Pleisters op de wonden. Met een zilveren randje.

Zeiknat kom ik aan bij mam.
‘Dat wordt niets met fietsen straks hoor’, stel ik haar maar vast gerust. We zouden even naar de begraafplaats fietsen, zij op de mijne en ik op de hare. Gewoon even kijken of het op mijn lichte fiets in de eerste versnelling nog wel zou gaan.

‘Koffie?’
Terwijl ik de boodschappentas uitpak en haar medicijnen opruim zet mam een bakkie.
‘Heb je nog aan die pleisters gedacht?’
Dat heb ik zowaar.

Als we zitten kijkt mam me trots aan.
‘Nou, ik heb het haar gezegd hoor!’
Ik schiet in de lach om haar voldane blik.
‘Wat mam?’
Even later verteld ze hoe het ook haar uiteindelijk in het verkeerde keelgat was geschoten toen zus haar bed om vier uur nog niet wilde uitkomen om even boodschappen voor haar te doen. ‘Moet ik dan echt je zusje vragen om hier heen te komen?’
‘Ik ben moe ja!’, had zus woedend vanuit haar bed geschreeuwd.

‘Ik werd toen ZOOO boos Nar!’
Weer schiet ik in de lach.
Mijn moeder en boos.
‘Uiteindelijk heeft je zus niet alleen de boodschappen gedaan, maar ook nog in de tuin gewerkt en gekookt’.
‘Mooi zo mam’.
Samen gniffelen we een beetje.
En toch was het wel een fijne vakantie besluiten we unaniem.
Ondanks de vele spanningen.

‘O ja, en ze heeft een pakketje voor je achter gelaten’.
Ik pak het open.
Het zijn twee t- shirts van de Zeem(-an!).
Het is geen fijne stof.
1 zelfs in cyclaamroze.
Jek.
Er zitten ook twee lange veren in van 1,35 per stuk.
‘Wat moet ik daar nou mee, ik ben klukluk niet. Wil jij ze mam?’
‘Denk je dat ik daarmee in mijn haar ga lopen?’
‘Anders pakken we ze wel voor haar in met kerst of zo’.
Mam vindt dat een best plan.

‘Wil je die pleister nog even op mijn teentje plakken voor je gaat?’
Mam heeft al de hele vakantie last van een likdoorn op haar linkervoet.
-en dat ik daar natuurlijk iedere dag wel een keer of vijf per ongeluk op stond, cq tegenaan stootte maakte de zaak er natuurlijk niet veel beter op-
Natuurlijk heb ik de verkeerde pleisters gekocht.
Ze zijn behoorlijk op de groei zeg maar.
Na wat knip- en plakwerk zit hij om de likdoorn heen.
‘Je moest ook niet deze kopen, ik moet gewone likdoorn pleisters hebben’.
Weet ik veel.
Ik heb in mijn leven nog nooit een likdoorn gezien.
Laat staan likdoornpleisters.
‘Kyl komt morgen toch je gras maaien, zal ik vragen of hij andere haalt?’
Ik heb totaal geen zin om nog een keer naar de drogist te gaan.
‘Nou, na al dat getrap van jou afgelopen week kan dat ene dagje er ook nog wel bij’, lacht mam.

Op de terugweg schiet ik even binnen bij de In-tercity. Het licht gele t-shirt hebben ze gelukkig nog.
Het lichtblauwe niet.
Wel een mouwloos lichtblauw hemdje, afgezet met kraaltjes.
Veel mooier eigenlijk, met dat zilveren randje.

Thuis maak ik er een foto van voor zus, en stuur het in een sms.
‘Die twee shirts van de Zeem mag je dan zelf houden hoor!
Vond je de foto’s nog leuk?
x-jzusje’

Advertenties

Thuis

Drie uur ’s nachts.

Bram staat al achter de deur als ik binnen kom.
‘Hij heeft je zo gemist’.
Verlegen strijkt hij zijn ondeugende rode kater-kopje langs mijn been.
De tafel staat.
De lamp erboven brandt.
-Nog steeds met stof-
Ik ben zo thuis als thuis ook maar zou kunnen zijn.

