Pleisters op de wonden. Met een zilveren randje.

Zeiknat kom ik aan bij mam.
‘Dat wordt niets met fietsen straks hoor’, stel ik haar maar vast gerust. We zouden even naar de begraafplaats fietsen, zij op de mijne en ik op de hare. Gewoon even kijken of het op mijn lichte fiets in de eerste versnelling nog wel zou gaan.

‘Koffie?’
Terwijl ik de boodschappentas uitpak en haar medicijnen opruim zet mam een bakkie.
‘Heb je nog aan die pleisters gedacht?’
Dat heb ik zowaar.

Als we zitten kijkt mam me trots aan.
‘Nou, ik heb het haar gezegd hoor!’
Ik schiet in de lach om haar voldane blik.
‘Wat mam?’
Even later verteld ze hoe het ook haar uiteindelijk in het verkeerde keelgat was geschoten toen zus haar bed om vier uur nog niet wilde uitkomen om even boodschappen voor haar te doen. ‘Moet ik dan echt je zusje vragen om hier heen te komen?’
‘Ik ben moe ja!’, had zus woedend vanuit haar bed geschreeuwd.

‘Ik werd toen ZOOO boos Nar!’
Weer schiet ik in de lach.
Mijn moeder en boos.
‘Uiteindelijk heeft je zus niet alleen de boodschappen gedaan, maar ook nog in de tuin gewerkt en gekookt’.
‘Mooi zo mam’.
Samen gniffelen we een beetje.
En toch was het wel een fijne vakantie besluiten we unaniem.
Ondanks de vele spanningen.

‘O ja, en ze heeft een pakketje voor je achter gelaten’.
Ik pak het open.
Het zijn twee t- shirts van de Zeem(-an!).
Het is geen fijne stof.
1 zelfs in cyclaamroze.
Jek.
Er zitten ook twee lange veren in van 1,35 per stuk.
‘Wat moet ik daar nou mee, ik ben klukluk niet. Wil jij ze mam?’
‘Denk je dat ik daarmee in mijn haar ga lopen?’
‘Anders pakken we ze wel voor haar in met kerst of zo’.
Mam vindt dat een best plan.

‘Wil je die pleister nog even op mijn teentje plakken voor je gaat?’
Mam heeft al de hele vakantie last van een likdoorn op haar linkervoet.
-en dat ik daar natuurlijk iedere dag wel een keer of vijf per ongeluk op stond, cq tegenaan stootte maakte de zaak er natuurlijk niet veel beter op-
Natuurlijk heb ik de verkeerde pleisters gekocht.
Ze zijn behoorlijk op de groei zeg maar.
Na wat knip- en plakwerk zit hij om de likdoorn heen.
‘Je moest ook niet deze kopen, ik moet gewone likdoorn pleisters hebben’.
Weet ik veel.
Ik heb in mijn leven nog nooit een likdoorn gezien.
Laat staan likdoornpleisters.
‘Kyl komt morgen toch je gras maaien, zal ik vragen of hij andere haalt?’
Ik heb totaal geen zin om nog een keer naar de drogist te gaan.
‘Nou, na al dat getrap van jou afgelopen week kan dat ene dagje er ook nog wel bij’, lacht mam.

Op de terugweg schiet ik even binnen bij de In-tercity. Het licht gele t-shirt hebben ze gelukkig nog.
Het lichtblauwe niet.
Wel een mouwloos lichtblauw hemdje, afgezet met kraaltjes.
Veel mooier eigenlijk, met dat zilveren randje.

Thuis maak ik er een foto van voor zus, en stuur het in een sms.
‘Die twee shirts van de Zeem mag je dan zelf houden hoor!
Vond je de foto’s nog leuk?
x-jzusje’

Thuis

Drie uur ’s nachts.

Bram staat al achter de deur als ik binnen kom.
‘Hij heeft je zo gemist’.
Verlegen strijkt hij zijn ondeugende rode kater-kopje langs mijn been.
De tafel staat.
De lamp erboven brandt.
-Nog steeds met stof-
Ik ben zo thuis als thuis ook maar zou kunnen zijn.

‘Rosé Nar?’
Rem pakt twee glazen uit de kast.
Onze glazen.
Onze kast.
‘Proost schat’.
Ik ben behoorlijk hard toe aan een borrel, trek mijn gympen uit en leg mijn voeten onder tafel op zijn schoot.

Rem begrijpt als ik vertel.
‘Het is ook niet niets Nar’.
Hij is trots op me.
Hij had al veel eerder zijn geduld met zus verloren.

‘Ze is in haar hoofd een kind van vijftien’, zei mam eerder vandaag.
Zus ‘moest’ nl. weer ‘even alleen zijn’.
Elkaar aflossen zodat we allebei om de beurt even op het strand konden zonnen was geen optie voor haar.
‘Mam vindt het goed hoor als ik ga’.
Waar ik me mee bemoeide?
Tranen in haar ogen van kwaadheid.
De zoveelste tranen van kwaadheid.
‘Maar denk je dat ik dan geen behoeften heb?
Of mam?
Voor haar is dit terrasje veel gezelliger toch?!’
Boos beende zus weg in haar zeemlederen minirokje. De zwarte en paarse dreadlocks zwiepten van links naar rechts.

Waarschijnlijk op zoek naar de straatzanger waar ze even daarvoor mee had staan tongzoenen in het winkelstraatje.
‘Hij pakte zomaar mijn hand hier op terras en nam me mee’.
Ze lachte.
Ze vond het super.
Ik weerzinwekkend.

‘Ga jij anders ook maar lekker even het strand op hoor kind’.
Een half uurtje dan, vooruit.
Langer wilde ik mam niet alleen laten.
Deze vakantie is voor haar!

