Sangria.
-ps 2: we hebben eindelijk je naambordje besteld hoor.
Sorry dat dat zo lang moest duren.
Ps3: zus wordt waarschijnlijk over een week of twee geopereerd.
Denk je dat ik heen moet?
Haar bij moet staan?
Ja hè ?!
X

Zorgen over, zorgen voor…

Woensdag
Om vier uur ben ik met de auto bij mam.
Op de achterbank staat het resultaat van een half uurtje Act.ion.
In de achterbak mijn boodschappen.
Naast me ligt een bos rode rozen.
Mijn vader gaf haar ieder jaar rode rozen op haar verjaardag.
Nu moest ik dat maar doen.
Ik zet ze binnen in de vaas.
Terwijl ik dat doe zie ik een doosje oxicodon op het richeltje liggen. Van wanneer?
Ik leg het doosje diclofenac opzij wat er boven op ligt.
‘Hé, wat zijn dat nou voor pillen Nar?
Die ken ik helemaal niet’.
Ze lijkt me niet te begrijpen als ik uitleg dat we die mee hadden op vakantie. ‘Voor je sleutelbeen weet je wel?’
Ze weet het niet meer.
‘Nou, ik lees de bijsluiter vanmiddag wel’.
RaaR.

‘We gaan eerst nog even langs de begraafplaats toch Narda?’
Ze kan er niet meer alleen heen.
Niet lopend.
Niet op de fiets.
Al is het best dichtbij.
‘Natuurlijk mam’.

Nadat ik even bij pap gekeken heb -hij staat er nog- ga er het bankje zitten.
Mam steekt een kaarsje aan weet ik.
Het is vredig hier. Ik ken de vele urnen grafjes inmiddels een beetje uit mijn hoofd.
Er is nog steeds niemand geweest die verantwoordelijk is voor het ene grafje. Het staat er nog even verlaten en vergeten bij. ‘Willen de rechthebbende zich aub bij de begraafplaatsbeheerderder melden?’
Om zo te eindigen.

Mam komt naast me zitten op het bankje en steekt een sigaret op.
‘Het is een rode roos heb je dat gezien?’
Ik doel op de roosjes die vlak voor pap zijn plekje voorzichtig uit de knopjes piepen.
Mam knikt.
Morgen zullen ze in volle bloei staan.
Morgen is ze jarig.

Thuis plant ik mam op de veranda en sommeer Kyl de terraskachel aan te steken en een shawl te zoeken voor zijn oma. Rem is al thuis en buigt zich over de kooltjes in de bbq.
Een uurtje later zitten we gezellig aan de zalmmootjes , gepofte aardappels en salade.
Mam eet haar hele moot op.
‘Zal ik voor zondag een krabsalade maken?’ vraagt ze. Ik ben verheugd.
Graag mam. Die vinden ze zo lekker altijd’.
Zondag vieren we haar verjaardag hier, bij ons thuis.
Net als vorig jaar voor pap.
‘Jij bent toch de 25-ste jarig’, zegt ze ineens even later.
‘Nee mam. 31 mei. Dan ben ik jarig’.
‘O ja, natuurlijk. Wat stom van me’.

Donderdag.
Na het werk maak ik snel Chili concarne. We moeten na het eten eerst nog stemmen voor we een borreltje bij mam gaan halen.
Zus is er ook. Morgen gaat ze weer weg. ‘Ik dacht-tuh dat mam haar verjaardag vandaag zou vieren?!’
-Tja. Dat krijg je ervan als je je berichtjes niet leest en je telefoon niet op neemt- ik zeg het niet, denk het wel.
Rem maait het gras en haalt mijn vaders fietsen uit de schuur. Op zijn sterfdag heeft mijn vader er beide kleinzoons 1 gegeven. ‘Die fietsen zijn voor jullie hoor!’ Zus wil er 1 voor neef bij haar thuis.

