2013: Een pas op de plaats 2014: Stapje voor stapje weer vooruit

2013 was een zeer bewogen jaar voor me. In figuurlijke zin dan.
De grootste dieptepunten hier even op een rij:
1) Mijn ziekenhuisopname vanwege de afschuwelijke nekpijn die me overviel en de lichamelijke misère van gewrichten, spieren en pezen waarmee ik sindsdien te kampen heb.
2) Natuurlijk de ziekte van mijn vader en de zorgen ook om mijn moeder en zus.
Een vader met kanker, een moeder met zwaar ondergewicht, een zus met een aneurysma in haar hoofd en een neef met pdd nos.
Wie verzint zoiets? Grapjas!
3) Het overlijden van een hele lieve oom door kanker. Hij gaf nog steeds ski les en stond midden in het leven. Ook een neef (46) waar ik in leeftijd maar zes dagen mee scheel overleed dit jaar. Hij lag zomaar dood in zijn bed. Zijn hart was niet goed, bleek achteraf.
En natuurlijk het overlijden van mijn voormalig leidinggevende in dezelfde week. Een hele lieve man die nog 50 moest worden. Zo triest allemaal.
4) Gedoe (weer!) met de alimentatie voor Kyl. Sinds zijn vader hem in de vakantie weer heeft gezien, betaald hij gewoon geen alimentatie meer.

Maar 2013 bracht ook best mooie dingen:
1) Ik heb mijn zegeningen leren tellen.
2) Ik heb (noodgedwongen) leren genieten van fietstochtjes in de buurt.
3) Ik heb (noodgedwongen) leren onthaasten.
4) Heb een aantal herinneringen uit de jaren ’70 eindelijk eens opgeschreven.
5) Het is nog beter dan in2012 gelukt om bij mezelf te blijven, mijn hart te volgen, en me weinig aan te trekken van wat een ander van me vindt. Moeilijk. Nog steeds soms, maar het wordt wel steeds minder moeilijk.
6) In materieel opzicht: Het kippenhokje is verplaatst en we hebben nu een halfopen keuken met gezellige kleine bar. Ben met allebei de dingen heel erg blij. Oké dan: Met de keuken het meest;-D
7) Op 1 sigaartje van buuf na heb ik het hele jaar niet gerookt! ***trots***
8) En ik ben natuurlijk dit blog gestart. Dat was nooit gebeurd als ik niet ziek was geworden, want daar had ik de tijd en de energie gewoon niet voor toen ik nog met windkracht tien door mijn leven denderde.
Dit blog heeft me heel veel fijne dingen gebracht.
Inzicht in mijn eigen gevoelens bijvoorbeeld. Het liet me soms een pas op de maat maken, door even terug denken aan wat is gebeurd, en liet wat ik opschreef tegelijkertijd een beetje bezinken.
Maar naast dat, bracht het heel veel lieve mensen op mijn pad die me vaak een steuntje (zeg maar steuN soms) in de rug gaven. Niet alleen via de reacties, maar ook in pb’s.
Ik heb ook erg genoten van en gelachen om de andere blogs; de idiote verhalen uit België en de (te) gekke filmpjes van Riet. Maar ook vaak meegeleefd natuurlijk. We krijgen allemaal ons deel. Hoewel het natuurlijk een virtueel wereldje blijft, ben ik er erg gesteld op geraakt. Soms, als de echte wereld heel even te veel voor me werd, kon ik er even in weg vluchten.
Dank jullie wel.

Mijn plannen voor 2014?
1) Verder met lichamelijk herstellen en weer voor 100% aan de slag.
-starten met de antibiotica (op hoop van zegen)
-acupunctuur?
-fysiotherapie / manuele therapie
-yoga
-fietsen (buiten)
-fietsen, lopen, roeien (sportschool)
-sauna 1 x per week
-gezonde voeding
-evt. / misschien (voor een jaar) terug naar 24 uur per week, ipv 32 uur.
Nou, dat komt wel goed dan toch?!!