‘Het doet gewoon zo’n pijn mam’.
Met een zakdoekje veegde ik even later de tranen weg die onder mijn zonnebril door glipten.
Ik huil nooit.
En zeker nooit op een vol terras.
Ik wilde niet huilen.
Dit moest een leuke vakantie zijn.
‘In haar hoofd is ze maar een kind, ze weet niet beter, ik had het niet anders verwacht, echt niet’.

Om vier uur gingen we kijken of we haar konden vinden.
Stel je voor dat ze met die gekke zanger de hort op was.
We moesten om half acht klaar staan voor de bus die ons naar het vliegveld brengt.

Bij de eerste zandsculptuur-hippie die we passeerden zei mam: ‘Gelukkig, die kunnen we alvast afstrepen’.
Zus gaf hem gister nog twee euro fooi.
Hij kreeg daarmee meer van haar dan wij samen.
We schoten samen in de lach.

Zus lag gelukkig gewoon waar ze zei dat ze zou liggen.
Nadat mam en ik samen weer wat hadden gedronken liep ik naar haar toe.
‘Mam zit op het terras hoor’.
Daarna ging ik precies op het plekje liggen waar mam mij tussen de rijen windschermen nog net kon zien.
Ze zat helemaal alleen op het lege ongezellige terras.
Zus bleef liggen waar ze lag.
Geen enkele aanstalten.
Na een kwartiertje op mijn buik gelegen te hebben ging ik maar weer bij mam zitten.
‘Ik ben toch geen blok aan je been hè kind?’
‘Nooit mam, dat mag je nooit denken hoor’.
Verdorie.

Rem loopt naar de keuken.
‘Jij ook nog een glaasje?’
Hij schenkt al in.
‘Ik weet wel dat het komt door haar herseninfarct maar het is zo verdomd moeilijk’.

Rem begrijpt het.
Heeft het gezien van dichtbij.
De driftbuien.
Haar ogen vol vuur.
Het kinderlijk egoïsme.

Uiteindelijk had ik mijn geduld met haar verloren op het vliegveld, tot groot verdriet van mam.
‘Toe meiden, hou alsjeblieft op’.
Ik heb nu zo’n spijt van mijn uitval.

‘Ik vindt dat je het heel knap gedaan hebt Nar, je hoeft jezelf echt niets te verwijten’.

Natuurlijk waren er ook leuke dingen.
Leuke momenten.
Met mam.
En leuke mensen.
Ik vertel over de Vlaamse schrijver Peter, die ik heel graag beter had leren kennen, de gezellige groep gepensioneerde Engelsen, en over Alan en Claire, de geëmigreerde Schotten waarmee ik de laatste avond zo gezellig mee ben opgetrokken.

Dan kijken we snel nog even de 300 zoveel foto’s.
Er zitten hele mooie foto’s van mam tussen.
De lange rok van Diesel staat haar geweldig.

De vraag die zus me in de auto stelde blijft door mijn hoofd spelen:
‘Wil je mij straks die foto even sturen van die zanger?’

Tja.
Misschien is het zelfs wel maar negen.
En met negen jaar
weet je gewoon niet beter.

Vakantieperikelen

Dinsdag.
De zon schijnt eindelijk vandaag.
Om half acht spring ik mijn bed uit.
Mam en zus staan pas veel later op. Ontbijten doen ze niet beneden.
‘Vinden jullie het erg als ik morgenochtend even naar Torremolinos wandel. Ben ik rond half twaalf weer terug’.
Tja, als ik dan toch alleen ben!
Het was za-lig!
Bij terugkom zijn zus en mam net bij de zwembadbar.
Mam heeft haar eerste sherry-tje.
Ik moet er niet aan denken.
Na de lunch luieren we wat bij het zwembad tot een uur of vier. Daarna gaan we er toch nog even uit.

We besluiten naar het kleine haventje te lopen om daar een kan Sangria soldaat te maken met ons drietjes.
‘Ik wil alleen Sangria als er bubbels in zit’, zegt zus.
Die bij het zwembad vindt ze niet lekker.
Ik wel.
En hij valt nog bij onder het ‘All inclusive’ ook.
Kijk aan!
‘Joh, we kijken wel’.

Met mam aan mijn arm schuifelen we over de boulevard langs de vele koopwaar die op de grond ligt uitgestald.
Op een muurtje maakt een donker moeke met een giga tulband duizend en 1 vlechtjes bij een blond meisje in het haar.
Zus houdt ‘r van.

‘Het is hier wel volgebouwd nu hoor, vroeger keek je vanaf dit punt zo in zee’.
Mam wijst voor de zoveelste keer een terrasje aan waar ze zo gezellig heeft gezeten ‘toen’ met pap.

Gister waren we voor de tweede keer op het terras bij Pedro geweest. Daar hadden ze een paar keer voor langere periode een appartement gehuurd.
Gister waren we er met zus.
‘Zullen we samen een bord Calamares nemen, ik betaal?’ vroeg ik.
Zus heeft het niet zo breed.

Mam hoefde niets.
‘Nee hoor, dan lust ik vanavond bij het eten helemaal niets meer’.
Zus wilde geen half bordje calamares.
Zus wilde garnalen ‘pil pil’.
Liefst helemaal voor zichzelf.
‘Maar daar zitten er maar acht in hoor zus, dat is te weinig om samen te delen.
‘Ik wil garnalen Pil pil’.

‘Ik ga morgen naar het strand’, zegt zus.
Ik denk even na voor ik reageer.
Het strand is niets meer voor mam.
En echt een terrasje waar je met je voetjes in het zand kan zitten is er ook niet echt.
Of je moet het leuk vinden om tegen de achterkanten van windschermen aan te kijken.
‘Zal ik dan morgen bij mam blijven en jij overmorgen zodat ik ook een dagje naar het strand kan?
‘Hoezo? Jij kan morgen toch ook naar het strand?’
‘Ik ga wel gewoon mee hoor Narda, we zien wel’, bemiddeld mam.
Verdorie.