‘Rosé Nar?’
Rem pakt twee glazen uit de kast.
Onze glazen.
Onze kast.
‘Proost schat’.
Ik ben behoorlijk hard toe aan een borrel, trek mijn gympen uit en leg mijn voeten onder tafel op zijn schoot.

Rem begrijpt als ik vertel.
‘Het is ook niet niets Nar’.
Hij is trots op me.
Hij had al veel eerder zijn geduld met zus verloren.

‘Ze is in haar hoofd een kind van vijftien’, zei mam eerder vandaag.
Zus ‘moest’ nl. weer ‘even alleen zijn’.
Elkaar aflossen zodat we allebei om de beurt even op het strand konden zonnen was geen optie voor haar.
‘Mam vindt het goed hoor als ik ga’.
Waar ik me mee bemoeide?
Tranen in haar ogen van kwaadheid.
De zoveelste tranen van kwaadheid.
‘Maar denk je dat ik dan geen behoeften heb?
Of mam?
Voor haar is dit terrasje veel gezelliger toch?!’
Boos beende zus weg in haar zeemlederen minirokje. De zwarte en paarse dreadlocks zwiepten van links naar rechts.

Waarschijnlijk op zoek naar de straatzanger waar ze even daarvoor mee had staan tongzoenen in het winkelstraatje.
‘Hij pakte zomaar mijn hand hier op terras en nam me mee’.
Ze lachte.
Ze vond het super.
Ik weerzinwekkend.

‘Ga jij anders ook maar lekker even het strand op hoor kind’.
Een half uurtje dan, vooruit.
Langer wilde ik mam niet alleen laten.
Deze vakantie is voor haar!

‘Het doet gewoon zo’n pijn mam’.
Met een zakdoekje veegde ik even later de tranen weg die onder mijn zonnebril door glipten.
Ik huil nooit.
En zeker nooit op een vol terras.
Ik wilde niet huilen.
Dit moest een leuke vakantie zijn.
‘In haar hoofd is ze maar een kind, ze weet niet beter, ik had het niet anders verwacht, echt niet’.

Om vier uur gingen we kijken of we haar konden vinden.
Stel je voor dat ze met die gekke zanger de hort op was.
We moesten om half acht klaar staan voor de bus die ons naar het vliegveld brengt.

Bij de eerste zandsculptuur-hippie die we passeerden zei mam: ‘Gelukkig, die kunnen we alvast afstrepen’.
Zus gaf hem gister nog twee euro fooi.
Hij kreeg daarmee meer van haar dan wij samen.
We schoten samen in de lach.

Zus lag gelukkig gewoon waar ze zei dat ze zou liggen.
Nadat mam en ik samen weer wat hadden gedronken liep ik naar haar toe.
‘Mam zit op het terras hoor’.
Daarna ging ik precies op het plekje liggen waar mam mij tussen de rijen windschermen nog net kon zien.
Ze zat helemaal alleen op het lege ongezellige terras.
Zus bleef liggen waar ze lag.
Geen enkele aanstalten.
Na een kwartiertje op mijn buik gelegen te hebben ging ik maar weer bij mam zitten.
‘Ik ben toch geen blok aan je been hè kind?’
‘Nooit mam, dat mag je nooit denken hoor’.
Verdorie.

Rem loopt naar de keuken.
‘Jij ook nog een glaasje?’
Hij schenkt al in.
‘Ik weet wel dat het komt door haar herseninfarct maar het is zo verdomd moeilijk’.

Rem begrijpt het.
Heeft het gezien van dichtbij.
De driftbuien.
Haar ogen vol vuur.
Het kinderlijk egoïsme.

Uiteindelijk had ik mijn geduld met haar verloren op het vliegveld, tot groot verdriet van mam.
‘Toe meiden, hou alsjeblieft op’.
Ik heb nu zo’n spijt van mijn uitval.

‘Ik vindt dat je het heel knap gedaan hebt Nar, je hoeft jezelf echt niets te verwijten’.

Natuurlijk waren er ook leuke dingen.
Leuke momenten.
Met mam.
En leuke mensen.
Ik vertel over de Vlaamse schrijver Peter, die ik heel graag beter had leren kennen, de gezellige groep gepensioneerde Engelsen, en over Alan en Claire, de geëmigreerde Schotten waarmee ik de laatste avond zo gezellig mee ben opgetrokken.

