30 januari blues…

Soms lukt het gewoon niet: schrijven.
Soms kun je gewoon beter even lekker gaan lezen….

Nee, niets aan de hand hoor, alles gaat goed. De ‘BinkCock au Vin’ zit al in de pan, heb boven maar weer eens een beetje orde geschept.
Ben naar de tandarts geweest, heb verse boeken en de boodschappen gehaald, en een bakkie gedaan bij mam.

En nu ben ik moe.
Zo ontzettend moe.

Ik zeg: Boek
Ik zeg: Bank
Ik zeg: Fijne dag nog allemaal.

20140130-163743.jpg

Over dunne draadjes en ‘vaker doen’

Donderdag
Smes naar zus:
‘Wil je dat ik even bel?’
Het hoeft niet. Ze belt zelf morgen even naar het ziekenhuis.

Vrijdag
‘Maar mam, dan kom je toch gewoon lekker zondag bij ons snert eten in plaats van vanmiddag?’
Haar vriendin Lidie komt die middag gezellig bij haar langs.
Wel een beetje teveel van het goede om daarna nog bij ons te komen vindt mam ook.
‘Ja, dan eet ik wel gewoon zelf dat potje rode kool vanavond met dat stukje draadjesvlees’.

Nadat ik het huis weer een beetje op orde heb gemaakt en de weekend boodschappen weer op de planken liggen ga ik nog even langs de bieb.
Met een boekje over rouwverwerking geschreven door Jos Brink plof ik even later weer op de bank.

Zaterdag
Om vier uur stap ik na het werk samen met mijn nieuwe collegaatje op de tram richting West om bij een andere collega te gaan borrelen. Op 1 na zijn alle secretaresses present.
Iloon heeft heerlijke salades gemaakt en een flesje wijn open getrokken. ‘Gezellig hè, moeten we vaker doen’.

Zondag
Mam wil het liefst nog even thuis blijven. Nog niet op visite, nog even nergens heen. Bij ons snert eten wil ze gelukkig wel. ‘Kun je me dan half vijf ophalen?’

Om twee uur stappen we met ons drietjes binnen bij ’t Schippersrijk’.
Vandaag is er een zanger. ‘Maar het is meer achtergrond muziek hoor’, sust de eigenaresse als ze ons naar een tafeltje op het podium leidt.
Even later is er gelukkig toch een plekje bij het raam vrijgekomen met uitzicht over het Uitgeestermeer. De regendruppels slingeren op de maat van een ‘Lang zal ze leven’ van de gasten naast ons langs het raam naar beneden, het meer in. Een eenzame eend zwemt rond de verlaten meerpalen. Een koppeltje meeuwen scheert langszij.
‘Nar wat wil jij?’
‘O. Sorry. Een rode huiswijn graag’.

Even later komt ook ons metertje lunch. Op een smalle houten plank staan verschillende voorgerechtjes op een rij. Paling, garnaaltjes, carpaccio. Maar ook een mosterdsoepje, een kaasfonduetje en een gegrilde gamba. Heerlijk!
We kletsen wat, en eten wat.
Kylian heeft zijn laatste stagedag er inmiddels opzitten.
‘Weet je wie er van de week bij ons logeerde?’ Hij noemt de naam van een voetballer. ‘Een zootje joh in die kamer!’
Dit moeten we echt vaker doen, zo’n gezellige zondagslunch.

Ook met mam is het even later gezellig. Natuurlijk straalt het verdriet eraf, maar het doet haar zichtbaar goed om over pap te praten. ‘Ik heb zo’n mooi boekje meegenomen uit de bieb voor je mam’.
Ze zal wel zien.

Maandag
Om half tien ben ik bij Mw. Blom, de psycholoog.
We praten na over alles wat er de afgelopen weken is gebeurd.
‘Ik heb toch een speech geschreven’, zeg ik trots.
Even later gebruik ik een ongelukkige woordspeling.
Gelukkig kan zij er ook om lachen. ‘Weet je wat zo fijn is, er zijn zoveel mensen die geholpen hebben om alles wat draaglijker te maken. De huisarts, de thuiszorg, de pastor, Esther, het werk’.
Maar zij ook. Hoewel ik nog niet veel bij haar ben geweest, heeft ze me met een paar rake zinnen toch heel erg behulpzaam kunnen zijn. We spreken af dat ik over vier weken weer eens langs kom.
‘En als je het eerder nodig vindt dan mag je bellen hoor’.

