Vakantieperikelen

Dinsdag.
De zon schijnt eindelijk vandaag.
Om half acht spring ik mijn bed uit.
Mam en zus staan pas veel later op. Ontbijten doen ze niet beneden.
‘Vinden jullie het erg als ik morgenochtend even naar Torremolinos wandel. Ben ik rond half twaalf weer terug’.
Tja, als ik dan toch alleen ben!
Het was za-lig!
Bij terugkom zijn zus en mam net bij de zwembadbar.
Mam heeft haar eerste sherry-tje.
Ik moet er niet aan denken.
Na de lunch luieren we wat bij het zwembad tot een uur of vier. Daarna gaan we er toch nog even uit.

We besluiten naar het kleine haventje te lopen om daar een kan Sangria soldaat te maken met ons drietjes.
‘Ik wil alleen Sangria als er bubbels in zit’, zegt zus.
Die bij het zwembad vindt ze niet lekker.
Ik wel.
En hij valt nog bij onder het ‘All inclusive’ ook.
Kijk aan!
‘Joh, we kijken wel’.

Met mam aan mijn arm schuifelen we over de boulevard langs de vele koopwaar die op de grond ligt uitgestald.
Op een muurtje maakt een donker moeke met een giga tulband duizend en 1 vlechtjes bij een blond meisje in het haar.
Zus houdt ‘r van.

‘Het is hier wel volgebouwd nu hoor, vroeger keek je vanaf dit punt zo in zee’.
Mam wijst voor de zoveelste keer een terrasje aan waar ze zo gezellig heeft gezeten ‘toen’ met pap.

Gister waren we voor de tweede keer op het terras bij Pedro geweest. Daar hadden ze een paar keer voor langere periode een appartement gehuurd.
Gister waren we er met zus.
‘Zullen we samen een bord Calamares nemen, ik betaal?’ vroeg ik.
Zus heeft het niet zo breed.

Mam hoefde niets.
‘Nee hoor, dan lust ik vanavond bij het eten helemaal niets meer’.
Zus wilde geen half bordje calamares.
Zus wilde garnalen ‘pil pil’.
Liefst helemaal voor zichzelf.
‘Maar daar zitten er maar acht in hoor zus, dat is te weinig om samen te delen.
‘Ik wil garnalen Pil pil’.

‘Ik ga morgen naar het strand’, zegt zus.
Ik denk even na voor ik reageer.
Het strand is niets meer voor mam.
En echt een terrasje waar je met je voetjes in het zand kan zitten is er ook niet echt.
Of je moet het leuk vinden om tegen de achterkanten van windschermen aan te kijken.
‘Zal ik dan morgen bij mam blijven en jij overmorgen zodat ik ook een dagje naar het strand kan?
‘Hoezo? Jij kan morgen toch ook naar het strand?’
‘Ik ga wel gewoon mee hoor Narda, we zien wel’, bemiddeld mam.
Verdorie.

Bij café Metro nemen we plaats op een leeg terras aan een tafeltje in de zon.
De serveerster staat al naast ons.
Ja hoor, ze heeft Sangria.
Nee, niet ‘con gaz’.
Met witte wijn of rode wijn.
‘Met Sampan-je?!’
Dat is zus.
Ja, die heeft ze wel, zie ik.
Met haar nagel tikt de serveerster op de prijs.
Dacht het even niet zus.

‘Ik neem gewoon de witte wijn versie’.
Paniek alom.
‘We zouden toch een kan nemen?’
Arme mam.
‘Zus wil alleen Sangria als er bubbels in zitten, en die hebben ze niet, dus neem ik gewoon lekker een glas’.
Mam is verdrietig.
Zus is boos dat ik geen Sangria met champagne heb besteld.
‘Betaal jij die dan zus?’
Zus staat zo boos op dat de stoel bijna om valt.
‘Ik ga nu naar huis hoor! Ik ga zo weg’.
Woedend kijkt ze me aan.
Ik ben er niet meer gevoelig voor. Haar driftbuien maken steeds minder indruk op me.
‘Nee hè? dat dacht ik al’.

‘Toe zus, ga nou alsjeblieft weer zitten’.
Mam kan er niet tegen.
Maar ik vertik het om mam een fles champagne te laten kopen.
O nee.
En als ik het al niet voor mezelf zou doen, die ik het ook niet voor haar.

Dan lopen we weer langzaam terug richting de zwembadbar.
Zus gaat alvast vooruit.
Ze moet zo nodig.
Mam vindt het wel weer tijd voor een sherry’tje.
De zoveelste alweer vandaag.
Eerder vandaag heeft ze er ongemerkt al een stuk of wat op.
Je merkt niet zo veel aan haar.
Ze blijft altijd een dame.
Zus neemt een portje.
Ik nog een sangria’tje.
Synchroon steken ze er weer een op.
Zus rookt 1 op 3 weet ik inmiddels.
Opeens kan ik er niet meer tegen om toe te moeten kijken hoe ze hun toch al zo kwetsbare gezondheid radicaal om zeep helpen.
Ik zie alleen longkanker, een aneurysma, geen gezelligheid.
‘Ik ga lekker even in bad hoor, hoe laat willen jullie eten?’

Als ik precies om acht uur terug kom hebben ze net weer de glaasjes vol.
De bar zelf is zojuist gesloten.
‘Nog even 1 sigaretje hoor!’

‘Prima, ga ik alvast wel een tafeltje voor ons zoeken mam’.