Zus verteld dat ze inmiddels bij de anesthesist is geweest.
Over een week of twee gaat ze geopereerd worden. Toch in Groningen. ‘Jij hebt al zoveel aan je hoofd Narda’.
Ik ben er blij om dat ze daar voor gekozen heeft.
‘Denk je nog om je wilsbeschikking?’. Het gaat natuurlijk vast goed, maar toch: haar schedel gaat open. Aan haar linkerzijde onder haar haar maken ze een luikje. Het aneurysma waar ze een clip op gaan zetten ligt precies in het midden van haar hoofd, maar dan iets naar voren, dichter bij haar voorhoofd zeg maar.
Ze is zenuwachtig.
Zou ik ook zijn.
Ben ik ook.
Mam ook.

Na twee roseetjes en pilsjes gaan we naar huis.
‘Dag zus’. Onze knuffel is nog harder dan normaal.
Niet bij nadenken.
Dag mam, tot zondag.

Thuis is Kyl allang de hort op.
Zijn vrienden zijn klaar met de examens en dat moet natuurlijk gevierd worden.

Om half twaalf word ik wakker van mijn mobiel die over gaat.
Het is een van de vrienden van Kyl.
‘Kunt u alstublieft komen? Hij is gevallen met zijn fiets en zijn kin ligt open’.
We spreken af op het Marktplein voor de AH.
Rem gaat gelukkig mee.

Twee vrienden houden Kyl tussen zich in. Hij zwalkt.
De derde loopt met zijn fiets.
Voor de eerste keer zie ik mijn zoon van 17 dronken.
-Zonen horen niet dronken te zijn.
Zonen horen het gras te maaien bij hun oma of huiswerk te maken-
Naar zijn kin kijken lukt niet, mag niet.
Ik geef hem een rolletje snelverband dat hij tegen de wond houdt als hij er aan denkt. Volgens mij valt het wel mee.
Na een uur lukt het eindelijk om Kyl mee krijgen op de achterbank.

Thuis wil hij weer niet naar bed.
Hij is boos en wil naar Zaandam. ‘Ik bennegniedlonken’.
Rem breng een soort van engelengeduld op maar ik word uiteindelijk razend.
‘En nou naar bed, begrepen!’
Het eindigt ermee dat Rem Kyl mee neemt naar buiten voor een blokje om, en ik alleen al vast naar bed ga.
Het is al een uur of half vier als de rust eindelijk is wedergekeerd.

Vrijdag
Om half zes gaat de wekker al weer. Vandaag heb ik ook nog eens een onervaren collega naast me, een studente geneeskunde.
Een invalkracht.
Ze is nog maar twee daagjes ingewerkt, en dat is te kort voor een dagdienst, ook al pikken die medisch studenten alles supersnel op.
Het is nog een typische vrijdag ook. Patiënten die zomaar zonder bellen voor je staan met bloedverlies, slechte communicatie met de poli waardoor we bijna de ene patiënt aanzien voor een andere (wees niet bang, alles wordt drie keer gecheckt), gewoon hartstikke druk, en natuurlijk ook nog gewoon de secretaresse werkzaamheden van de kraamafdeling die ik die eigenlijk die dag zou doen.

Thuis zit Kyl in de tuin.
De achterdeur sleutel is kwijt sinds vannacht; vanmorgen zat er een fiets sleutel in het slot.
Ik tik in het raam. ‘Hier komen jij!’
Beschaamd neemt hij plaats aan tafel.
‘Dit is echt niets voor mij mam. Het spijt me zo’.
We praten een half uur.
Dan laat ik hem de sleutel zoeken.
Het is ook niets voor hem.
Vergeleken met mij is hij – tot nu toe ?- zo’n beetje de meest ideale puber die je je wensen kan.
Vanavond moet hij verplicht een uur het internet op.
En hij heeft het hele weekend natuurlijk huisarrest.
‘Kun je me mooi helpen met de boodschappen, hapjes maken en schoonmaken!’
#datdanweerwel!

Naar het park. (oud gedichtje)

Ik liep het park in
mijn hoofd te vol met gedachten.

Even keek ik naar de honden
die speelden op het veld
Even luisterde ik naar de vogels,
die zo mooi zingen konden
en voelde ik de bomen
door hun bladeren dromen
Rook ik aan de bloemen
waar rond wat bijen zoemen.
Even stond ik op het gras

en toen besefte ik pas
weer
waar het eigenlijk om draaide
-zoals ik al verwachtte-