Kerstfeest ’74 en kerstfeest nu…. (lang verhaal)

In de klas zongen we ‘Kerstfeest. ’74 en kerstfeest toen’. De regel die daar op volgde was dan ‘Niet zoveel veranderd…wel…’
De rest van de tekst ben ik vergeten. Dat er inmiddels wel veel was veranderd leek me duidelijk. Wie had bijvoorbeeld ooit kunnen denken dat ik uiteindelijk nog eens de schoonste van ons drie zou worden? Mam deed boodschappen terwijl ik bij pap bleef. ‘Dan sop ik ondertussen wel even de keukenkastjes voor je’.

Thuis was het vroeger altijd een drukte van jewelste zo tegen de kerst in de jaren’70. Uiteraard moesten we helpen bij de Grote Schoonmaak, al probeerde ik er zoals altijd op slinkse wijze onderuit te komen door me op te sluiten in het toilet tot grote woede van zus. Het koper was echter geduldig. Pas als het zo blonk dat het pijn deed aan mams ogen, (criterium!) de matten waren geklopt, het hele huis was doordrongen van een penetrante ammoniakgeur vermengd met de geur van de Pledge en de boenwas, en de ragebol alle hoekjes had gezien was mam tevreden en gingen we op woensdagmiddag naar de markt voor een kerstboom die we met ons drieën lopend naar huis droegen terwijl de naalden van de stam in onze handen prikten. Ik liep voor spek en bonen in het midden. ‘Even wisselen hoor’. Dat was mam. Zus had als sterkste van ons drie de dubieuze eer de stam te mogen dragen. We legden de boom dan voorzichtig op de grond en liepen er omheen naar de andere kant. Dat ging zo door tot we thuis waren. Daar manoeuvreerden we net zo lang tot hij schuin overdwars op het balkon lag, waar hij bleef tot pap de tijd rijp achtte om de groene standaard uit de schuur te halen en net zolang aan de stam begon te snijden en te zagen tot de boom Wel in de standaard paste, we Wel met goed fatsoen langs de boom naar de voorkamer konden lopen en hij Wel klein genoeg was om rechtop in de kamer te kunnen staan, zonder daarbij het plafond te raken. Mams visuele inzicht was nooit zo best, of ze deed gewoon net of ze achterlijk was, dat kan ook heel goed. ‘Hij leek op de markt echt veel kleiner hoor Klaas! Ja toch meiden?’ Braaf knikten we onze hoofdjes. We konden er heel onschuldig uitzien als we wilden.
Als alle lichtjes eindelijk naar tevredenheid van mam in de boom hingen (pap) , en de piek zijn plek in de top had ingenomen (pap), mochten wij mam helpen met de ballen.
Zilveren ballen, zilveren vogeltjes, zilveren huisjes en zilveren slingers vonden 1 voor 1, op gepaste afstand van elkaar een plekje in de takken.

Pas als de boom stond, kwam het stalletje aan de beurt. Pap zette het in elkaar en legde het stro erin terwijl wij toekeken hoe mam 1 voor 1 de beeldjes die wij mochten aangeven voorzichtig uit de kranten rolde. Onderwijl probeerden we te raden wie er tevoorschijn zou komen. Josef en Maria herkenden we uit duizenden aan hun scoliose ruggetjes. Kindje Jezus werd na een ‘voorzichtig’ kusje van ons in een klein rieten mandje met engelenhaar gelegd. Pas als de hele veestapel vervolgens ook weer zijn vaste plekje had gevonden mochten de knielende engeltjes aan weerszijde van het stalletje worden geplaatst. Engel Gabriel werd vervolgens met zijn ‘Gloria in Excelsies Deo’ vaandel in zijn handen aan zijn stok boven de stal en onder de rode ster gehangen, maar niet voordat het stalletje was bedekt onder een massa met wat overtallige dennentakken van de boom. De drie koningen moesten nog even in de doos blijven tot het hun tijd was. Ja, het luisterde allemaal heel nauw. Het was best een heel gedoe nu ik er zo op terug kijk.
Op een ochtend stonden zus en ik al vroeg in onze nachtjaponnetjes bij het stalletje. ‘Niet aankomen Narda’.
‘Heel even een kusje geven mag toch wel zus?’ Sinds die dag kan een van de knielende engeltjes niet meer vliegen. Je moet het echt weten hoor, wil je het zien.