2) Blog netjes bijhouden.
(En opslaan in Word!!!)
Jaren ’70 verhaaltjes afronden en over naar de woelige jaren’80.

3) Vaker afspreken met mijn (oude) vriendinnetjes. Aan het eind van 2014 wil ik ze allemaal (weer) minstens 3 keer gezien hebben.

4) Zuiniger omgaan met mijn energie. Wat is echt belangrijk?
Wie zijn echt belangrijk? Waar heb ik zin in?

5) De achterstallige alimentatie.
Daar ga ik in mijn blogs verder niet over uit wijden. Jullie krijgen al zoveel te verduren hier;-)

6) In de tuin werken. T’is een chaos daar. Afgelopen zomer kon ik niets doen vanwege mijn lijf. Rem is al een beetje begonnen. De druif is onlangs flink gesnoeid.

7) Op zeven staan mijn ouders. Zeven is namelijk mijn geluksgetal. Zeven is zoiets als ‘mijn best om het beste ervan te maken’. En daar kan ik wel wat geluk bij gebruiken.

8) Spook op Twitter.
Gewoon, omdat het goed is om af en toe met iets onnozels bezig te zijn. Gewoon, omdat ik het leuk vind: @spookerig

Lieve collega bloggers en andere anonieme meelezers:
Ik wens jullie alvast een fijne jaarwisseling en een heel Gelukkig en vooral Gezond 2014.

Advertenties

Afscheid?

Met een tas vol kleding kom ik bij mijn ouders aan. Het is half twaalf. Pap had zichzelf weer gewassen, dus de thuiszorg kon weer onverrichte zaken huiswaarts. ‘Het was ene Wendy, en ze kende jou van de Fresiastraat’, zegt mam. ‘Je moet de groeten hebben’.
Wat leuk, mijn oude buurvrouwtje.

Terwijl de koffie pruttelt loop ik naar boven. Zus ligt nog in bed. Ik heb nog wat leuke kleding waar ik enkel met grof geweld nog in kom. Na het kloppen open ik zacht de deur.
Zus ligt tv te kijken in bed met een shaggie. Haar kussen en laken zijn besmeurd met chocola. ‘Was per ongeluk’.

‘Misschien heb jij hier nog wat aan?’ Een voor een hou ik de kledingstukken omhoog.
‘Ja’ gaat op de linkerstapel, ‘nee’ op de rechter. Met de ‘nee’s’ vertrek ik even later weer naar beneden voor de koffie.

‘Wil je de foto’s zien die we met kerst gemaakt hebben pap?’ Dat wil hij wel. Hij komt overeind en ik kruip gezellig naast hem. ‘Die is leuk hè?!’ 1 foto van mam en hem is echt heel erg mooi. Hij kijkt er lang naar. Mam even later ook. ‘Ja, die is zeker mooi’. De volgende foto is er 1 van mam, zus en mij. We lachen breeduit. ‘Toen hoorden jullie zeker net dat ik dood was’, grapt pap.

Zus is inmiddels ook beneden.
‘Ik kan je ook vanmiddag ophalen. Dan kun je neef (je zoon) nog even bij mij zien’.
Mam vindt dat ook een goed idee. Lekker rustig. ‘Eet je lekker een keer bij mij zus. Maak ik een grote pan boerenkool’. Zus is gek op boerenkool.

Om half vier ben ik terug om zus op te halen. Met moeite hou ik in de auto mijn tranen in bedwang. De koffie staat al klaar. De tassen van zus ook.

‘Ik heb al een Whatsap van ex gehad, hij is al onderweg’, zeg ik. Zus schraapt het laatste beetje slagroom uit de beker voor mijn koffie. We zitten met ons drieën aan de achtertafel. Pap zit in zijn stoel heen en weer te wiegen. ‘Net een nieuwe pleister’, zegt mam.
Misschien wordt het eens tijd voor wat sterkers.