Bij café Metro nemen we plaats op een leeg terras aan een tafeltje in de zon.
De serveerster staat al naast ons.
Ja hoor, ze heeft Sangria.
Nee, niet ‘con gaz’.
Met witte wijn of rode wijn.
‘Met Sampan-je?!’
Dat is zus.
Ja, die heeft ze wel, zie ik.
Met haar nagel tikt de serveerster op de prijs.
Dacht het even niet zus.

‘Ik neem gewoon de witte wijn versie’.
Paniek alom.
‘We zouden toch een kan nemen?’
Arme mam.
‘Zus wil alleen Sangria als er bubbels in zitten, en die hebben ze niet, dus neem ik gewoon lekker een glas’.
Mam is verdrietig.
Zus is boos dat ik geen Sangria met champagne heb besteld.
‘Betaal jij die dan zus?’
Zus staat zo boos op dat de stoel bijna om valt.
‘Ik ga nu naar huis hoor! Ik ga zo weg’.
Woedend kijkt ze me aan.
Ik ben er niet meer gevoelig voor. Haar driftbuien maken steeds minder indruk op me.
‘Nee hè? dat dacht ik al’.

‘Toe zus, ga nou alsjeblieft weer zitten’.
Mam kan er niet tegen.
Maar ik vertik het om mam een fles champagne te laten kopen.
O nee.
En als ik het al niet voor mezelf zou doen, die ik het ook niet voor haar.

Dan lopen we weer langzaam terug richting de zwembadbar.
Zus gaat alvast vooruit.
Ze moet zo nodig.
Mam vindt het wel weer tijd voor een sherry’tje.
De zoveelste alweer vandaag.
Eerder vandaag heeft ze er ongemerkt al een stuk of wat op.
Je merkt niet zo veel aan haar.
Ze blijft altijd een dame.
Zus neemt een portje.
Ik nog een sangria’tje.
Synchroon steken ze er weer een op.
Zus rookt 1 op 3 weet ik inmiddels.
Opeens kan ik er niet meer tegen om toe te moeten kijken hoe ze hun toch al zo kwetsbare gezondheid radicaal om zeep helpen.
Ik zie alleen longkanker, een aneurysma, geen gezelligheid.
‘Ik ga lekker even in bad hoor, hoe laat willen jullie eten?’

Als ik precies om acht uur terug kom hebben ze net weer de glaasjes vol.
De bar zelf is zojuist gesloten.
‘Nog even 1 sigaretje hoor!’

‘Prima, ga ik alvast wel een tafeltje voor ons zoeken mam’.

Paaskronkels op Goede Vrijdag: hoe het nou eigenlijk zit met die haas en dat ei

Het is vandaag Goede Vrijdag.
Ach, het Geloof.
Ik heb er niets mee.
Niets met het Christendom, Jodendom, Islam of met welk ander geloof dan ook.
Maar goed, ieder zijn ding natuurlijk, en zolang je niemand daarbij kwaad doet?
Een geloof stimuleert natuurlijk wel groeps-vorming, wat op zich weer garant staat voor conflicten met andere groepen, zo zit de menselijke natuur in elkaar als je het mij vraagt. Mensen zoeken veiligheid, geborgenheid, ze willen ergens bij horen. Onze groep is goed, de andere groep is fout. Mijn schoolbijbel stond vol met dit soort voorbeelden van indoctrinatie.
En wat is het gevolg?

Waar of wat ik dan wel geloof?
Ik geloof dat energie de bron is van alles.
Yin Yang, zwaartekracht, aantrekkingskracht, en vooral de energie die liefde voortbrengt.
Energie kun je opwekken door beweging. Maar ook met je gedachten, of gewoon een mantra. Daarom is het volgens mij belangrijk om positief proberen te denken.
Gebeden zijn eigenlijk ook een soort van mantra’s. Samen bidden kan mensen natuurlijk troost geven. Ook in je eentje kan het uitspreken van je gedachten -bidden, als je het zo wilt noemen- je veel goed doen. Maar dat komt dan volgens mij door de energie die je zelf daarmee in beweging brengt, en niet door e.o.a. god.
Rituelen zijn een manier om je gedachten te kunnen concentreren op iets, en nooit een doel op zich.

Wat zijn er trouwens veel goden en godinnen. Ik zie ze niet als wezens, maar als karaktereigenschappen die in ieder van ons gewoon aanwezig zijn. Door deze godinnen in gedachten aan te roepen kun je dus de eigenschappen die je op dat moment nodig hebt in jezelf naar boven halen.
Zoiets denk ik.
Er zijn goden en godinnen voor van alles en nog wat.
Altijd handig, gewoon even googelen.

Waar geloof ik nog meer wel in?
De kracht van edelstenen, jazeker.
En de vibraties van de verschillende kleuren natuurlijk.
In kruiden, acupunctuur, astrologie. Daar heb ik het laatst al over gehad. Ook weer die energie hè!? Alleen al de maan. Wist je dat sommige boeren rekening houden met de maanstanden? Dat is ook logisch, want de stand van het grondwater wordt beïnvloed door de maanstanden.
En wanneer vieren we Pasen?
Pasen valt altijd op de zondag en maandag na de eerste volle maan in de lente, dus de eerste volle maan na 21 maart.
En dus niet op de dag waarop Jezus herrezen is. Dat hebben ze er later van gemaakt.

De naam Pasen komt gewoon van de godin Easter. Ze was de godin van het voorjaar en van de herrijzende natuur. Een andere naam van deze godin is Ostara. In het Duits is het woord voor Pasen ‘Ostern’.