Bij mam ga ik weer in de regel-mode. Ik bel de thuiszorgwinkel om de douche-stoel weer op te laten halen en zorg dat de grote doos broekjes morgen ook eindelijk eens wordt meegenomen.
Verder koop ik een aardigheidje voor Linda, schrijf ik een kaart voor de pastor en haal ik wat kleine boodschapjes voor mam.

Rem is vroeg thuis. Als we erachter komen dat de IZZ onze verzekeringen heeft veranderd in basispakketten in plaats van zo hoog mogelijk aanvullend spring ik bijna uit mijn vel van woede. Mijn hoofd bonst er van.
‘Hoe KAN dat nou? Hebben we geen bevestiging terug gehad?
Ik ben onredelijk en ik weet het.

Even later heeft Rem alles weer telefonisch recht gebreid.
‘Ze hebben een storing gehad, het komt allemaal helemaal weer goed, maak je niet zo druk’.

Pas als de adrenaline weer wat uit mijn lijf is gezakt, en ik bekaf op de bank lig, besef ik pas goed hoe dun en kwetsbaar het draadje dat mij bij elkaar houdt eigenlijk nog maar is.

Het leed dat hersenbeschadiging heet…

Kon er niets aan doen.
Het was het eerste wat in me opkwam toen ik het gister hoorde op de radio op weg naar de tandarts.

Even ervoor had ik nog luidkeels ‘vriendschap’ van het Goede doel meegezongen.
Was heel toevallig dat ik net ter hoogte van KFC reed.
En ook toevallig dat ik later, als ik klaar was bij de tandarts nog even snel een bakkie zou doen bij San.
Dertig jaar geleden lalden we samen ‘Vriendschap’ in de kantine van KFC.
De armen om elkaar, in onze handen twee bier.
In onze haren ook. Minstens.
Vriendschap.
Wat weet Henk Westbroek daar dan ook van?

Ik trok op bij het stoplicht.
Een Tia. Zomaar. Marco. Borsato.
Sjees.
Wat erg.

Ja.
Natuurlijk staat hij vast heus weer binnenkort op de planken.
Natuurlijk zit hij binnenkort wel weer bij the Voice.
Natuurlijk wel.
‘Hij houdt er vast niets aan over’.
Lichamelijk misschien niet nee.

Maar soms wordt de schade gewoon pas veel later zichtbaar.
Moe, niet meer kunnen organiseren, ongeduld, woede- uitbarstingen, ongeremdheid, karakterveranderingen, geen schaamte meer kennen…
Verder gaan?

Ik hoop dat hij er goed vanaf komt en dat het hier bij blijft.
Nog meer voor Leontien en de kinderen dan voor hem zelf hoop ik dat Marco nog dezelfde Marco zal mogen zijn.

‘Gelukkig heeft hij altijd nog zijn muziek’.

—————-

Mijn zus heeft waarschijnlijk op haar 26e een tia gehad. – Achteraf pas vermoed-.
Van een hardwerkende dierenarts assistente die beeldjes van eenden verzamelde en woonde in een kraakhelder appartement, is ze veranderd in , nou ja zeg maar het tegenovergestelde. 6 jaar geleden heeft ze daarbovenop nog een zwaar herseninfarct gehad in de linkerhemisfeer.

WE 300 : ‘verwaarlozing’

Iedere maand verzint Plato (http://platoonline.wordpress.com)
een schrijf uitdaging. Het is de bedoeling is dat je in precies 300 woorden een verhaal schrijft waarin het betreffende woord dat Plato heeft gekozen niet mag voorkomen.
Het woord van deze maand is ‘verwaarlozing’.

Ze opende de blauwe voordeur. De laffe geurmengeling van kattenpies, wierook en patchouli kwam haar in de hal al tegemoet. Ze hield er niet van. De paarse deur naar de kleine woonkamer en keuken was gesloten. Aan de trapleuning hingen talloze jassen en andere kledingstukken.

Eenmaal in de woonkamer drong de geur in al zijn onbescheidenheid bij haar binnen. Voorzichtig keek ze of de deur naar de bijkeuken wel dicht was. Er waren nu toch geen katten binnen?

Dezelfde buurvrouw die het natte kleed van de bank had meegenomen om te wassen, had er ook voor gezorgd dat er brokjes stonden. Vijf katten? Tien? Zou ze zelf wel weten hoeveel katten ze had?