‘Heb je de badkamer nog gedaan?’ Ze heeft gestreken. ‘Dat had mam liever’. Ik baal. Wat heeft mam nou te strijken? Theedoeken? Zakdoeken? Een kleedje? Bovendien kan ze dat zelf nog best. Die badkamer niet. Ik besluit dat ik die hele kl.. badkamer uit mijn hoofd ga zetten. Aan de andere kant vermoed ik een klein beetje dat het de reden is dat pap geen hulp wil bij het douchen. Natuurlijk is de wasbak heus wel schoon, maar de wanden en de vloer, daar gaat het me om. Ik denk aan het gesprek met de psycholoog. Het is mijn moeders keuze. Ik probeer het los te laten.

‘Zullen we maar gaan?’ Ex wil met vriendin na de kool zo snel mogelijk terug naar 220 km verderop. Ze zullen zus een lift naar huis geven. Het afscheid is niet anders dan anders.
Mam zwaait. Pap moest gelijk al naar het toilet.

‘Zal ik langs dat hospice rijden?’ Het is maar 200 meter om. ‘Nee hoor, ik vertrouw je. Ik ga liever naar huis’. Mijn huis bedoelt ze. Soms slaat ze een woordje over. ‘Zal ik je dan de website even laten zien zo?’
Ze wil liever onder de zonnebank. ‘Ja, natuurlijk mag dat.

Als de boerenkool bijna klaar is komt het hele spul net aan. Kyl werkt tot acht uur en eet op zijn werk. Neef heeft een snorretje. Leuk hoor. We praten over pap. Vriendin werkt in de ouderenzorg. ‘Misschien is een pomp wel wat voor hem nu?’

Omdat kerst bij ons niet door kon gaan, ligt mijn stoere grijze tafelkleed nog slik en span op tafel. Ik dek met de nieuwe borden en het nieuwe bestek.
‘Wat gezellig!’ Zus zegt er niets over.

Na het eten en de koffie vertrekken ze. Zus is al weg. ‘Kom neef, dan gaan we er achteraan, je moeder is weer zo snel’. Dan toch nog een dikke knuf voor neef en voor mij. ‘Dag hoor, goede reis!’

Rem gaat wat pilsjes halen. Ik plof met neef op de bank. Even bijkletsen. Morgen wil hij naar opa en oma. Met Kylian.

We hebben allebei hetzelfde donkerblauwe vermoeden over zijn moeder. Het bewijs echter, ontbreekt.
Zijn verdriet daarover moet nog zoveel groter zijn dan dat van mij.
Ik probeer als altijd weer verzachtende woorden te vinden. Hij voelt zich nog steeds erg verantwoordelijk voor haar.

Zondag werkt Kyl nog 1 dagje voor zijn vakantie begint.
Zondag, besluit ik, ga ik met neef maar eens een gezellig dagje winkelen en uitgebreid lekker lunchen.
Zondag is het namelijk neef en tante Nadda-dag.
O ZO!

Kerst 2013

‘Kunnen jullie hier heen komen?’ Het is eerste kerstdag, half vijf. Ik bel zoals afgesproken om deze tijd mam om te kijken of ze hier kunnen eten. ‘Ja natuurlijk mam. Geen probleem. Zijn we rond zes uur bij jullie met het eten’.

Rem zit aan de andere kant van de bar. Wat hebben we toch al veel plezier van die bar, ondanks dat de keuken zowat nog in dezelfde staat is als afgelopen zomer. Er komt iedere keer wat tussen als Rem weer verder wil gaan. Ik zie het niet eens meer. En het kan me ook niet schelen.

Ik slik wat tranen weg. ‘Jammer’.
‘Nou ja, we wisten het toch al een beetje schat?’
En toch valt het een beetje koud op mijn dak.
‘Zullen wij anders nu vast een soepje nemen?’
De voorgerechten blijven thuis vandaag. Tegen de tijd dat we die op zouden hebben zou ons hoofdgerecht koud zijn.

Terwijl Rem vast de koelbox zoekt op de schuurzolder verwarm ik de oven voor en bestudeer de bereidingswijze van de verschillende ovengerechten. Op 190 graden verwarm ik hem voor. Dat lijkt me een mooi gemiddelde.

