Brief aan mijn vader

Pap,

Ik moest ineens vanmorgen weer zo ontzettend aan je denken. Rem en ik waren een stukje rijden met de motor en dronken een bakkie op de Koemarkt.
Weet je nog dat we daar vaak heen gingen op derde pinksterdag om een
‘Bokkie te kopen’. Heel vroeg reden we dan via Jisp en Neck naar Purmerend. Veel te vroeg voor mam, die bleef wachten tot we thuis kwamen met onze nieuwe geitenwollensokken, gele klompen en bonte zakdoeken.
Ik zag ons weer lopen op de Koemarkt vandaag pap, mijn handje in jouw knuist en zus twee meter voor ons.
Zag de vlaaien, de koeien, de verse melk.

We bleven niet lang. Ik moest immers mam ophalen. Maar voor we naar de begraafplaats gingen heb ik eerst nog even het onkruid weggehaald in de voortuin. Ik heb uit de schuur maar even je grijze emmer gepakt. Die ene die je aan de zijkant hebt beplakt met duct-tape. Wat heb je trouwens een paardenbloemen zeg, niet normaal! En waarom heb je allemaal roostertjes in je border? O wacht even, dat deed je omdat je niet wilde dat er katten poepten natuurlijk. Ik heb nu ook de bruine takken van je paarse asters weggeknipt. Dat hadden we afgesproken weet je nog?
Er kwamen allemaal Vergeet-me-nietjes onder vandaan.
De violen heb ik begin vorige week al geplant. Gele, zoals je zei. Ik wist alleen niet goed of ik nou van die grote bloemen moest hebben met die paarse hartjes of juist die kleinbloemige, dus ik heb maar wat van beide genomen.
En betaald van de kluspas ja.
Mam was er erg blij mee.
Ik moet af en toe zo lachen als ik weer een klein handtekeningetje van de tegenkom. Had je weer de halve poten afgezaagd van een rafeltje zodat hij waterpas op het stoepje kon staan. Of een ander ingenieus systeem wat je bloemen ervan weerhield om te vallen. Ik kom je overal tegen.
Het is bijna niet te verdragen.

Daarna zijn mam en ik naar de begraafplaats gegaan. Ik had een potje mee voor om je gele viooltje.
Ik heb nu heel goed gekeken welke bomen er nu precies boven je uit steken zodat ik voortaan precies weet waar je staat als ik langsrij over de Kerkstraat. Ik denk dat ik het nu wel weet.

Rem heeft vrijdag je auto verkocht. Je zal wel tevreden zijn met hoe hij alles regelt.

Nu moeten we alleen de caravan nog verkopen.
Maar weet je pap. Om eerlijk te zijn: Die wil ik helemaal niet leeghalen en verkopen.

Ik vind het nu eigenlijk allemaal wel mooi geweest.
Het lijkt me het beste dat je nu maar gewoon terug komt en de voortent op gaat zetten.

Het is al bijna april.

Advertenties

Zo’n week.

Het was me weer een weekje wel.

Voor Rem stond de week meer in het teken van de laatste administratieve rompslomp klusjes.

Laten we hem even snel doornemen.
De week.

Maandag hebben we eindelijk de as-urn van mijn vader bijgezet in de zuil, maar dat had ik al verteld geloof ik.

Dinsdag coachingdag.
Erg ehh…verhelderend?!?
Leerzaam sowieso!

Woensdag en donderdag avonddiensten.
Mijn leidinggevende (die van de hartjes) kwam nog even naar me toe om te vragen hoe het eigenlijk met me gaat, hoe het nu met Kyl gaat, hoe ik de coachingdag ervaren had, wat de reden was waarom ik -net als de andere helft van mijn collega’s overigens- mijn witte uniformblouse niet aan had.
Zo’n week.

Alle belastingaangiften zijn vandaag eindelijk de deur uit, en de vakantie is betaald.
Yee-ha!

Vrijdag
Nadat ik gemasseerd ben door de fysio en voor de eerste keer gebruik heb gemaakt van de sportzaal, doe ik snel wat boodschappen en race ik naar huis.
Rem is bezig met onze slimme meter in de kast.
We zijn overgestapt op een ander energiebedrijf geloof ik.
En nu schijnt er aan die eerste versie ‘slimme meter’ eigenlijk een klein steekje los te zitten.
Hebben wij weer.
Vanachter mijn muur van voorraadje plastic zakken verteld hij dat hij zojuist de auto van pap heeft verkocht. ‘Hij is net weg’.
Paps auto.
Weg.
Zonder afscheid.

Ik heb geen tijd om er lang bij stil te staan, over een half uurtje komt een van mijn vele -sorry, ik heb ze nog steeds niet geteld- nichten langs voor een bakkie en een rosé-tje.
Uiteraard.
Je bent familie of je bent het niet.
Hoewel ik ook weer nichten heb die juist een aversie tegen alcohol hebben.
Melkboergevalletjes ben ik bang.
Het is erg gezellig. 18 mei zien we elkaar alweer op de familiedag.