Behoedzaam liep ze door de kamer. Hoeveel spullen kan een mens hebben? Maskers, Maria beelden, en schedels leken een verbond tegen haar gesloten te hebben.
‘Indringer!’

Uit het vriesvak van de koelkast bulkte zoveel ijs dat het deurtje niet meer dicht ging. Hij was nagenoeg leeg. In een hoek op het aanrecht stond een fles. Wijn? Ze schonk het restje Port in, en ging zitten op het plekje dat haar het droogst leek.

Het kleine teeveetje deed het niet. Aan de andere kant van de kamer tegen de oranje muur stonden twee prachtige schilderijen op een ezel voor een grote stapel kleding op een bankje. Daarnaast stond een paspop die haar zo doordringend leek aan te kijken dat ze besloot niet langer in de kamer te willen blijven.

Wanneer was ze hier voor het laatst boven geweest? Negen jaar? Het kamertje van toen was niets veranderd. Alleen lagen zijn babykleertjes nu in slordige stapels gebroederlijk naast de commode met wat hij de afgelopen negen jaar verder gedragen had.

Toen ze uiteindelijk in het bedje stapte, stootte ze haar teen tegen iets hards.

Het was Dino.

Fietsplannen, flash- backs en een kookbelofte

Zondag
‘Mag ik binnen roken Narda?’
Mam kijkt me nerveus aan, de sigaret en de aansteker heeft ze al in haar hand. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om haar nu naar de veranda te verbannen. ‘Pak maar een asbak Nar’. Gelukkig capituleert ook Rem.

Een uurtje later zitten we gezellig aan de preischotel. ‘Erg lekker hoor’, vindt mam. Voor de zekerheid had ik er het hele flesje volle kookroom er maar door geflikkerd. Ze doet zichtbaar haar best om het kleine stukje op haar bord helemaal op te eten. ‘Wat vult dat altijd hè?’ Ik bedwing mijn neiging om aan te dringen. Dat werkt alleen maar averechts weet ik. Haar toetje – met slagroom- eet ze helemaal op. Demonstratief schraapt ze haar lepel over de bodem van het ienie-mini schaaltje.

Maandag
Na het werk drink ik snel nog even een bakkie bij mam. Kan ik gelijk even de kliko voorzetten, dat ding krijgt ze als hij vol is van ze lang zal ze leven (!) niet van zijn plek.
Net als ik ding op de plek neerzet waar hij volgens mam moet staan komt overbuurvrouw V. er aan. (Van de zonnebloemen).
‘Is het misschien handig als ik jou nummer heb Narda?’
‘Als de gordijnen nou een keer dichtblijven Kan ik je bellen’.
-Ja fijn!-

Dinsdag.
Ik werk van half twaalf tot half vijf. Misschien een beetje vreemde tijd, maar dan kan ik daarna direct door naar de
(verplichte) voorlichtingsbijeenkomst. Een aantal collega’s condoleren me nog. Vorige week had ik ook al lieve kaartjes gehad en een prachtige bos witte bloemen van de Unit. Het doet me allemaal goed en het is
leuk om weer een beetje aan het werk te zijn, al is het zo idioot druk en hectisch dat ik niet eens voor twee uur aan mijn eigenlijke taken voor die dag toe kom. Met de bedrijfsarts heb ik afgelopen maandag afgesproken dat ik nog eventjes op de drie keer vijf uur blijf. Misschien volgende week maar met die antibiotica beginnen.
En zo.
Stom lijf.

Woensdag.
Gister is mam voor het eerst sinds paps overlijden de hele dag alleen geweest.
‘Ging wel hoor, alleen zo slecht geslapen’, zegt ze als ik bij haar aan tafel zit. Ze had zelf haar boodschappen gedaan. Voor het eerst sinds weken weer eens op de fiets. ‘Dat viel wel tegen’. Ik zeg dat ik haar een bikkel vind. Ze weet dat als het een keertje echt niet gaat, ik het voor haar doe. ‘Ik moet er toch even doorheen hè, anders durf ik helemaal niet meer’.
Van het voorjaar gaan we een nieuwe fiets voor haar kopen.
‘Pap wilde ook al zo lang dat je dat ging doen’.
‘Ach, tweedehands is toch ook goed, het is misschien nog maar voor even’.
Mooi niet.