De kalkoenbout mag het eerst erin. In het uur dat volgt schuif ik een voor een de andere gerechten erbij.

Kyl komt rond vijf uur thuis uit zijn werk. Als alle gerechten hun weg naar de oven hebben gevonden, neem ik lekker een wijntje. Kyl schuift ook even aan. ‘Was opa nog zo ziek dan?’ Ik hoor aan zijn stem dat hij zich er nu toch eindelijk van bewust begint te worden dat opa toch minder sterk is als hij dacht.

Even voor zessen haal ik de gerechten een voor een uit de oven. Rem pakt ze snel in en zet ze in de voorverwarmde koelbox. We hadden er een hete kruik in gedaan. Vlug, jassen aan, hup , hup, snel snel!

Tien minuten later pak ik snel alles weer uit, en doe ik het eten over in mooie schalen nadat ik zus een snelle zussenknuf heb gegeven. De verpakkingen gooi ik terug in de koelbox. Dat gooi ik later thuis wel weer weg. Pap zit in een -te groot- spierwit overhemd op de bank.
‘Wat ben je netjes pap’. Zus zet alles op tafel.
‘Komen jullie?’

Naast mijn bord ligt een schattig klein cadeautje. Ook voor mam en pap. Het is een grappig bedelhangertje voor aan mijn sleutelbos. Pap heeft een knuffelsteen gekregen. Bergkristal. Wat lief van zus.

‘Neem nou lekker van alles gewoon 1 mam. Wat je niet lust laat je staan’. Pap houdt het bij een stukje piepklein stukje kalkoen. ‘Heeeerlijk Nadda’.
De koude peertjes uit Rems kerstpakket doen het even later wel goed bij hem, hij neemt er zelfs twee. ‘Ik heb al mijn voorbehoedsmiddelen ingenomen’, verklaart pap plechtig. We schieten allemaal in de lach. Pap is erg in de war. Een van de bijwerkingen natuurlijk van de van de Fentanyl, oxinorm, en de oxicodon.
Soms zegt hij zulke rare dingen dat we onbedaarlijk in de lach schieten, ondanks het verdriet daarover, wat we toch allemaal moeten voelen.
Maar hij zit toch mooi maar wel samen met ons aan het kerstdiner.
Amen.

Na het eten was ik af met Kyl. Zus ruimt de tafel af. Pap komt ook met twee vieze bordjes naar de keuken. Dat van mam is nog meer dan half vol zie ik. Normaal had hij altijd even geholpen. ‘Ga nou lekker zitten pap’.

‘Was de thuiszorg gisteravond nog geweest?’ Dat waren ze. Vanaf nu komen ze iedere avond pap prikken. Had dr. Spruitje natuurlijk weer geregeld. Toen ik afgelopen maandag nog even bij mam langsging zat de thuiszorg coördinator daar op de bank. Pap lag in bed. Ze was er net. Kwam dat even uit. Ze wist mam er even later van te overtuigen dat er in het hospice echt niet van haar zou worden verwacht dat ze voor het avondeten zou gaan zorgen.
Dat zag ze allemaal niet zo zitten. Vooral het onder de ogen van andere mensen daar samen aan tafel eten natuurlijk niet.
Mam was zichtbaar weer wat gerustgesteld geweest.
Misschien was het dan toch wat voor hun, als het echt niet langer zou gaan thuis.
‘Ja, gister waren ze wel geweest hoor. Ze komen nu voortaan wat eerder, tussen acht en negen’. Ik ben zo blij met de extra controle. Mam ook volgens mij.