Zaterdag.
Rem komt de nachtdiensten uit.
O. Dat had ik nog niet verteld hè? Hij heeft ook de hele week gewerkt van 20.00 tot ie klaar was. Dat kan 10.00 zijn, maar vandaag was hij vroeg klaar.
Om tien uur staat hij alweer te trappelen.
‘Ik ga de boot en de veranda schoonmaken’.
Om half een ben ik alweer bij de bieb geweest en liggen de boodschappen in de koelkast zodat ik nog even lekker een uurtje kan lezen voor ik mam thuis op pik.

Nadat we samen de boodschapjes hebben gehaald gaan we namelijk even bij mijn tante op bezoek. Het is het jongste zusje van mam waarvan sinds twee maanden bekend is dat ze ook ernstig ziek is.
Alvleesklierkanker.
Ik bedoel maar.
Ondanks dat er natuurlijk over het ziek zijn wordt gesproken is het ook gewoon gezellig.
Met een rosé tje voor ons, een biertje voor Ton en wit wijntje voor mam.
Je bent familie of je bent het niet.
Zoals ik al zei.

Thuis is de cabriokap van de boot weer gewoon zwart in plaats van groen en ook de veranda ruikt weer fris en fruitig hoewel een likje verf geen kwaad zou kunnen. Kyl heeft lekker geholpen.
Morgen wil hij gaan varen met wat vrienden. Leuk.
‘Moet je kijken mam, je stoeltjes zijn helemaal beschimmeld’. Hij heeft gelijk.
Getsie.
En ik wilde ze nog wel meenemen naar Frankrijk, samen met mijn rood-witgeblokte tafelkleedje waarvan nog net een stukje uit de kliko piept.
‘Misschien moeten we toch maar eens naar een loungesetje kijken Rem’.
Hij is het er nog niet helemaal mee eens. ‘Laten we nou eerst maar eens spullen wegdoen voordat we nieuwe kopen’.

Om negen uur gaan we al slapen. Zo’n week waarin Rem maar een uur of vier, vijf slaapt per dag hakt er uiteindelijk natuurlijk wel in.

En nu is het zondag.
Wat zeg ik? ZON;-Dag!!
En nog zo lekker vroeg.
O nee.
Da’s nou weer jammer.

Ik zeg koffie, tuin, lezen, wat plantjes van nicht in de bakken doen. En dan vanmiddag met mam even naar de begraafplaats. En dan gezellig hier een borreltje doen en eten.
Zou trouwens ook best wel even een klein stukje op de motor willen toeren.
Even naar Purmerend of zo.
Voor de lunch.
Je kan zo’n week maar beter een beetje goed afsluiten.
Eerst de kapitein maar eens wekken.

Fijne dag!

Niet netjes…

Als ik ergens een Gods-gruwelijke hekel aan heb is het wel wanneer mensen zogenaamd goedbedoeld dingen voor me gaan invullen.
Onder het mom ‘ik wilde je niet belasten’ kan men kennelijk (voor zichzelf?) een hoop verantwoorden. Bijvoorbeeld dat er een leuke taak die ik normaal op mij nam nu voortaan door een ander gedaan wordt.

Het gaat er niet om dat ik het de ander niet gun. Daar heb ik lang over nagedacht. Dat is het niet. Dat staat er los van. Het werkje op zich maakte dat ik nog een beetje mijn creativiteit in mijn werk kwijt kon. Er een beetje schwung aan kon geven. Schrijven.
Het meest lullige is nog dat ik het in de notulen moest lezen.
Niemand vond het de moeite waard mij het even persoonlijk te vertellen.
Ze hadden werkelijk geen flauw idee dat ik mij dit zo aan zou trekken.

Ik snap het aan de ene kant wel.
Ik ben het afgelopen jaar veel afwezig geweest op het werk.
Ziek.
Zorgverlof.
Eerst voor mijn vader.
Dan voor mijn moeder.
Maar mijn verzuim was in het verleden altijd laag.

Alleen voelt het als een klap in mijn gezicht. ‘Sorry Nar, we wisten echt niet…’
‘Ja we dachten….’

Ik kan alleen maar aan de ander zijn brood denken.
En aan het gras onder mijn voeten.
Met een mooi strikje erom.

Maar goed.
Ik mag die dingen natuurlijk niet voor een ander invullen.

Dat is namelijk niet netjes.

De boel…

Ik heb een pesthumeur.
En een buikgevoel.
Ken je dat?
Ik kan mijn vinger er niet opleggen, maar toch heeft het zich langzamerhand geworteld, diep daar binnenin mijn lijf.

Ik heb veel zin om weg te gaan.
Gewoon.
Emigreren.
De boel de boel.
Zoek het allemaal maar lekker even uit.
Frankrijk of zo.
Boerderijtje.
Of misschien
zo’n kek wijnkasteeltje a la Ylja Gort.
Whatever.

Bram en Spook nemen we gewoon mee.
Haan Lummel ook.
En Liek en Lotte mogen dan met Binkie een rondje op ons zwijntje door de keuken rijden terwijl ik dan met mijn blote voeten onze druiven sta te stampen. Gewoon gezellig, rok omhoog, in een oude ton op onze binnenplaats.