Easter, of Ostern werd al gevierd ver voordat Jezus ook maar gekruisigd werd. We vierden dus in eerste instantie allemaal de wederopstanding van de natuur voor het geloof zich ermee ging bemoeien.

Hoe dat dan met die eieren zit?
In vroeger tijden legden de kippen geen eieren in de winter omdat het daar simpelweg niet lang genoeg licht voor was.
Als de kippen weer gingen leggen moest er eerst gezocht worden naar de nieuwe legplekjes, want kippen zoeken graag hun eigen favoriete plekje uit om te gaan broeden.
Eieren zijn natuurlijk ook het symbool van vruchtbaarheid. Misschien waren ze wel een offer.
Door het kleuren van de eieren gaf men er gewoon een beetje extra energie aan door middel van de kracht van de verschillende vibraties die kleuren geven.
-Best lekker hoor, eitjes schilderen. Verstand op nul, erg ‘Mindful’-, en gewoon ook een simpel ritueel.

En de Paashaas?
Nou, dat heb ik ook even opgezocht:
De haas, een zeer vruchtbaar dier, was gewoon aan godin Easter gewijd.
En waarom hij nou met dat mandje eieren rond zeult?
Een oud hazeleger was natuurlijk heel erg geschikt voor de kip om haar eitjes in te leggen. Het leek dus gewoon alsof de haas wat eitjes had gelegd.
Wisten zij veel!
Ja, daar geloof ik heilig in.

Misschien toch maar even een choco Paashaasje kopen om te offeren.
Aan de Easter in mezelf.
Een beetje vernieuwing en groei kan immers nooit kwaad;-)

Wat en hoe jij het ook gaat vieren: Ik wens je vast hele fijne Paasdagen!

Nieuws naar mijn hart, blauwe missers, en uit -gekampeerd,

Vrijdag.
‘Hallo met Narda’.
Zijn voornaam en zijn achternaam worden na een volle tel stilte aangevuld met het woord ‘huisarts’. Alsof ik dat ooit nog zou kunnen vergeten.

‘U wilt natuurlijk eerst Kylian zelf spreken, moment hoor, dan loop ik even naar boven, maar heeft u straks ook nog even voor mij?’
Kyl ligt met zijn oordoppen in ‘op zijn pubers’ op bed. ‘De dokter voor je’.
Vanaf het voeteneinde volg ik het gesprek. ‘Nou, gelukkig maar’. Kyl lacht er een beetje bij. Dr. Spruitje gaat nog even door met zijn uitleg. Af en toe onderbroken met een ‘ja’ in bas of een iets hoger ‘Nou, gelukkig dan maar’ van mijn zoon.
Er komt geen end aan.

‘Hier mam, dokter wil jou ook nog even spreken’.
Hèhè.
Met veel enthousiasme doet hij voor de tweede keer zijn uitgebreide verslag. Hij vindt het volgens mij echt leuk dat hij voor de verandering eens geen doemscenario’s met me hoeft door te nemen.
Ik wentel mij tevreden in al zijn goede nieuws.

Om het nog een beetje te rekken gooi ik af en toe een paar
(achterlijke) vragen door mijn ‘nou, gelukkig maar’s’ heen als: ‘En veel cola dokter? Zouden die hartkloppingen daar misschien van kunnen komen?’
-Over vier donuts, 3 rollen italiano’s, 1 zak chips, en zes gevulde koeken op 1 dag nog maar niet eens gesproken?-
Hij gaat er gretig op in.
Als we het ‘ja inderdaad, hij heeft ook heel wat voor zijn kiezen gehad’ gedeelte uiteindelijk ook hebben afgesloten gaan we weer over tot de orde van de dag.

‘Mijn moeder vertelde dat u van de week weer even langs was geweest. Wat tof fijn dat u dat af en toe do-oet’.
Spook springt tijdens mijn laatste woordje op mijn schoot en gaat met zijn kont zowat op mijn neus liggen.
Ik probeer hem weg te duwen.
Makkelijker gezegd dan gedaan.
Omdraaien lukt nog net.
Nu likt hij mij neus terwijl hij in zwijm zijn nagels in mijn linker borst boort.
Hij doet het er om.
‘Ja, ze vertelde dat jullie binnenkort op vakantie gaan. Gaat je man ook mee?’ Ik vertel dat ik alleen met mam en zus ga. In de tel stilte die volgt ziet hij volgens mij het hele tafereel al voor zijn geestesoog verschijnen.
‘Zal ik die twee brieven om mee te nemen van de week even bij de praktijk langs halen?’
Het zijn er drie, zegt de dokter.
1 voor de morfine
1 voor de nikkelen plaat die op haar sleutelbeen geschroefd zit en 1 brief in het engels waarin hij haar medische gegevens heeft samengevat.
‘Ik gooi ze zo zelf wel even bij haar in de bus. Ik wens je vast een hele fijne vakantie Narda. Geniet er van.’
‘Jij ook een fijn weekend Hu ……doc !
Je.
Jij.

‘Wat zei dokter allemaal mam!’
‘Dat je niet zoveel cola moet drinken Kyl’.
Spook heeft er dorst van gekregen.
Ik trouwens ook.
‘Doe de kraan nou even voor hem open mam, dat arme beest’

Zaterdag.
Koffie.
‘Mam, weet je zeker dat je mee wilt?’
Ze wil namelijk niet mee.
Dat weet ik zeker.
En ik wil haar niet mee.
-Wil niet geconfronteerd worden met ook nog eens haar verdriet-
Ze zou alleen enorm in de weg lopen.
Bovendien voel ik me vandaag paniekerig. -Zou dat iets met die fles rosé te maken kunnen hebben die ik gister achterover heb geslagen om het goede hartnieuws van Kyl te vieren?- Ik heb liever dat Rem met mij met de auto gaat ipv met de motor.
‘Maar voor jou is het ook zo moeilijk kind’.
‘Blijf jij nou maar lekker thuis mam. Weet je wat? Haal jij maar een lekker harinkje voor ons straks’.