‘Misschien is het leuk als neef vrijdag met zijn vader meekomt als hij zus komt halen’, zegt Rem.
Zus haar ex brengt neef die dag. Hij komt een weekje of zo bij ons logeren en neemt zus weer mee terug naar haar woonplaats 220 km verderop.
‘Nee hoor, dat hoeft niet. Ik heb hem in november nog even gezien’.
Soms zien ze elkaar maanden niet.
‘Maar misschien wil hij jou wel even zien?’ vraag ik.
‘Kijk’. Zus laat me kleine stickertjes zien die je op je voorhoofd kunt plakken. Soort tekentjes van een of andere sekte of zo iets. ‘Ja leuk’.

Rond een uur of negen maken we aanstalten om te gaan.
‘Mam, wil je nog een foto maken van mij en opa?’
Dat wil ik wel. ‘Kom Kiel, bij de haard’. Kyl en opa zitten naast elkaar. Zus schuift er even later ook naast. ‘Jij ook mam’. Als laatste plof ik bij zus op schoot. Rem klikt, klikt en klikt.

Thuis bekijk ik de foto’s. Er zitten erg leuke tussen. Pap lacht op de meeste. Zelfs mam ziet er niet zo bedrukt uit.

Tweede kerstdag hebben we heel gezellig bij Karin en Steef doorgebracht. Even de druk van de ketel:

Vanmiddag komt neef dus. Rond vijf uur, half zes denk ik. Eerst maar eens naar mijn ouders. Afscheid nemen van zus. Ze heeft me beloofd vandaag de badkamer een grote beurt te geven.

Ik besef me eigenlijk nu pas dat haar afscheid van pap vanavond misschien wel eens voor altijd zou kunnen zijn.
Of moet ik zo niet gaan denken?

20131227-083042.jpg

Andy’s kerstfeest 2 ( de happy end versie)

Kerstverhaal:

Eerste kerstdag 2013.
Het sneeuwde niet. Het was niet eens koud. Integendeel. Het regende wel. En niet zo’n beetje ook. De hele dag was het nog niet opgehouden. De zon hield zich pertinent schuil achter de dikke donkere wolken die snel werden voort geblazen door de harde wind. Zo’n dag was het.

Andy had de kerstboom lichtjes al de hele dag aan.
Een pannetje gluhwein stond zachtjes wat te pruttelen op het oude kleine petroleumstel dat vroeger van haar moeder was geweest. Die maakte er altijd haar stoofpeertjes op klaar met kerst. Deze kerst zou ze voor het eerst zonder haar ouders vieren. De geur van de petroleum maakte dat ze een klein beetje het gevoel had dat ze er toch een heel klein beetje bij waren. Andy zat aan haar kleine tafeltje en bekeek de foto albums van haar ouders, terwijl de kat langs haar benen schuurde, op zoek naar wat aandacht en genegenheid. Of misschien had hij gewoon al honger. Hij zou nog even moeten wachten op zijn kerstdiner.

Andy snoot haar neus nog maar een keer en schonk nog een gluhweintje in. Ze zat hier nog steeds in haar oude pyjama. Wat had het voor zin om je op te tutten als er toch niemand zou komen? Nee, dan maar liever zo. Straks zou ze de ovenschotel in de oven schuiven en de film over de Heineken ontvoering kijken die ze gisteravond opgenomen had. Bordje op schoot. En een Irisch Coffee toe. All you Need kon ze eventueel ook nog kijken. Alsof ze nog niet genoeg had gejankt vandaag zeg.
Nou ja, ze zou wel zien. Het was per slot van rekening kerst. Als ze nou eerst buiten maar eens ophielden met het afsteken van dat illegale vuurwerk. Gek werd ze ervan.

Een voor een bekeek ze de foto’s. Vrolijke foto’s met lachende gezichten in de sneeuw, op het strand, aan een feestelijk gedekte tafel, in de tuin waarin pap altijd zoveel tijd doorbracht. Dat was ook wel te zien. Een tuintje. Wat zou dat weer zalig zijn, gewoon een eigen tuin voor zichzelf. Of een balkon, dat zou ook al fantastisch zijn. Ook voor de kat. Ze moest nou ook weer niet direct teveel willen.