Voor Kyl kopen we gewoon een knus toprestaurantje daar onder aan de berg.
Of hij sommeliert wat door de haarspeldbochten voor de leut.

Rijen olijfolie heb ik staan
Vers van de pers. De eerste.
En brood -uit eigen oven-met
knoflook trossen en verse worsten aan oude balken.
Laat ik vooral mijn roodgeblokte kleedje niet vergeten en de rieten stoeltjes voor de veranda.
Misschien een cd van Michel Fugain.

En mijn hangmat, -ach het zwembad komt daarna wel weer- misschien eerst maar wat moestuinieren.
Pastis leren drinken en truffels op gaan graven.
Een Deux-jevauxtje op de kop gaan tikken.
Mijn coq au vin perfectioneren.
En zomaar wat lavendel knippen in de avondzon.

———–

Hoe lang
HOE lang ben je eigenlijk dood?

————

En alles op 1 dag

Met haar koele fijne vingertjes voelt ze mijn pols.
-80 volgens mij-
‘Je bent helemaal leeg’.
Gelukkig weet zij precies wat we daar aan kunnen doen.
Zachtjes steekt ze de eerste naald ergens onder mijn knie -‘Ja laat hem maar gewoon rusten, ontspan maar…’- en een tweede ergens in mijn rechterkuit. ‘We moeten eerst je energielevel omhoog zien te krijgen, dan kan ik pas gaan werken aan je klachten’.
Nadat ik twintig minuten heb liggen opladen kan ik gelijk in 1 moeite door naar mijn lymfedrainage-sessie. -Ook geen idee, maar het klonk zo verschrikkelijk veelbelovend dat ik het gewoon moest proberen-.
Gezellig is het in ieder geval wel. En lekker ook. En volgens mij helpt het ook best een beetje. Fysiotherapie, psychologie en acupunctuur, jaaa, onze dr. Spruitje is van alle gemakken voorzien op zolder.

Rem zit aan de koffie als ik thuis kom. ‘En, deed het zeer?’
Kyl zit in zijn pak op de bank, klaar om zo naar school te gaan. ‘Je denkt toch niet serieus dat die naaldjes gaan helpen hè mam, kom op!’

Om half twee zijn we bij Vincent van Memento Mori. Hij heeft het keurig gedaan. De deksel van de urn is zoals afgesproken nog niet dicht.
‘Dat doet Jan straks toch, van de begraafplaats?’

Of we het willen zien.
Ik heb het al gezien. Daar.
‘Beetje leemkleurig poederig’.
Hij kijkt me verrast aan.
‘Je hebt dan waarschijnlijk de buitenkant van een zakje gezien Narda’.
Dan wil ik het toch even snel zien.
Hij heeft gelijk.
Het is grijzig.

Mam stapt voorin.
We zijn keurig op tijd.
Een knul van een jaar of negentien maait het gras.
‘Goedemiddag, we hebben een afspraak met Jan’.

Jan is er niet.
‘Maar ik zal u helpen’.
Nee, dichtlijmen begint hij niet aan. Hij is zo onhandig.
Zou ik ook zijn.
Een lijmpistool heeft hij wel.
Rem lijmt hem keurig netjes dicht terwijl ik het formulier in vul.
‘Het is wel in paps stijl mam’, sus ik. ‘Hij had het vast fijn gevonden dat Rem dit doet’.
Zij weet dat ook zeker.

Met de stagiair van de land en tuinbouwschool lopen we in ganzenmars naar de zuil.
Wat hebben we een geluk met het weer.
‘Dit is het plekje’.
Ja dat weet ik ook wel.
‘Jan lijmt hem later vanmiddag wel vast’.
-Daar hopen we dan maar op/
‘Nou, bedankt hoor’.
Met nog een hand omhoog als teken van groet loopt hij alweer naar zijn maaimachine.
‘Hoeveel moeite we ook al weer betalen voor dit bijzetten Rem?’ Mam tuttelt wat met het gele viooltje wat we donderdag apart hebben gehouden en het engeltje van Linda van de thuiszorg.
‘238 euro zoveel’, antwoord hij zachtjes.
De zonnestraaltjes vallen gezellig op het plekje.
‘Mooi zo mam’.
Ze is tevreden. Nadat we nog een kwartiertje in het zonnetje op het bankje hebben gezeten gaan we naar de koffie.

‘Zal ik vanmiddag gaan boeken mam’.
Stel je voor dat het te laat is.
‘Dat is goed hoor kind.
Alledrie een eigen kamer hè?
En met een balkon!’

19 april vliegen mam, zus en ik voor acht dagen naar Spanje.
Hotel aan het strand, all- inclusive met 300 meter rechts van ons het haventje, en 300 meter de andere kant op het buurtje Carihuela, wat ze na al die vele vakanties in Spanje met pap toch nog steeds het leukste plekje vind.

Ben ik een bofkont of niet?