Scheren, bellen, en maar koffieleuten

Zondag.
Rem belt met de receptie van camping Bakkum en legt de situatie uit. Nadat hij uitvoerig bedankt heeft, verbreekt hij de verbinding. ‘Geen probleem Nar, ze krijgen zelfs de borg gewoon terug’.
Waren we eerst van plan het hele spul in het voorjaar weer op te zetten en te verkopen, nu zien we er, in overleg met mijn ouders, toch van af. Zoveel werk, en mam zegt al maanden dat ze echt niet van plan is om daar in haar eentje nog heen te gaan. ‘Nee, daar kun je best over ophouden, ik doe het niet’.
Punt.

Terwijl Rem verder werkt aan zijn motor in de schuur, ga ik nog even langs mijn ouders en vertel ze over de borg. ‘Jullie zijn altijd zulke nette gasten geweest, zeiden ze’.
Dat vinden ze leuk om te horen. Dan doezelt pap weer weg.
‘Je vader wil de caravan aan zus geven’.
‘O?’
Ik vind dat allerminst een goed idee. Mam is er ook niet erg enthousiast over zo te zien.
‘Waar gaat ze hem neerzetten dan?’
Mam haalt haar schouders op.
‘Heb je trek in een stukje paling?’
Dat heb ik wel.

Pap wordt weer wakker.
‘Moet je horen Nadda, die caravan wil ik aan zus geven’.
Nogmaals vraag ik waar ze hem neer zou moeten zetten.
‘Gewoon, op het veldje achter haar huis’.
Ik zeg dat dat van de gemeente is. ‘Dat kan niet zomaar pap, dat weet je toch?’
‘Hij kan ook best in haar tuin hoor’.
Mijn god, wat heeft hij zich nou weer in zijn hoofd gehaald?
Ik begin maar snel over wat anders.

‘Weet je nog van die dag dat we gingen vissen pap?’
Gedeelde herinneringen verbroederen, ik weet het nu zeker.

Als ik thuis kom drinken we gezellig een wijntje aan tafel.
Er valt genoeg te bespreken.
Kylian schuift een uurtje later ook aan. Hij is met Roel en twee meiden naar Zaandam geweest. ‘Gaan we nog uit eten?’ We hebben daar alledrie eigenlijk niet zo’n zin in. Rem en ik halen Indisch.

Net als Boer zoekt Vrouw is afgelopen gaat de telefoon.
Ik schrik me de tandjes.
Het is pap. Zoals altijd komt hij zonder enige plichtplegingen direct ter zake: ‘Nadda geef me Remco even’.
Geduldig legt Rem het nog een keer uit. ‘Klaas, er is niemand die nog geld van je krijgt, de camping niet, de stalling niet, helemaal niemand. Het is allemaal geregeld, echt waar!’
Gerustgesteld (voor het moment) legt pap weer neer.

Ik heb hem laatst gezegd nadat de dokter weg was dat hij dan voor ons maar vast de hele boel ‘daar boven’ moest gaan inspecteren voordat wij later zouden komen. ‘Dan kom je daarna maar weer eens terug als het tijd is om mam te halen?’
Hij glimlachte even toen hij snapte wat ik bedoelde.
‘En over mama hoef je je echt niet druk te maken, daar zorg ik wel voor, dat beloof ik je’. Ik slik wat weg.
‘Misschien neem ik haar wel lekker mee op vakantie ‘.

Toen mam op dat moment van het toilet was gekomen riep pap gelijk:’ Adri, kom eens zitten’. Hij klopte op de bank naast hem.
‘Nadda wil je meenemen op vakantie met de jongens. Dat moet je doen hoor. Tenminste, als je dat natuurlijk zelf wilt’.

Maandag.
In de trein op weg naar huis bel ik mijn ouders. Pap neemt op. Dus is mam even snel naar de winkel, weet ik.
Ik hou het kort. ‘Ik kom zo even snel een bakkie doen hoor’.

Ik ga achterom naar binnen. ‘Hoi pap’.
Na een kus zet ik de koffie aan.
Nee, hij hoeft niet.