Dan kijken we snel nog even de 300 zoveel foto’s.
Er zitten hele mooie foto’s van mam tussen.
De lange rok van Diesel staat haar geweldig.

De vraag die zus me in de auto stelde blijft door mijn hoofd spelen:
‘Wil je mij straks die foto even sturen van die zanger?’

Tja.
Misschien is het zelfs wel maar negen.
En met negen jaar
weet je gewoon niet beter.

Vakantieperikelen

Dinsdag.
De zon schijnt eindelijk vandaag.
Om half acht spring ik mijn bed uit.
Mam en zus staan pas veel later op. Ontbijten doen ze niet beneden.
‘Vinden jullie het erg als ik morgenochtend even naar Torremolinos wandel. Ben ik rond half twaalf weer terug’.
Tja, als ik dan toch alleen ben!
Het was za-lig!
Bij terugkom zijn zus en mam net bij de zwembadbar.
Mam heeft haar eerste sherry-tje.
Ik moet er niet aan denken.
Na de lunch luieren we wat bij het zwembad tot een uur of vier. Daarna gaan we er toch nog even uit.

We besluiten naar het kleine haventje te lopen om daar een kan Sangria soldaat te maken met ons drietjes.
‘Ik wil alleen Sangria als er bubbels in zit’, zegt zus.
Die bij het zwembad vindt ze niet lekker.
Ik wel.
En hij valt nog bij onder het ‘All inclusive’ ook.
Kijk aan!
‘Joh, we kijken wel’.

Met mam aan mijn arm schuifelen we over de boulevard langs de vele koopwaar die op de grond ligt uitgestald.
Op een muurtje maakt een donker moeke met een giga tulband duizend en 1 vlechtjes bij een blond meisje in het haar.
Zus houdt ‘r van.

‘Het is hier wel volgebouwd nu hoor, vroeger keek je vanaf dit punt zo in zee’.
Mam wijst voor de zoveelste keer een terrasje aan waar ze zo gezellig heeft gezeten ‘toen’ met pap.

Gister waren we voor de tweede keer op het terras bij Pedro geweest. Daar hadden ze een paar keer voor langere periode een appartement gehuurd.
Gister waren we er met zus.
‘Zullen we samen een bord Calamares nemen, ik betaal?’ vroeg ik.
Zus heeft het niet zo breed.

Mam hoefde niets.
‘Nee hoor, dan lust ik vanavond bij het eten helemaal niets meer’.
Zus wilde geen half bordje calamares.
Zus wilde garnalen ‘pil pil’.
Liefst helemaal voor zichzelf.
‘Maar daar zitten er maar acht in hoor zus, dat is te weinig om samen te delen.
‘Ik wil garnalen Pil pil’.

‘Ik ga morgen naar het strand’, zegt zus.
Ik denk even na voor ik reageer.
Het strand is niets meer voor mam.
En echt een terrasje waar je met je voetjes in het zand kan zitten is er ook niet echt.
Of je moet het leuk vinden om tegen de achterkanten van windschermen aan te kijken.
‘Zal ik dan morgen bij mam blijven en jij overmorgen zodat ik ook een dagje naar het strand kan?
‘Hoezo? Jij kan morgen toch ook naar het strand?’
‘Ik ga wel gewoon mee hoor Narda, we zien wel’, bemiddeld mam.
Verdorie.

Bij café Metro nemen we plaats op een leeg terras aan een tafeltje in de zon.
De serveerster staat al naast ons.
Ja hoor, ze heeft Sangria.
Nee, niet ‘con gaz’.
Met witte wijn of rode wijn.
‘Met Sampan-je?!’
Dat is zus.
Ja, die heeft ze wel, zie ik.
Met haar nagel tikt de serveerster op de prijs.
Dacht het even niet zus.

‘Ik neem gewoon de witte wijn versie’.
Paniek alom.
‘We zouden toch een kan nemen?’
Arme mam.
‘Zus wil alleen Sangria als er bubbels in zitten, en die hebben ze niet, dus neem ik gewoon lekker een glas’.
Mam is verdrietig.
Zus is boos dat ik geen Sangria met champagne heb besteld.
‘Betaal jij die dan zus?’
Zus staat zo boos op dat de stoel bijna om valt.
‘Ik ga nu naar huis hoor! Ik ga zo weg’.
Woedend kijkt ze me aan.
Ik ben er niet meer gevoelig voor. Haar driftbuien maken steeds minder indruk op me.
‘Nee hè? dat dacht ik al’.