Daar staat hij.
De caravan.
Zonder overleg stap ik naar binnen en begin van achter naar voren te werken.
Emoties op ‘uit’.
Rem sorteert buiten en legt wat van mij mee moet in de auto.
In samenwerken zijn we een onovertroffen team.
Altijd geweest.

Vier uurtjes later is de klus plat en zitten achter de haring met uitjes aan tafel.
Nu is alles gedaan.
De laatste klus.
O nee, wacht!
Er is post.
‘Op de kast Rem’.
Blauwe post.
Na alle telefoontjes van de afgelopen weken en evenveel excuses en gouden beloften, geeft Rem de moed op.
Het is weer een zelfde brief met het verzoek of mijn vader die even wil tekenen.
-Mijn vader is DO-HOOD!!-
Daarna is het heus in orde, beloofd de brief.
Goed dan.
‘Waar ligt die handtekening van Klaas schone moeder?’
Mijn vader heeft er een paar achter gelaten op het blok waarin ik zijn euthanasie wens geschreven heb.
Vaag zie ik daarvan nog doorgedrukte letters.
Eroverheen een stuk of vijf handtekeningen van pap.
Een oefening voor hij zijn laatste wens ging bekrachtigen?
Doelbewust, voor je weet maar nooit?
‘In de vierde la’ roepen mam en ik in koor.

Zondag.
Huishouden.
Boodschappen
Mam komt eten.
Ik slaap zowat niet van de zeurpijn.
Dat soort dingen.

Maandag, dinsdag, en woensdag een dagdienst.
Half zeven zit ik al in de trein.
Om 17:15 kom ik weer thuis.
Ik sleep me er door heen.
De volle drie keer acht uur.
Werken is leuk.
Heel leuk.
Maar eenmaal thuis is het accuutje leeg tot nagenoeg op de laatste drup.

Zelfs voor schrijven was ik gewoon heel even te moe.

Donderdagmiddag – geoetel

‘Hoi mam’
‘Hoi kind’.
‘Zullen we gelijk maar?’
De boodschappen tas staat al klaar.
De lege flessen rammelen de waarheid als ik hem meeneem naar de auto.
Mam stapt nog moeizamer in dan anders lijkt het wel.
De kermis staat al bijna helemaal. We besluiten wild te parkeren bij Corina ’s reisbureau voor de deur.

Nadat we bij haar een reisverzekering hebben afgesloten gaan we samen naar het Kruid.
‘Lees jij eens’.
Ze drukt een verpakking onder mijn neus.
‘Volgens mij krijg je er gratis Dreftblokjes bij of zo’.
Ik gok ook maar wat, ik had een stapel zien staan bij de ingang.
‘Dan vragen we het toch gewoon even mam?’
Mam houdt niet van vragen.
Nooit gedaan ook.
‘Welnee kind, laat maar’.
Stel je voor.
‘Meneer, kunt u ons misschien vertellen…?’

Ik wil ook ‘gewoon even snel’ een mascara kopen.
Ik weet precies wat ik wil:
Een zwarte mascara.
Gewoon zo eentje waarvan je wimpers langer gaan lijken.
Misschien wat voller ook.
En waterproof is ook wel handig.

20 minuten en een paniekaanval later staan we weer buiten met de verkeerde mascara en drie vrijkaartjes voor Drievliet of Slagharen.
‘Kom mam, even snel langs de Zeem’.

Tegenwoordig hebben ze best leuke dingen daar.
Leuke kaarten ook.
En zo goedkoop.
De combinatie ‘leuk en goedkoop’ is voor mij nogal onweerstaanbaar.
Mijn la puilt inmiddels uit.
-Misschien moet ik er af en toe eentje posten-
Mams la puilt inmiddels ook al uit.
Die vergeet dat soort dingen ook altijd.
‘Leuk zijn ze hè mam?’
Eigenlijk moest ik alleen even wat ruilen.
Maar dat ligt nog in de auto.
Ik koop gewoon wel een blauw rokje.
Kan ik dat mooi allebei tegelijk ruilen.
Ik heb toch nog minstens tien dagen.
Van de dertig.
Ja, je bent praktisch of je bent het niet.

Koffie.
Mam is bek-af.
Het vlindertje ligt op tafel, bij haar horloge naast het bloemenvaasje.
Ik bewonder het nog even.
‘Was het nog gezellig bij tante Lenie?’
Dat was het zeker.
‘Maar ik weet nog niet of ik wel naar de familiedag wil hoor in mei.’
‘Je kijkt maar hoor mam’.
Ik zou het jammer vinden als ze niet zou gaan.
‘Ze schudden je iedere keer steeds zo door elkaar!’
Ik schiet in de lach.
‘Ze geven je geen hand, welnee! Ze pakken je met twee handen bij je schouders en rammelen je eens flink door elkaar. Zo van: ‘Lekker hè, met de meiden op vakantie!’ of
‘Geniet er maar lekker van hoor!’
Ze lacht er zelf nu ook om.
‘Ik heb er nog spierpijn van!’

‘Kijk, dit kreeg ik van de apotheek, wat moet ik daar nou mee?’
Het is een medicijnlijst.
Daar had ik laatst om gevraagd.
‘Dr. Spruitje schrijft twee brieven voor me om mee te nemen’.
Vorige week was hij even langs geweest.
Dat had ze al verteld.
Lief van hem.
‘Hij was op de motor’.
Mam vindt kennelijk alle info over het vervoermiddel waarop dr. Spruitje verschijnt net zo interessant als mij.
‘Niet op de fiets? Het was toch heerlijk weer?’
‘Nee, op zijn motor’.
Hij had best op de fiets gekund.