De kat was op haar schoot gesprongen. Zonder dat ze er erg in had streelde ze zijn vacht en veegde ze een traan weg die kriebelend langs haar wang een weg naar beneden zocht. Het was ook nog maar zo kort. Begin maart. Het ongeluk met de skilift. Dat waren zij geweest. Haar ouders. In 1 klap weg. Allebei. 55 jaar waren ze nog maar geweest.
De kranten hadden er vol mee gestaan.

Ze had gewoon nog even moeten wachten. Met een klap sloeg ze het album dicht en legde het boven op de kast.
Had ze nou maar een broer of een zus gehad, of desnoods een oude verre tante. Maar niets van dat al. Ze was helemaal verdomd alleen op die verdomde aardkloot nu.

Twee maanden na de begrafenis had ze het ouderlijk huis in Sneek verkocht en was ze verhuisd naar de Pijp. Onderhuur. Via via. Je kent het wel. De kat van haar ouders had ze meegenomen. Ze was dan wel nooit echt een katten mens was geweest, maar ze had het niet over haar hart kunnen verkrijgen het beestje terug naar een asiel te brengen.
Haar oude vrienden hadden vanmorgen nog even gebeld. En hoewel ze van harte welkom was geweest om bij hun prille gezinnetjes de kerst door te brengen had ze besloten alleen thuis kerst te vieren. Ze had het niet gekund. Nog niet.

De kat wilde naar buiten. ‘Over een uurtje gaan we eten hoor.’ Het was het eerste wat ze die middag zei. Haar stem moest duidelijk nog wat gesmeerd worden.

Voordat ze met haar wijntje op de bank plofte, schoof ze de kant en klare kalkoenfilet in de oven. De oudhollandse groenten zou ze er over een kwartiertje naast zetten. Ja, ze moest er toch wat van maken nietwaar? Het was per slot van rekening kerst. Hoewel de peertjes straks uit blik zouden komen was ze ze niet vergeten. Misschien moest ze toch maar even snel een douche pakken en wat leuks aandoen. Opnieuw schrok ze zich dood van een vuurwerkknal.

In haar strakke zwarte broek en de zachte mohair trui voelde ze zich gelijk wat meer mens.
Een beetje make-up deed natuurlijk ook wonderen, al zagen haar ogen nog steeds een beetje rood. Het eten was bijna klaar. Het rook lekker. Ook al zo naar vroeger. Ze maakte een blikje echte-mensentonijn open voor de kat. Zij een kerstdiner, hij ook een kerstdiner. ‘Poes poes, kom maar’.

Ze verwachtte hem pal achter de buitendeur maar hij stond er niet. Ze riep hem nog eens. Wat harder nu. ‘Poes poes, kom maar. Eten’.
De regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Vreemd. Hij was nooit verder geweest dan het portiek. En hij had bovendien de pest aan regen. Hij zou toch niet ZO geschrokken zijn van het vuurwerk dat hij op de vlucht was geslagen? Wat stom dat ze daar nou niet aan gedacht had. Ze had hem binnen moeten houden.
Snel zette ze de oven uit en pakte ze haar sleutels en haar jas.

Zou ze rechts- of linksaf gaan? Ze gokte op rechts. En dan zou ze gewoon het hele blokje lopen. Zo ver zou hij niet zijn toch? ‘Poes poes?’

Toen ze de eerste zijstraat in liep zag ze een auto midden op de weg staan. De alarmlichten knipperden. Gelijk wist ze dat ze daar moest zijn. Het was de Dierenambulance.

Twee mannen zaten met gebogen hoofd boven de kat.
‘Is hij van u mevrouw?’
Ze knikte. De regen konden haar tranen niet verbloemen.
Ze wist even niets te zeggen. Ze streelde het warme zachte kattenlijfje tot de ambulance chauffeur het oppakte en in de doos legde die achterin de ambulance stond.

‘Hey, het spijt me echt mevrouw, weet je. Hij stak zomaar de weg over’.
Bruine ogen keken haar vanonder een pet en een capuchon aan. Er blonken tranen in.
‘Echt. Ik zweer het u’.
‘Misschien valt het mee. We zullen wij hem eerst maar eens laten nakijken door de dierenarts. Wilt u mee mevrouw?’