Maar goed, zodra het hele huis uiteindelijk goed genoeg naar de zin van mam gepoetst, gefluft en gepimpt was, kwamen we natuurlijk zelf aan de beurt. Dus op naar het paardje van C&A, de aapjes van de V&D en de worst van de Hema.

Op kerstavond togen mam, zus en ik dan -voor de gelegenheid gearmd – in vol ornaat naar de kindermis.
De kerk van toen was zo’n beetje ‘the place to be’ in die tijd. Als je op tijd was kon je misschien een plekje voor het grote schuifgordijn bemachtigen. Meestal zaten wij dus achter een grote dikke pilaar of zo, of ergens achter aan de zijkant onder een luidspreker en dan hadden we nog mazzel, want sommigen mensen moesten gewoon staan! Het liefst zaten we op de eerste rij op het balkon. Van daaruit konden we prima onze vrienden en kennissen spotten. ‘Niet zo hard lopen meiden’
Zus is jarenlang smoorverliefd geweest op R. die ze, behalve als we op visite gingen, normaal niet zo snel tegen het lijf zou lopen. ‘Kijk, daar zit hij’, was meestal genoeg om zus met luid kabaal van de voetenplank te laten donderen, de laatste tree van een trap te laten missen of over een punt van de loper te laten struikelen. Meestal eigenlijk alledrie die dingen wel.

Tijdens de kindermis van ’74 mocht mijn vriendinnetje C. ‘Er is een kindeke geboren op Aard’ voorzingen. Hoewel wat nasaal (waarschijnlijk van al dat zwemwater) was het een prachtig magisch moment. Dat ijle stemmetje van haar dat in die bomvolle kerk na iedere zin met honderden stemmen werd geëchood. Die avond besloot ik dat ik ook lid zou worden van het kerkkoor. Niet vanwege de eventuele zangambities hoor. Welnee!
Het uitzicht vanaf het podium moest gewoon fantastisch zijn. Een stuk makkelijker bovendien. Nu moest ik het maar raden wie wie was aan het haar. Dat ik daar nou niet eerder aan had gedacht.

Nadat we ‘de Herdertjes lagen bij na-ha-hachten’ uit volle borst hadden meegezongen, werd het de hoogste tijd om buiten voor de kerk onze vrienden (school) en kennissen (zij, die we kenden van de rijen bij de luilakbollen, de kassa van de C&A en het zwembad) een zalig kerstfeest te wensen.
Daarna liepen we door de donkere nacht naar huis waar pap een feestelijke broodmaaltijd op tafel klaar had staan en de hele kamer slechts karig werd verlicht door de kaarsen op tafel en de lichtjes van de kerstboom. Vloercadetten met roomboter, rosbief en fricandeau lagen naast de gesuikerde stol, de tulband en de Duivekater op mam haar allermooiste schalen. Het deftige servies was uit de buffetkast gehaald, wat het hele gebeuren een zeer gewichtig tintje gaf. Ons vaste koor (we hadden slechts 1 kerst-elpee) zong zacht van ‘Ei, Ei, zwijg stil zuszus, en krijt niet meer’, wat naast ‘gewichtig’ en ‘heilig’ voor mij bovendien een nogal mysterieus tintje aan het geheel gaf.

Natuurlijk gingen we met de kerst bij beide oma’s en opa op visite. Op eerste kerstdag gingen we naar de moeder van mijn moeder die op 1 hoog in een duplexwoning woonde in de Blijdschapstraat in Assendelft.
Steevast met een pak koffie.
Uiteraard was de hele familie present, een mannetje of ehh..30?! ‘Kom d’r in luitjes, plaats genoeg’. En inderdaad, we konden er allemaal in. Er was zelfs plek voor een giga kerststal en een kerstboom met bont gekleurde lichtjes en ballen.
Op tweede kerstdag aten we cashewnoten bij mijn andere oma en slurpten we ongemerkt het ene na het andere glas bowl naar binnen terwijl we lachten om de grapjes van ome H. en kennis maakten met -alweer- een nieuwe lichting nichtjes en/of neefjes.