‘Je moet even nadenken welk tuinset je nu in de tuin wilt van de zomer’.
Zaterdag gaan we de caravan leeghalen.
Hij is verkocht.
‘Als ik nou een lage stoel bij jou zet?’
Mam heeft korte benen.
Ze zit het lekkerst op lage tuinstoelen.
‘Misschien de campingtafel hier dan hè?’
Dat vindt mam logisch.
En dan die andere bij jullie op de schuurzolder?’
Ik knik. Goed idee.
‘O, voor ik het vergeet: Rem moet dan eerst dat nieuwe koffiezetapparaat met die thermoskan voor me van zolder halen en dan kan deze bij het grofvuil, en dan die uit de caravan hier en die van zolder in de caravan’.
Ik snap precies waarom ze het zo wil.

Rem een uurtje later niet.
-En dan heb ik nog niet eens over de planning van de tuinsets gehad-
Dat wordt nog wat.

Arme Rem.

Bluf

Half twaalf.
Ik rij over de Wandelweg waar je vroeger zo vaak gewandeld hebt.
100%nl
Ik ben op weg naar je hart.
Jouw gele hart.

Wat zou je doen, als ik met m’n vingers door je haar zou gaan?
Wat zou je zeggen,als we samen voor de spiegel zouden staan?
Wat zou je zeggen,wat zou je doen,als ik dat deed?

Ik zou me rot schrikken pap.
Dat weet je toch?!
Dat zou je nooit doen.

Zou je lachen, zou je schelden?
Zou je zeggen dat ik een klootzak ben?
Zou je janken, zou je vloeken?
Zou je zeggen dat je me niet meer kent?
Zou je lachen, zou je schelden – van verdriet?

Misschien wel pap.
Soms vond ik je inderdaad niet leuk.
Oké.
Soms een klootzak.
Laten we daar nu niet schijnheilig over doen.

Je zou lachen, je zou schelden…

Je hebt gelijk.

Even later stap ik uit bij het crematorium.
Petra staat al in de hal op me te wachten. ‘Kom verder’.
Op tafel staat een mooi zwart doosje.
Ze opent het met beleid.
Daar ligt het.
‘Mooi hoor’.
Ze heeft nog een heel klein beetje over.
As.
Het is net niks.
Of ik het mee wil.
‘Misschien strooi ik het wel in mijn tuin.’
Of zoiets.
‘Wel ja, dat hoeft je moeder niet eens te weten’.

‘Ik moet nog even langs de bieb pap’.
Hij vond het nooit erg om dan even in de auto te wachten, dus ik besluit dat hij dat nu ook geen probleem zou vinden.

Jullie moeten niet overal zo’n punt van maken.

Ik dek het mooie tasje voor de zekerheid nog even toe met een grote AH tas.
Het zal je net gebeuren.

‘Mam is naar tante Lenie.
Die is ook jarig natuurlijk’, zeg ik als ik weer plaats heb genomen achter het stuur.
Ik denk na over het restje as.
Natuurlijk bespreek ik dat met mam. Als ze me daarin niet kan vertrouwen waarin dan wel?!
‘Wat wil je zelf pap?’

Mensen denken vast dat ik hands-free bel.
Of dat ik gek ben.
Dat kan ook.
‘Weet je wie ze pas echt ziet vliegen?
Mijn blogmaatje I.
Vind je het trouwens rot dat ik blog?’

Leef nu het kan praat met Jan en Alleman
Pluk de dag, wees paraat, laat zien DAT je bestaat
Hou van het leven, het leven houdt van jou
ga d’r uit zegt het voort, Zodat iedereen het hoort

Dank je wel.
Dat had ik echt even nodig.
En ik kan inderdaad ook beter met Jan en Alleman gaan praten in plaats van tegen jou.
Dat bedoel je toch?!
You made your point.
-dat je een PUNT hebt!-
Ik laat je met rust.
En als ik je nodig heb voor mam dan geef ik wel een gil.
Afgesproken?

Weet je wat, ik zet je doosje op de grote tafel. Dan ziet ze het vanzelf als ze thuis komt.
Je wou altijd zo snel mogelijk naar huis.
Ja. Doen we hoor pap.
Komt voor de bakker.
En dat kleine beetje wat over is doe ik gewoon hier bij de belangrijke papieren en dat leg ik vanmiddag wel even aan mam voor.
Ja.
Zo moet het.
Zo is het goed.

En nu moet ik snel een taart gaan kopen voor Kyl hoor.

Dag pap.
(Tot gauw?)

De vlinder

Hoi pap.

Vandaag was best kut hè?
Maar heus, we hebben ons best gedaan om het beste ervan te maken. Een week uitstel was zinloos; anders hadden we Kyl zijn verjaardag ook op deze dag gevierd. Het had alleen uitstel geweest en een flauwe poging tot ontkenning van wat simpelweg zo in de agenda stond: jullie 50 jarig huwelijk en Kyls 17e verjaardag.

Gos, weet je nog pap hoe trots je was toen je voor de eerste keer je eerste kleinzoon vast hield? Ik wel. Ik heb er een foto van. Was was je trots.
Een geweldige opa bovendien.

‘Iedere vrijdag ging ik met oop een visje halen voor ouwe oma’.
Dat was dan mijn oma. Ze is maar elf jaar eerder gestorven als jij. En hoe ouder ik word, des te meer ik haar waardeer: gratis Nederlandse les voor buitenlandse vrouwen’. Ik heb het niet van een vreemd denk ik, wat jij?