‘Toe zus, ga nou alsjeblieft weer zitten’.
Mam kan er niet tegen.
Maar ik vertik het om mam een fles champagne te laten kopen.
O nee.
En als ik het al niet voor mezelf zou doen, die ik het ook niet voor haar.

Dan lopen we weer langzaam terug richting de zwembadbar.
Zus gaat alvast vooruit.
Ze moet zo nodig.
Mam vindt het wel weer tijd voor een sherry’tje.
De zoveelste alweer vandaag.
Eerder vandaag heeft ze er ongemerkt al een stuk of wat op.
Je merkt niet zo veel aan haar.
Ze blijft altijd een dame.
Zus neemt een portje.
Ik nog een sangria’tje.
Synchroon steken ze er weer een op.
Zus rookt 1 op 3 weet ik inmiddels.
Opeens kan ik er niet meer tegen om toe te moeten kijken hoe ze hun toch al zo kwetsbare gezondheid radicaal om zeep helpen.
Ik zie alleen longkanker, een aneurysma, geen gezelligheid.
‘Ik ga lekker even in bad hoor, hoe laat willen jullie eten?’

Als ik precies om acht uur terug kom hebben ze net weer de glaasjes vol.
De bar zelf is zojuist gesloten.
‘Nog even 1 sigaretje hoor!’

‘Prima, ga ik alvast wel een tafeltje voor ons zoeken mam’.

Paaskronkels op Goede Vrijdag: hoe het nou eigenlijk zit met die haas en dat ei

Het is vandaag Goede Vrijdag.
Ach, het Geloof.
Ik heb er niets mee.
Niets met het Christendom, Jodendom, Islam of met welk ander geloof dan ook.
Maar goed, ieder zijn ding natuurlijk, en zolang je niemand daarbij kwaad doet?
Een geloof stimuleert natuurlijk wel groeps-vorming, wat op zich weer garant staat voor conflicten met andere groepen, zo zit de menselijke natuur in elkaar als je het mij vraagt. Mensen zoeken veiligheid, geborgenheid, ze willen ergens bij horen. Onze groep is goed, de andere groep is fout. Mijn schoolbijbel stond vol met dit soort voorbeelden van indoctrinatie.
En wat is het gevolg?

Waar of wat ik dan wel geloof?
Ik geloof dat energie de bron is van alles.
Yin Yang, zwaartekracht, aantrekkingskracht, en vooral de energie die liefde voortbrengt.
Energie kun je opwekken door beweging. Maar ook met je gedachten, of gewoon een mantra. Daarom is het volgens mij belangrijk om positief proberen te denken.
Gebeden zijn eigenlijk ook een soort van mantra’s. Samen bidden kan mensen natuurlijk troost geven. Ook in je eentje kan het uitspreken van je gedachten -bidden, als je het zo wilt noemen- je veel goed doen. Maar dat komt dan volgens mij door de energie die je zelf daarmee in beweging brengt, en niet door e.o.a. god.
Rituelen zijn een manier om je gedachten te kunnen concentreren op iets, en nooit een doel op zich.

Wat zijn er trouwens veel goden en godinnen. Ik zie ze niet als wezens, maar als karaktereigenschappen die in ieder van ons gewoon aanwezig zijn. Door deze godinnen in gedachten aan te roepen kun je dus de eigenschappen die je op dat moment nodig hebt in jezelf naar boven halen.
Zoiets denk ik.
Er zijn goden en godinnen voor van alles en nog wat.
Altijd handig, gewoon even googelen.

Waar geloof ik nog meer wel in?
De kracht van edelstenen, jazeker.
En de vibraties van de verschillende kleuren natuurlijk.
In kruiden, acupunctuur, astrologie. Daar heb ik het laatst al over gehad. Ook weer die energie hè!? Alleen al de maan. Wist je dat sommige boeren rekening houden met de maanstanden? Dat is ook logisch, want de stand van het grondwater wordt beïnvloed door de maanstanden.
En wanneer vieren we Pasen?
Pasen valt altijd op de zondag en maandag na de eerste volle maan in de lente, dus de eerste volle maan na 21 maart.
En dus niet op de dag waarop Jezus herrezen is. Dat hebben ze er later van gemaakt.