In de auto op weg naar de bank vertel ik mam dat er nog steeds vlagen flash- backs binnen komen. ‘Ineens wist ik weer dat Rem pap nog heeft geschoren die vrijdag’. Datzelfde was haar toevallig gister te binnen geschoten.
‘En dat pap riep toen de dokter had gebeld dat het iets later zou worden:”Nog even wachten Petrus, ik kom er zo aan’. Ook dat wist mam nog. Ze heeft hetzelfde.

De bankmevrouw is erg aardig en begrijpend. ‘Ik heb mijn man vorig jaar aan longkanker verloren’. Wat is het toch een kl. ziekte.

Om half zes drop ik Kyl bij Minus om zijn scooter op te halen. Hij is zo blij als een kind als er van de stormschade helemaal niets meer te bespeuren valt.

Rem is laat. Kyl en ik kijken met ons bordje op schoot naar ‘Masterchef Amerika’. Het contrast is nogal schril inderdaad.

‘Binnenkort ga ik voor jullie koken mam. Ga ik een lekker stukje vlees halen bij de slager. Roseval aardappeltjes erbij uit de oven met rozemarijn…’
Dan schiet hij alweer in zijn jas en pakt zijn helm. ‘Waar ga jij nou heen?’
‘Werken mam, vakjes vullen weet je wel?’

Tja.

Alles draait door.
Gewoon door.
Met of zonder jou.
Gewoon door.

Mooi wel.

Paling, fietswrakken en een boezeroentje

Zaterdag
Nadat Bink sinds tijden weer eens de poep uit de veren heeft mogen badderen en zichtbaar blij is met zijn schone kooi gaan we naar mijn ouders moeder.

Als we aankomen heeft mam de radio gezellig aan. De sfeer voelt goed. ‘Het was eigenlijk wel fijn om weer even alleen te zijn’.
Voor het eerst sinds tijden praten mam en ik weer even samen. Rem is doorgereden naar Minus om eens te kijken of er al enig schot zit in de reparatie van Kylian zijn scooter.

We maken een boodschappenlijstje. Onderwijl drinken we koffie.
Normaal drink ik maar twee hooguit drie kopen koffie per dag.

De stilte is niet vervelend.
Mams handen bibberen nog steeds. Als Rem terug is gaan we samen even naar de Coöp, de visboer en de bakker. ‘Best gezellig toch mam, even met z’n tweetjes?

Als we terugkomen met de boodschappen is Rem nog bezig met het deurtje van de koelkast. De lade van het bureau in de logeerkamer heeft hij dan alweer gefixt. Hoewel vast en zeker onbedoeld laat zus toch altijd een spoor van vernielingen achter.
‘Ik weet precies waar alles ligt in de schuur , Klaas heeft dat zo logisch opgeborgen allemaal’.
Ze lijken ook best op elkaar wat dat betreft.
-Getsie, misschien heb ik wel zo’n een of ander complex?-

Als ook het kruisje naar de zin van mam hangt nemen we gezellig een wijntje.
Ik zuip wat af de laatste tijd. Drink ik normaal hooguit 1 keer per week een glaasje als er niets te vieren valt, nu heb ik sinds vorige week iedere dag wel een wijntje of twee, drie
(oké, laat het wat meer zijn) achterover geslagen.

We praten na over de laatste weken en dagen. ‘De speech van ome G. was ook mooi hè?’
Een van de broers van mijn vader had zeer beeldend -uit het blote hoofd!- verteld over de rol die pap als oudste broer in zijn leven speelde. ‘Klaas klom stiekem het hek over en stal het brood van het paard en stopte het snel onder zijn boezeroentje’. Dat was in de oorlog. ‘Zodat wij te eten hadden’. En:’Klaas knutselde van een aantal oude fietswrakken een hele nieuwe fiets voor me in elkaar zodat ik kon studeren. Hij schilderde hem zelfs nog’.
Typisch mijn vader, vooral de gouden randjes natuurlijk waarmee hij uiteindelijk de fiets versierde.
Mijn oom had een oude schoolfoto mee van mijn vader.
Ik ben later helemaal vergeten te vragen of ik die nog mocht zien.

Om zes uur laten we mam alleen.
‘Wel bellen hoor als je troost nodig hebt of voor wat dan ook, afgesproken?’
Ze knikt. En glimlacht.
Ze eet straks een broodje paling.
Is ze gek op.
‘En dat slaatje toch hè mam?’