Zoals altijd was ik de alcoholvrije biertjes weer vergeten vandaag, maar deze keer hoefde ik dus niet terug.
Het was wel een rare dag hoor.
Kyl sliep bij Roel dus die zou pas na een uur thuis komen.
Hij had een feestje gister. Ja ik vindt ook dat hij zelf ook eens een feestje zou moeten organiseren. – Daar zijn wij niet vies van hè?- Wie weet, als moeder overste in Spanje zit?

Rem en ik waren samen vanmorgen al vroeg aan de sop.
Je kent het wel: kastje hier opruimen, dienblaadje daar.
Ondertussen de soepkip op het vuur.
Op gegeven moment kom ik je tijgertje tegen. Je weet wel: die je aan je binnenspiegel hing van je auto.
Ik pakte het op en plots zie ik dat er aan de achterkant van Tijg een broche vast zit gespeld. Het is een schattig vlindertje. Nog nooit eerder gezien.
Hoe kom je daar nou weer aan?

Kyl wil mee naar de begraafplaats.

‘De laatste keer dat ik hier was was met oop. Gingen we naar ouwe oma’.
Gearmd met ‘oom’ lopen we door het hek. ‘Links Kyl’

Kyl steekt met de aansteker van oma jouw waxinelichtje aan.
Er is niet veel van over. Wat stom dat ik dat nou weer ben vergeten.
Hele kleine druppeltjes lopen langs je dekseltje naar de voet van je urn. Er ligt een plasje aan je voet. ‘Rem heeft hem heus goed dichtgelijmd hoor !’
Kyl weet dat zeker.
‘Dag schat’
‘Dag pap’
‘Dag oop’

Thuis is het feest.
Met Kaar en Steef.
Geert en lies.
Mo en Pat, die we al zolang niet gezien hebben
Ruud en Karla.
Het is maar een klein groepje

Zo zonder pap.
En geen neef, te ver.
En geen zus van 220km verderop.

We koesteren.
Genieten
en beseffen
het zo zeer.
‘Kom, laten we proosten’
Op wat is!

Dan komt het moment dat mam naar huis wil.
Ik breng haar weg.

‘Kijk mam, dit is het vlindertje vanachter de tijger’.
Ze heeft hem nooit eerder gezien zegt ze.
‘Ik moest hem vinden.
Juist vandaag. Raar hè?’

Ze pakt het kleine vlindertje aan. Staart naar het veelkleurig email op het brons.
Dan pas besef ik pas goed wat ik haar geef.
Mam ook.

Nog net zie ik hoe ze lacht als ik de hoek omga. Haar hand iets hoger dan voorheen.
De kleine broche in haar palm gevouwen.

Ze was er zo blij mee pap.

Kermis in Wormerveer in de jaren ’70

In Wormerveer is er 1 keer per jaar een grote kermis met de Paasdagen.
De kermis was in de jaren ’70 groter dan dat hij nu is. Waar nu de AH en de Blokker staan was toen gewoon nog voor een groot gedeelte plein. Het gebouw van buurthuis de Witte Vlinder lag toen wat meer naar achter volgens mij, waardoor het Marktplein dus groter was. Of was ik gewoon kleiner?

Toen we nog te jong waren om zelf naar de kermis te mogen gingen we met Pasen met onze ouders. Net als ieder ander klein meisje waren we dan op ons paasbest gekleed met onze witte kniekousjes en zwarte lakschoentjes.

Net als nu kon je er touwtje trekken, in de draaimolen, de
rups – van hout!-, waren er vliegtuigjes en kon je natuurlijk ballen gooien. En na afloop kregen we natuurlijk een zachte kaneelstok waar we dagen mee deden. Ook talloze dropballen hebben we versleten. Dagen napret hadden we daarmee.

Naast die eerste paasdag gingen we nog een keertje alleen met mam op de woensdag middag. Soms ging Marjo, het jongste zusje van mijn vader ook mee. Of was ze er gewoon. Ik herinner me nog wel dat ze in zo’n Afghaanse stinkjas in die attractie zat waar je zelf je kar aan een touw vast moest houden. Later werd deze attractie verboden omdat er teveel ongelukken mee gebeurde.
Toen we alweer zo groot waren dat we er overdag alleen mochten rond banjeren gingen we alleen nog een keertje ’s avonds met mam. Reuze spannend, vooral in het spookhuis natuurlijk. Hoewel?

Ik herinner me dat er op de plek waar nu de Blokker is, ooit een reuzenrad stond, maar ook een keer een heuse achtbaan.
En geen kinderachtige ook.
Dat ritje zal ik nooit vergeten.
Ik zag toen mezelf even zitten van bovenaf.
Brrr…
Maar ja, zus wilde er perse in, ze mocht niet alleen en mam kon mij moeilijk alleen op het stoepje laten staan. We – dwz mam en ik, zus was euforisch- stonden na afloop te trillen op onze benen. Nooit meer!

Toen we ouder werden waren we helemaal niet meer te houden Net als de vele andere kinderen Ja, ‘zij’ van de rij van het zwembad, de rij bij de luilakbollen en de C&A- waren we al op het Marktplein te vinden zodra de eerste wagens nog maar net gearriveerd waren. Het was die week natuurlijk the ‘Place to be’ voor alle kinderen van alle basisscholen in Wormerveer. ‘Heb je het gezien? De Hully Cully is er’.
Uren brachten we er door. Een groepje hier, een groepje daar. Er werd wat af geroddeld.
Veel kinderen uit de Ambonese wijk waren er ook, zij stonden meestal met een grote groep bij de botsauto’s.
Er werd natuurlijk ook nogal eens gevochten, daar keek niemand van op. Je was allang blij dat je zelf niet de lul was.
‘Ze vechten. Kom, kijken!’
Nauwlettend hielden we daarnaast natuurlijk de opbouw in de gaten. ‘De botsauto’s gaan proefdraaien!’ Af en toe maakten we een uitstapje naar de Minimarkt voor een schuimblok of iets dergelijks. Of Abba plaatjes.
Kon je mooi gelijk ruilen.
‘Er staat een centrifuge!’
Nou, dat was me wat!
Als je daar niet in geweest was…