De naam Pasen komt gewoon van de godin Easter. Ze was de godin van het voorjaar en van de herrijzende natuur. Een andere naam van deze godin is Ostara. In het Duits is het woord voor Pasen ‘Ostern’.

Easter, of Ostern werd al gevierd ver voordat Jezus ook maar gekruisigd werd. We vierden dus in eerste instantie allemaal de wederopstanding van de natuur voor het geloof zich ermee ging bemoeien.

Hoe dat dan met die eieren zit?
In vroeger tijden legden de kippen geen eieren in de winter omdat het daar simpelweg niet lang genoeg licht voor was.
Als de kippen weer gingen leggen moest er eerst gezocht worden naar de nieuwe legplekjes, want kippen zoeken graag hun eigen favoriete plekje uit om te gaan broeden.
Eieren zijn natuurlijk ook het symbool van vruchtbaarheid. Misschien waren ze wel een offer.
Door het kleuren van de eieren gaf men er gewoon een beetje extra energie aan door middel van de kracht van de verschillende vibraties die kleuren geven.
-Best lekker hoor, eitjes schilderen. Verstand op nul, erg ‘Mindful’-, en gewoon ook een simpel ritueel.

En de Paashaas?
Nou, dat heb ik ook even opgezocht:
De haas, een zeer vruchtbaar dier, was gewoon aan godin Easter gewijd.
En waarom hij nou met dat mandje eieren rond zeult?
Een oud hazeleger was natuurlijk heel erg geschikt voor de kip om haar eitjes in te leggen. Het leek dus gewoon alsof de haas wat eitjes had gelegd.
Wisten zij veel!
Ja, daar geloof ik heilig in.

Misschien toch maar even een choco Paashaasje kopen om te offeren.
Aan de Easter in mezelf.
Een beetje vernieuwing en groei kan immers nooit kwaad;-)

Wat en hoe jij het ook gaat vieren: Ik wens je vast hele fijne Paasdagen!

Nieuws naar mijn hart, blauwe missers, en uit -gekampeerd,

Vrijdag.
‘Hallo met Narda’.
Zijn voornaam en zijn achternaam worden na een volle tel stilte aangevuld met het woord ‘huisarts’. Alsof ik dat ooit nog zou kunnen vergeten.

‘U wilt natuurlijk eerst Kylian zelf spreken, moment hoor, dan loop ik even naar boven, maar heeft u straks ook nog even voor mij?’
Kyl ligt met zijn oordoppen in ‘op zijn pubers’ op bed. ‘De dokter voor je’.
Vanaf het voeteneinde volg ik het gesprek. ‘Nou, gelukkig maar’. Kyl lacht er een beetje bij. Dr. Spruitje gaat nog even door met zijn uitleg. Af en toe onderbroken met een ‘ja’ in bas of een iets hoger ‘Nou, gelukkig dan maar’ van mijn zoon.
Er komt geen end aan.

‘Hier mam, dokter wil jou ook nog even spreken’.
Hèhè.
Met veel enthousiasme doet hij voor de tweede keer zijn uitgebreide verslag. Hij vindt het volgens mij echt leuk dat hij voor de verandering eens geen doemscenario’s met me hoeft door te nemen.
Ik wentel mij tevreden in al zijn goede nieuws.

Om het nog een beetje te rekken gooi ik af en toe een paar
(achterlijke) vragen door mijn ‘nou, gelukkig maar’s’ heen als: ‘En veel cola dokter? Zouden die hartkloppingen daar misschien van kunnen komen?’
-Over vier donuts, 3 rollen italiano’s, 1 zak chips, en zes gevulde koeken op 1 dag nog maar niet eens gesproken?-
Hij gaat er gretig op in.
Als we het ‘ja inderdaad, hij heeft ook heel wat voor zijn kiezen gehad’ gedeelte uiteindelijk ook hebben afgesloten gaan we weer over tot de orde van de dag.