Morgen komt ze eten.
Preischotel. .
Vindt ze heerlijk.
Flink wat volle ‘Heel klein scheutje magere’ kookroom erdoor.
Hap-slik-weg!
‘Je vader hield niet zo van prei’.

‘Tot morgen dan mam!’

Tja. Taaie rakker, die mams van mij!

Bij de tijd…

Vrijdag
‘Wat voor dag is het nou?’
‘Zaterdag toch?’
Alledrie zijn we hondsmoe.
Mijn lijf voelt alsof ik een marathon heb gelopen – yeah, dream on- en daarna de kuur van Epke nog eens dunnetjes heb overgedaan.
Ik ga maar eens lekker in bad.

Om drie uur zijn we bij mam.
‘Ik heb een klein cadeautje voor je’. Dat vind ze leuk.
Met haar bevende handen pakt ze het uit. ‘Een agenda’ zeg ik.
Dat ziet ze zelf ook wel natuurlijk.
Marjolijn Bastin heeft kwistig met vrolijke vlindertjes en bonte bloemetjes gestrooid. ‘Wat een mooie’.
We schrijven direct de eerste afspraken er in. ‘Cv ketel wordt schoongemaakt’. ‘Narda koffie 16:00 uur’.

Zus gaat vanmiddag weer naar 220 km verderop. Ze is in een redelijk humeur gelukkig. Het is ook allemaal wat voor haar. Misschien moet ik haar voorstellen er binnenkort maar eens wat belletjes aan te gaan wagen. De oproep van het ziekenhuis duurt wel erg lang.
De planning voor het plaatsen van de stan was afgelopen februari. Haar nikkel allergie gooide roet in het eten. Dus nu wordt het waarschijnlijk Amsterdam, en geen UMCG.

Mam vind het niet erg om straks alleen te zijn. ‘Ga ik lekker de Voice kijken’.
We spreken af dat ik morgen samen met haar de boodschappen gaan doen.
‘Kan Rem dan morgen dat kruisje boven de deur ophangen?’

Als we weer in de auto zitten belt dr. Spruitje om te vragen hoe het gaat. Hij heeft zo even ook mam gebeld. Lief van hem.
Komende week is hij een weekje afwezig, zo meldt hij.
‘En heel erg bedankt voor de Hyacint’.

Kyl hangt gezellig met ons mee, al doet hij dat een etage hoger. Rem gaat de eitjes bakken.
‘Doe maar gewoon, 1 wit broodje, 1 bruin broodje, allebei met boter, dan een plakje ham, en daarop het ei: Hele dooier, een beetje zacht vanbinnen maar het wit moet wel goed gestold. Geen snot-ei! Je mag wel een heel klein beetje jonge kaas mee bakken. Daarnaast wil ik mijn tomaat in plakjes, en een augurkje en wat zuur on the side. Neem die nieuwe borden maar’.
Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Ik knap zowat uit mijn velletje als ik zie dat hij mijn ham heeft meegebakken en er pittige Italiaanse strooikaas overheen heeft gestrooid. ‘En mijn dooier is helemaal gestold en er zitten harde randjes aan mijn ei’.

‘Sorry Rem’.
‘Geeft niets’.

Als we even later gedachteloos naar ‘Nederland van boven’ kijken schiet me ineens weer iets te binnen.
‘Weet je nog vorige week vrijdag toen pap nog leefde en de telefoon ging?’
Het was de dokter geweest. Rem had opgenomen.
‘Nou dat weet ik niet precies hoor, ik geef u mijn vrouw wel even’, had deze gezegd.

Opnieuw had de dokter zijn vraag gesteld , maar nu aan mij.
‘Klaas dokter’
[…..]
‘Nee, alleen Klaas’.
[….]
‘Nee, echt alleen Klaas hoor’.

Toen ik de verbinding had verbroken had Rem gezegd:
‘Wilde hij nou weten of er meer liefhebbers waren voor euthanasie?’
‘Misschien krijgen we wel groepskorting’, zei ex.
Volgens pap was het gewoon een strikvraag:
‘En? Ben ik door naar de volgende ronde?’

Nieuwe plannen maken

Het is gebeurd.
Achter de rug.
Klaar.

De speech ging goed.
Dat wil zeggen:
Ik ben niet in snikken uitgebarsten / flauwgevallen, en het was goed te verstaan.

Weer was oudste neef er van mijn vaders kant.
En Essie Erwt, Sandra en Karin. Fijn.
En Cora, de jeugdvriendin van zus.
En heel veel lieve andere familie leden, vrienden en bekenden.