In de tijd van Mud kwam de Hully Cully volgens mij voor het eerst op de Wormerveerse kermis. ‘Durf jij erin?’
Zus durfde alles.
En ik ‘durfde’ dus ook.
Er was gewoon geen sprake van dat ik aan de kant mocht blijven staan.
‘Kom Nar’.
Een ritje koste destijds 1 gulden. Eerst ging het vooruit waarbij het leek alsof je over de golven vaarde. Dan achteruit, en vaak daarna nog even vol gas terwijl de schotel in 1 stand scheef bleef staan. ‘Hobbobobobob’ Doodeng vond ik het. ‘Als je eruit valt lig je gelijk goed’, zei zus dan lachend.
Het Marktplein grensde pal aan de Oude Begraafplaats, slechts onderbroken door de kikkersloot. (Ik meen tenminste dat die sloot zo heet).

Alleen al voor de muziek ging je gezellig bij de Hully Cully staan. Mud, Bay city Rollers, Abba.
En wat later Grease..
Die paasdagen in ’78 was het een bont spektakel van glimmende satijnen broeken, wijde glanzende rokken met brede ceinturen en leren jackies. Het was het eerste jaar dat ik door een boze vader ’s avonds bij de jongens bij de botsauto’s vandaan werd gehaald. ‘Vooruit naar huis. Het is al tien uur. Ben jij nou gek geworden?’

Weer een jaar later waren het de pastelkleuren die overheersten, liefst met zwarte puntschoenen eronder.
De Wranglers.
De spijkerjasjes.
Glitter nagellak.
Java.

Ja. De Wormerveerse kermis. Ik kwam er graag. Met zus. Met mijn klasvriendinnen en met mijn vriendinnetje C die ik op mijn beurt weer pushte om in de Hully Cully te gaan.
‘Bobobobobobob, daar gaat ie weerrrr’.
C. was meer van het gokken.
Grijparm, of bulldozers. Maakte niet uit waar ze haar geld in flikkerde, het was altijd wel goed voor een horloge of twee, drie.

Natuurlijk kwam ik er ook met Kyl toen hij klein was.
Oma ook. Op de woensdagmiddag. Als ik werkte.
Later ging hij alleen.
Met kleine Remco, zijn vriendje.
Op een dag kwam hij huilend terug.
‘Ze hebben mijn geld afgepakt.
In het stee-heeg-juh..’

Ach ja, Kermis in Wormerveer.
Wie is er niet groot van mee geworden…

Gewoon door roeien

‘Ik haal je zondag wel op mam. Gaan we eerst samen naar de begraafplaats voor we naar ons huis gaan’.
Zondag aanstaande hadden mijn ouders vijftig jaar getrouwd geweest.
Vijftig jaar.
Net niet.

Het is komend weekend ook precies een jaar geleden dat een ellendig jaar van start ging met een nekpijn die op de maandag als een gewone stijve nek was begonnen, maar uiteindelijk in het weekend zo onverdraaglijk was geworden dat ik twee nachten opgenomen werd in het ziekenhuis.
En terwijl ik daar lag, en me amper kon verroeren werd mijn zoon even snel zestien jaar.

Toen de nekpijn -godzijdank!- eindelijk over was deden mijn andere gewrichten pezen en spieren zo veel pijn dat ik amper nog kon wandelen.
‘Poli-artrose ‘
‘Stress’
‘Bacterie’
‘Overgang’
En nog steeds ben ik maar de helft van wat ik was.
Wat mis ik mijn oude lijf.
Ja het was me een jaartje wel.

Een jaar waarin ik ook ontzettend boos was op mijn ouders, omdat ze al die weken die ik in bed en op de bank doorbracht geen 1 keer op de koffie kwamen.
Hadden ze het me toen maar gezegd. Uitgelegd.
Dan had ik misschien…
Ja. Het was me een jaartje wel.

In het voorjaar overleed mijn oom, in de zomer een neef, -slecht 6 dagen na mij geboren. (46)-, en mijn voormalig teamleider. Ook veel te jong.
Mijn tante met borstkanker. – de moeder van deze neef- leeft nog steeds gelukkig.
Dat dan weer wel.
Wat een leed om me heen.

Daarna natuurlijk mijn vader.
Kanker.
En voor ik dat goed en wel besefte, was hij inmiddels al dood.
Besef ik dat wel?
Hallooo?!?!

De ellende van mam. Vijf gebroken ribben en een gebroken sleutelbeen.
Een longtumor kreeg ze er gratis en voor niets bij op de foto.

En nog maar een lieve tante ziek.
Welja!
Het zusje na mam.
68 jaar.
67?
Alvleesklierkanker.
De twee jongste zusjes ziek.
O. En buurman heeft ook darmkanker.
Had ik dat al gezegd?

Daarnaast natuurlijk ook nog de gestolen scooter.
De alimentatieperikelen.
Kyl ’s hartkloppingen.
Het was -en is- allemaal zoveel voor 1 jaar.

Zondag vieren we Kylian zijn verjaardag.
Op de zondag waarop mijn ouders vijftig jaar getrouwd geweest zouden zijn.

Acht april is hij echt jarig.
‘Dan mag ik het hartje van pap halen mam’.
Ze wil liever niet mee.
‘Dan wordt het allemaal zo druk’.
Dinsdagmiddag gaat ze namelijk met haar iets jongere zusje naar haar iets oudere zusje die ook jarig is.

Ze heeft zelfs al een klein cadeautje gekocht:
‘Vergeet-me-niet’ zaadjes in blik.