‘Mijn moeder vertelde dat u van de week weer even langs was geweest. Wat tof fijn dat u dat af en toe do-oet’.
Spook springt tijdens mijn laatste woordje op mijn schoot en gaat met zijn kont zowat op mijn neus liggen.
Ik probeer hem weg te duwen.
Makkelijker gezegd dan gedaan.
Omdraaien lukt nog net.
Nu likt hij mij neus terwijl hij in zwijm zijn nagels in mijn linker borst boort.
Hij doet het er om.
‘Ja, ze vertelde dat jullie binnenkort op vakantie gaan. Gaat je man ook mee?’ Ik vertel dat ik alleen met mam en zus ga. In de tel stilte die volgt ziet hij volgens mij het hele tafereel al voor zijn geestesoog verschijnen.
‘Zal ik die twee brieven om mee te nemen van de week even bij de praktijk langs halen?’
Het zijn er drie, zegt de dokter.
1 voor de morfine
1 voor de nikkelen plaat die op haar sleutelbeen geschroefd zit en 1 brief in het engels waarin hij haar medische gegevens heeft samengevat.
‘Ik gooi ze zo zelf wel even bij haar in de bus. Ik wens je vast een hele fijne vakantie Narda. Geniet er van.’
‘Jij ook een fijn weekend Hu ……doc !
Je.
Jij.

‘Wat zei dokter allemaal mam!’
‘Dat je niet zoveel cola moet drinken Kyl’.
Spook heeft er dorst van gekregen.
Ik trouwens ook.
‘Doe de kraan nou even voor hem open mam, dat arme beest’

Zaterdag.
Koffie.
‘Mam, weet je zeker dat je mee wilt?’
Ze wil namelijk niet mee.
Dat weet ik zeker.
En ik wil haar niet mee.
-Wil niet geconfronteerd worden met ook nog eens haar verdriet-
Ze zou alleen enorm in de weg lopen.
Bovendien voel ik me vandaag paniekerig. -Zou dat iets met die fles rosé te maken kunnen hebben die ik gister achterover heb geslagen om het goede hartnieuws van Kyl te vieren?- Ik heb liever dat Rem met mij met de auto gaat ipv met de motor.
‘Maar voor jou is het ook zo moeilijk kind’.
‘Blijf jij nou maar lekker thuis mam. Weet je wat? Haal jij maar een lekker harinkje voor ons straks’.

Daar staat hij.
De caravan.
Zonder overleg stap ik naar binnen en begin van achter naar voren te werken.
Emoties op ‘uit’.
Rem sorteert buiten en legt wat van mij mee moet in de auto.
In samenwerken zijn we een onovertroffen team.
Altijd geweest.

Vier uurtjes later is de klus plat en zitten achter de haring met uitjes aan tafel.
Nu is alles gedaan.
De laatste klus.
O nee, wacht!
Er is post.
‘Op de kast Rem’.
Blauwe post.
Na alle telefoontjes van de afgelopen weken en evenveel excuses en gouden beloften, geeft Rem de moed op.
Het is weer een zelfde brief met het verzoek of mijn vader die even wil tekenen.
-Mijn vader is DO-HOOD!!-
Daarna is het heus in orde, beloofd de brief.
Goed dan.
‘Waar ligt die handtekening van Klaas schone moeder?’
Mijn vader heeft er een paar achter gelaten op het blok waarin ik zijn euthanasie wens geschreven heb.
Vaag zie ik daarvan nog doorgedrukte letters.
Eroverheen een stuk of vijf handtekeningen van pap.
Een oefening voor hij zijn laatste wens ging bekrachtigen?
Doelbewust, voor je weet maar nooit?
‘In de vierde la’ roepen mam en ik in koor.

Zondag.
Huishouden.
Boodschappen
Mam komt eten.
Ik slaap zowat niet van de zeurpijn.
Dat soort dingen.

Maandag, dinsdag, en woensdag een dagdienst.
Half zeven zit ik al in de trein.
Om 17:15 kom ik weer thuis.
Ik sleep me er door heen.
De volle drie keer acht uur.
Werken is leuk.
Heel leuk.
Maar eenmaal thuis is het accuutje leeg tot nagenoeg op de laatste drup.

Zelfs voor schrijven was ik gewoon heel even te moe.