Had ik trouwens al verteld dat Linda van de thuiszorg er gister nog was?
Bij de condoleance. Topwijf is het. Nummer 8 van Nederland hoorde ik van een kennis. Dat moet een foutje zijn. Ik weet namelijk zeker dat ze de beste thuiszorgverpleegkundige is van Nederland.

De helft van de bloemen zijn op het strooiveld gelegd. Daar ligt mijn peetoom. De andere helft hebben we met nicht José en Kyl bij het grafje van haar zoon Rick gelegd die op tweeënhalf jarige leeftijd is overleden. Hij was een paar maandjes ouder dan Kyl.
Had mijn vader ook vast mooi gevonden.

Na afloop een borrel bij mam.
Ik zat om half drie al aan de wijn.
Zus wil ook een zaansgroene kist.
En later ook worden uitgestrooid bij pap en mam in het Guisveld.
Misschien alledrie tegelijk.
Ja. Natuurlijk. Nino mag er ook bij.
Of we het even regelen dan.
Mam verteld alvast de juiste lokatie aan Rem.
‘Bij dat bruggetje. Ziet er net zo uit als op de kaart’.
Ik zeg dat we dan wel getuigen moeten meenemen. Een broer en een zus.
Gezellig, wijntje erbij en een hapje op de boot. Zou er bijna zin in krijgen.
Mam doet gelijk een suggestie voor de getuigen.
‘We kunnen natuurlijk ook op de schaats. Allemaal een rugtasje. Wie weet zijn de leden van de GVB wel te porren.
Berenburgertje er bij.
Nou alleen de datum nog.
We lachen.
Om serious business.

Als zus zegt dat ze wel eens eerder aan de beurt kan zijn als mam, begin ik over een wilsverklaring.
‘Misschien handig als we dat voor je operatie aan je hoofd doen’.
Ze wil heel graag een wilsverklaring.
Coma is ook net niks natuurlijk.
‘Wil jij dat regelen?’
Ook voor mam.
Natuurlijk.
Doen we.

Wat moet ik verder nog zeggen?
Zus was engelachtig vandaag.
Blij met mijn speech.
Kreeg heel veel complimenten trouwens over mijn speech.
Wist ook niet dat ik het in me had.

Later op de dag zijn Rem, Kyl en ik naar de Krokodil geweest.
Een Spaans restaurant.
Mam houdt niet zo van uit eten.
En terwijl Julio weer ‘la Carretera’ zong,
verslond ik massa’s tapas.

Mijn vader zou tevreden zijn geweest.

20140117-030716.jpg

Pap. 30-08-1935 – 10-01-2014

Speech:

Graag wil ik namens mam, Zus Remco, Kylian en Neef iedereen welkom heten.
Fijn dat jullie er zijn.

Mijn zus had graag hier zelf als oudste het woord genomen, maar vanwege haar afasie is dat helaas niet meer mogelijk.

Vandaag nemen we definitief afscheid van mijn vader die door ziekte veel eerder gestorven is dan hij voor ogen had. Zijn ziekte was een oneerlijke strijd die hij bij voorbaat al had verloren.

Behalve een periode van angst, verdriet en machteloosheid was het afgelopen half jaar ook een periode van liefde. Hoe gek het misschien klinkt: Ik ben dankbaar dat ik deze periode van zo dichtbij heb mogen meemaken.

Als mijn vader namelijk IETS vervelend vond was het wel hulp van anderen te moeten aanvaarden. Veel liever bood hij zelf de helpende hand.
‘Is het niet lastig voor je Nadda? Heb je wel tijd?’
En dan zei ik:
‘Weet je nog hoe vaak jij op Kylian heb gepast, of hem weer eens voor me uit het kinderdagverblijf ophaalde als ik het net niet redde?’
Ook voor Zus stond hij altijd klaar.

Hoewel de vele ziekenhuisbezoeken vervelend waren, maakten we er maar het beste van. Vaak zaten we in onze eigen gedachten in stilte in de auto of de taxi, maar soms kwamen de oude herinneringen boven als we Wormerveer weer naderden.

‘Kijk Nadda, in dat slootje viste ik altijd’. Hij wees dan naar de Ruijsdaalkade aan de rand van het Guisveld. ‘En daar was vroeger een bloemenwinkel’.