Mam komt thuis. Verwaaid.
‘Eerst even een sigaretje hoor’.
Ze heeft het druk gehad vanmorgen. De apotheek gebeld, en nog wat andere service verlenende bedrijven.
‘Ik heb wel een uur in de wacht gestaan’.
Ze heeft daar een gruwelijke hekel aan.
Ik heb dat niet van een vreemd.
‘En daarna heb ik de kerstboom weggehaald’.
Tjonge jonge. Ik glimlach.
‘Hij staat op de logeerkamer’.
Nee, het stalletje doet ze liever zelf. Op haar gemak.
‘Daar moet je echt even rustig voor gaan zitten hoor, anders breken de beeldjes’.
Ik snap het. Ze is het nog niet vergeten.
‘Kylian komt vanavond de kliko voorzetten, dan kan hij het mooi allemaal even voor je naar boven brengen’.

Dan verteld ze wie er allemaal gebeld hebben en gevraagd hebben of ze langs mochten komen. ‘Het is zo druk Nar, je vader wil het niet’.

Zus heeft ook gebeld. Het is voor het eerst sinds de kerst dat mam zus weer spreekt.
Zus en ik smessen wel als er nieuws is, maar contact met pap en mam heeft zus weinig.

Net als ik weg wil en mijn vader een kus geef, vraagt hij:
‘Wanneer ga je me haar nu doen?’ De afgelopen dagen wilde hij het niet.
‘Zal ik dat nu nog even doen dan?’
Dat wil hij wel.
‘Waar ligt de tondeuse pap?’
Pap denkt na.
‘Klaas, waar is de tondeuse?’
‘Stil nou, ik denk na’.
(…)
‘Kan hij soms op het kastje in de badkamer liggen?’
Ja. Dat is het. Ik zie het aan zijn gezicht.
‘Ja, kijk daar maar even Nadda’.

Even later scheer ik voor het eerst in mijn leven mijn vaders hoofd in modelletje ‘Helemaal kaal, lekker glad’.
‘Weet je het zeker pap?’
Stomme vraag.
Voor de zekerheid kijk ik toch mam nog even aan.

‘Zal ik je gelijk nog even scheren? Is dat ook maar mooi weer gebeurd’. Zo gezegd, zo gedaan. Ik word er al een beetje handig in.

Als ik aan het stofzuigen ben belt mijn oom J. Het is de jongste broer van mijn vader.
Mam is vrij vaag aan de telefoon. Moeilijk ook, nu mijn vader meeluistert.
‘Wil je je broer J. zien?’
Nee, schudt pap.
‘Zal ik hem anders morgenavond even bellen?’
Dat wil hij wel. Iedereen die mijn ouders belt gaat altijd automatisch op de intercom.
Dat je het weet.
‘Zo, dat is dan 19 euro 95’ grap ik als de boel weer aan kant is, en mijn jas aan trek.

Als ik thuis ben bel ik mijn oom gelijk even terug. ‘U zult wel met een aantal vraagtekens boven uw hoofd lopen nu’. Dat deed hij inderdaad. Op een toon alsof ik over de melkboer spreek, leg ik de stand van zaken aan hem voor.
‘Morgenmiddag komt dokter. Daarna weet ik dus wat meer, dan bel ik u terug’.
‘Misschien een kaart sturen, dat vindt hij leuk’, zeg ik als mijn oom vraagt wat hij kan doen.
Mijn vader heeft de afgelopen maanden veel kaarten gehad. Soms met wat leuke korte luchtige verhaaltjes of een foto van een nieuw huis.
Dat vond hij erg leuk. ‘Kijk eens, van mijn zus’. Of: ‘Kijk, eens, van mijn broer G. uit Zweden’.
Hij is op zijn eigen manier een trotse broer van al zijn zussen en broertjes.
De oudste zoon van elf kinderen.
‘Sterkte Narda’, zegt de jongste daarvan nu tegen mij.
Morgen zal ik het zusje van mijn moeder ook even bellen, besluit ik.

De jongsten regelen het toch maar weer mooi allemaal;-)

Advertenties

6 gedachtes over “Scheren, bellen, en maar koffieleuten

  1. Nieuw jaar
    Nieuwe krachten ! ! !

    Op camping Bakkum heb ik ook nog een paar jaar gewerkt.
    Dat was 2 jaar geleden voor het laatst, in de fietsenwerkplaats.
    Samen met een hoop `gekken` van Dijk en Duin.
    Enne…………de grootste GEK was ikke! 😉

    Like

  2. Goed om ( in de reacties) te lezen dat het goed met je gaat , je hebt gelijk., dit soort situaties haalt vaak het beste uit een mens! Je komt er sterker uit dan je ervoor was.
    Je zult nooit meer vergeten dat jij kracht uit “slechte tijden”kunt halen en dat is héél waardevol!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s