Tja.
‘Kerstfeest 74 en kerstfeest toen, niet zoveel veranderd…’
De tekst van het liedje mag ik verder dan misschien zijn vergeten, de melodie speelde vanmiddag ineens weer zachtjes door mijn hoofd toen ik Maria en Josef met hun scoliose ruggetjes als altijd over kindje Jezus gebogen zag staan, omringd door de oude os, de trouwe ezel en de lieve kleine schaapjes.
Mijn vader lag er stilletjes en bleek op de bank naast.
Het engeltje zonder vleugeltje keek een beetje bezorgd op hem neer.
-Je zou het echt moeten weten, wilde je het zien-.

Eind.

…..Over het kerstdiner heb ik het al eens gehad. Maar voor de volledigheid vind ik het leuk om het hieronder te plakken:

….Met kerst aten we meestal kalkoen. Dat was best een heel gedoe. En hij mislukte altijd. De ene keer gortdroog, dan weer taai of verbrand.
Je moest mijn moeder nageven dat ze een doorzetter was op culinair gebied.

Allereerst moest er een kalkoen gekocht worden bij van der Laan, de poelier op de krommenieeerweg.
(waar nu de Mexicaan zit). Daar moest ze minstens een uur voor uit trekken.
Vervolgens moesten, nadat ze twee uur later bij de visboer op het marktplein ook de Hollandse garnalen had gescoord, de laatste veertjes uit het beest geplukt worden, alvorens hij van binnen en buiten grondig gewassen kon worden.
Meestal vulde ze hem -onder toeziend oog van zus en mij- daarna met gehakt en kastanjes. En een scheutje port. ‘Wordt ‘ie lekker sappig van’.
Ja ja.
Daarna pelden zus en ik dan de garnalen op een krant, een waar monnikenwerk, terwijl mijn moeder de kalkoen weer een beetje als zodanig herkenbaar in vorm bond.

Met de kerst kregen we ’s morgens rond elf uur een klein glaasje (dat noemde ze dan een ‘proefie’) boerenjongens ‘voor de gezelligheid’.
De Irish Coffee hadden we dan al afgeslagen.
Na de lunch volgde gezellig een kersenbonbon en een rumboon bij de thee. ‘Lekker hè meiden?’
Daarna volgde rond vier uur de bowl.
(Jaren later kwam ik erachter dat ze zoiets in Spanje Sangria noemden.) ‘Toe, neem nou een beetje!’
Tegen de tijd dat we aan tafel gingen, waren we al behoorlijk teut lichtelijk aangeschoten.
Uiteraard kregen wij een glaasje rode wijn bij het eten. Hoorde bij onze opvoeding vond mam. En was bovendien ‘Zo feestelijk!’
Door de garnalencocktail zat natuurlijk ook een flinke teug whisky, en de peertjes stoofde ze volgens mij in onverdunde rode wijn.
Ook de tutti- frutti had minstens een dag in de sherry hebben liggen weken.
‘Ach dat kleine beetje alcohol is allaaang verdampt’ riep ze dan.
‘Nog maar een glaasje wijn?’

Van de kerstdesserts is me bar weinig bijgebleven.
Hoogstwaarschijnlijk lag ik tegen die tijd gewoon allang al ladderzat onder tafel….

Advertenties

21 gedachtes over “Kerstfeest ’74 en kerstfeest nu…. (lang verhaal)

  1. Gewéldig die kerstherinneringen, je moeder zou nú waarschijnlijk onder curatele gesteld worden bij de kinderbescherming…. drank maakt meer kapot dan je lief is toch? 😉
    Amusant vertelt en ik kon inderdaad niéts zien van het vermiste vleugeltje!

    Like

  2. Narda, ben je mijn zussie of zoiets?
    G E W E L D I G verhaald !
    Kerstmis van een Zaankanter MET duivenkater die door ons speciaal door een familielid bij de bakker uit Assendelft gehaald werd. (naam van de bakker ben ik even kwijt)
    Mijn moeder kwam uit Wormerveer en wij woonde in de Wijkermeerpolder tussen Assendelft en Beverwijk in de boerderij bij de S-bocht.
    En die geur van boenwas, herken ik nog van elke vrijdag, want als je wist hoe SCHOON mijn moeder was? Die maakte de hanebalken op zolder zelfs schoon met een pannenspons!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s