Mijn vader is in wormerveer Zuid geboren op de Delistraat.
Een paar weken geleden zijn we er samen nog doorheen gereden, en wees hij de plek waar hij vroeger woonde.
Iedere dag liep hij over de wandelweg en de Zaanweg naar school, zo vertelde hij.
Hij was de oudste zoon van elf kinderen, wat in die tijd zoveel betekende als werken voor de kost. De meeste jongere broers gingen doorleren. Dat was gewoon in die tijd vaak zo.

Gelukkig stak hij graag zijn handen uit de mouwen, dus Ja, de ambachtsschool, dat was wel wat voor hem. Later heeft hij in de avonduren nog een aantal diploma’s gehaald. Gebroeders Klinkenberg, Gova, fa. Duijn.
Hij hield van het werk wat hij deed.

Na zijn diensttijd leerde mijn vader mijn moeder kennen in het Wapen van Assendelft. Zij was nog maar een meisje van 15 jaar oud. In april 1964 zijn mijn ouders getrouwd in Assendelft. Uiteraard werd dit gevierd in het Wapen.
Jaren later heeft in dezelfde zaal waar zij elkaar ooit voor het eerst ontmoeten de huwelijksvoltrekking van Remco en mij plaatsgevonden. Mijn vader was zo trots als een pauw toen ik aan zijn arm de zaal binnen liep.
En ik ook.

In 1964 werd mijn zus geboren.
Twee en half jaar later volgde ik, en waren we voortaan: ‘Klaas, Adri en de meiden’.

We waren zeer gelukkig met ons viertjes op de flat in de Herman Gorterstraat.
Het was er misschien wat klein, maar altijd was het er knus en gezellig.
Pap was onze held.
We gymden wat af op zijn benen.
Pap wist alles.
Pap kon alles.
Zelfs buikpijn wegwrijven, en in toedekken was hij onovertrefbaar.

En ALS hij het eens niet wist, verzon hij er wel wat op met een ti-rippie hier, of een klinknageltje daar.
Hij was zeer vindingrijk.

Pap gooide ook niets weg wat nog goed was. Alles werd keurig netjes, voorzien van de juiste labels, bewaard op de zolder of in de schuur. Zo 1 keer in het jaar werd door pap de schoenenzak weer te voorschijn gehaald. ‘Kijk nou meiden wat een mooie gouden laarzen. En nog helemaal goed’. Zuinig op zijn spullen was hij zeker. Bij iemand in het krijt staan wilde hij niet.

Toen ik een jaar of drie was kochten mijn ouders een caravan. Camping Travaille, de Oude Boomgaard, Geversduin en later Bakkum waren de campings waar we een staanplaats hadden.

Maar ook trokken we zomers vaak met de caravan door het hele land. Dat zijn mooie herinneringen. We hadden het er vorige week nog even over.
Net als over biljarten, maar daar verteld mijn oom straks vast wel wat meer over. En vissen natuurlijk, ook een grote hobby van mijn vader.

Zijn stalen roeiboot had hij zelf gemaakt.
Avonden aaneen ging hij naar de werkplaats. Het was een donkergroen bootje, met vrolijke halfronde oranje zitvlakjes op de plankjes geschilderd. We gingen er vaak mee varen in het Noorderveld en Guisveld.

In strenge winters ging het bootje op de kant en schaatste mijn vader kilometers met mam door dezelfde polders. Soms vergezeld door de leden van de ‘GVB’ het gezellige ‘Goed voor Berenburg familie-schaatsclubje.

Maar natuurlijk was er ook die andere GVB, de vrijwillige brandweer waar hij lid van was. Zijn broek en laarzen stonden waar hij ook was, klaar om er meteen in te springen zodra de pieper ging. Bretels omhoog en weg was pap. Nou ja, eerst een snelle kus voor mam natuurlijk.

Begin jaren ’70 heeft hij zich mede ingezet om de Wormerveerse Stoomspuit op te knappen. Avond aan avond was hij ermee bezig. De jaren daarna gaf de Stoomspuit acte de présence op diverse evenementen. Als stoker stond mijn vader op zo’n dag uren naast de hete ketel. 2 bar, 3 bar, prachtig vond hij dat. Het waren mooie, oergezellige tijden.

Begin van de crisisjaren ’80 maakten we als gezin een paar moeilijke jaren mee. Zowel financieel als emotioneel.
Twee pubers en een vader in de midlifecrisis leeftijd.
Dat ging natuurlijk niet altijd even goed samen.

Maar we hadden we het ook nog steeds gezellig hoor, tussen de buien door scheen altijd de zon. In die periode ging pap ook kippen fokken. Iedere dag keerde hij tweemaal daags de eieren op zolder. En als de kuikentjes uitkwamen, mochten ze de eerste weken in een piepschuim doos op het dressoir.
Typisch iets voor mijn vader om daar een raampje in te maken zodat de kuikens naar buiten konden kijken.

Toen mijn zus en ik weer wat ouder waren gingen mijn ouders voor het eerst naar Spanje. Dat beviel ze zo goed dat ze daarna nog 50 keer zijn geweest. Dat weet ik van mijn zoon die dat vorig jaar samen met opa toevallig eens heeft zitten tellen, met de vele foto’s erbij.
Strand, dansen, een borrel. Ja, het ideale paar van Sirocco hield wel van een feestje.

Op de dag dat ik een moeder werd, werd mijn vader een Opa.
En wat voor 1! Hij was zeer nauw betrokken bij Kylian doordat ik in die periode een alleenstaande werkende moeder was. En hoewel we het soms niet helemaal eens waren over de opvoeding van Kyl – hij verwende hem gruwelijk- zal ik daar altijd heel dankbaar voor blijven.

Ook zijn tweede kleinzoon werd datzelfde jaar geboren. Neef.
Twee kleinzoons!
Hij kon zijn vreugde niet op.
Zodra de jongens een jaar of drie, vier waren moesten ze natuurlijk mee kamperen. Er kwam een vaste sta-plek op Bakkum waar ze lieve mensen leerden kennen en hele fijne jaren beleefden met Kylian en Neef.

Nee, het buitenland hoefde niet meer zonodig voor pap.
De camping was prima, hij kende er de weg, hield van de omgeving, de duinen, het strand.
Uit eten was ook niet zo besteed aan hem. Het liefst at hij gewoon lekker bij mam thuis. Wie kon er immers nou beter koken dan mijn moeder?

En met een weekendje weg maakte je hem ook niet echt gelukkig. Nee hoor, mijn vader vond het het fijnst als hij gewoon met mam in het zonnetje voor de tent kon zitten. De kleinkinderen liefst in de buurt.

Ja. Mijn vader hield van rust, reinheid en regelmaat.
Hij kon geweldig orde scheppen. Niet alleen als vrijwilliger op de oude begraafplaats, maar ook kon hij als geen ander helderheid scheppen in mijn hoofd als dat soms nodig was. En dat was wel bijzonder.
Mijn vader stond namelijk niet direct bekent om zijn verbale begaafdheid.
Maar wel was hij altijd eerlijk en direct.
Hij had het talent in een paar woorden helder te verwoorden waar het eigenlijk allemaal om draaide. En vaak kwam dat uit een onverwachte hoek.

Pap hield er ook niet zo van om zijn emoties te tonen. Hij wist daar niet zo goed raad mee. 1 keer heb ik in mijn jeugd mijn vader echt zien huilen.
Die ene keer, toen hij onze poes Porrek begroef in de tuin, heeft me zeer diep geraakt.
Maar natuurlijk heeft mijn vader zes jaar geleden heel veel verdriet gehad toen mijn zus een herseninfarct kreeg, en zich sindsdien niet meer goed verbaal kan verwoorden

Tijdens zijn eigen ziekte heeft hij nooit zijn tranen getoond, hoewel zijn verdriet duidelijk voelbaar was. Hij wilde gewoon niet dat ons verdriet daardoor nog groter zou worden, dacht, dat het alles alleen maar moeilijker zou maken.

Het feit dat hij zelf in augustus zijn uitvaart met Esther van Memento mori heeft geregeld zegt veel over mijn vader. De muziek van Julio Iglesias is zijn keuze.

Mijn vader was kleurenblind.
Wat voor ons bruin is, was voor hem groen en vice versa. Soms ging dat wel eens mis natuurlijk. Hadden we opeens groene stoepen voor het huis.
Of zo.

Maar je kist is prachtig pap!
precies dezelfde kleur als de boot: Zaans bruin.

Dag lieve pap. Ga jij nou maar kijken of het daarboven een beetje op orde is. En lekker gaan vissen hoor, als dat kan. Dan zorgen wij hier beneden wel voor mama.

Beloofd is beloofd.
Afspraak is afspraak.