Ze keek verbaasd op. ‘Kan dat dan?’
De ambulance chauffeur en hield het portier al voor haar open. ‘Normaal niet’.

Samen reden ze door de natte straten van Amsterdam. Het was rustig op straat. Iedereen zat natuurlijk lekker met het hele gezin te gourmetten of aan de kalkoen.
‘Vind u het niet vervelend om te werken met kerst?’ Vroeg Andy. ‘Zeg maar je hoor, ik ben Chris’. Zijdelings keek ze hem aan. Hij hield zijn blik strak op de weg. Leuke vent eigenlijk.
‘En nee, ik vind het niet erg.
Mijn kinderen komen pas de tweede vakantieweek bij mij, dus ik was toch maar alleen.
Tja, en om nou om je eentje aan de kalkoen te zitten…’
Ze begreep hem precies.
‘Ik had stoofpeertjes. En kalkoen. Wel kant en klaar hoor. Zo’n schotel, weet je wel?’ Hij knikte. ‘Ik ben trouwens Andy’.

‘Hoe heet je kat eigenlijk?’
Ze had geen idee. Haar moeder had het haar wel verteld, maar ze was de naam weer vergeten. ‘Mijn ouders hadden hem nog maar een weekje voor ze in februari verongelukten’.
Hij keek haar even geschrokken aan voor hij zijn blik weer op de weg richtte. ‘Jee. Wat erg. Wat moet dit een rot kerst voor je zijn’.

Ze waren er. Voorzichtig tilde de chauffeur de kat uit de auto en bracht hem naar de behandelkamer waar de dierenarts al stond te wachten bij de tafel. ‘Zo, laten we eens even kijken’. Andy hield haar adem in terwijl de arts de kat voorzichtig onderzocht. ‘Hij is zo te zien bewusteloos van de klap. Niets gebroken zo te voelen’. Andy haalde opgelucht adem. ‘Ik hou hem een nachtje ter observatie. Ik denk dat hij morgen wel weer bij is hoor. Hij komt er waarschijnlijk wel met de schrik vanaf’.

Zachtjes aaide Andy de kat nog even. ‘Zet ‘m op hè jongen.’ Daarna schudde ze de hand van de dierenarts. ‘Dank u wel’.
‘Kom, dan geef ik je een lift naar huis. Mijn dienst zit er toch op’.

‘Heb je misschien zin om een hapje mee te eten?’ Het kwam vast door de kerst. Normaal had ze dit nooit durven vragen. ‘Gewoon…’
‘Heel erg graag Andy. Weet je het zeker?’

Haar huis rook naar een heerlijke mengeling van de kalkoen en de gluhwein. Gelukkig was de kalkoenschotel nog niet verbrand. Samen met de vergeten Hollandse groenten warmde ze het op terwijl ze de peertjes in een mooi schaaltje deed.
Chris haalde voor de gezelligheid nog even een flesje champagne beneden bij de avondwinkel.
Het was per slot van rekening kerst.
Hun eerste kerst.
Chris opende de fles terwijl Andy de glazen ophield.

Opeens schoot de naam van de kat haar weer te binnen. ‘Ik weet het weer. Hij heet Faith!’ Blij keek ze Chris aan.
Hij hief zijn glas.
‘Op Faith’.
‘Faith’

-fictief-

Lieve collega bloggers: Ik wens jullie allemaal hele fijne warme dagen!

Kerstverhaal: Andy’s kerstfeest

Eerste kerstdag 2013.
Het sneeuwde niet. Het was niet eens koud. Integendeel. Het regende wel. En niet zo’n beetje ook. De hele dag was het nog niet opgehouden. De zon hield zich pertinent schuil achter de dikke donkere wolken die snel werden voort geblazen door de harde wind. Zo’n dag was het.

Andy had de kerstboom lichtjes al de hele dag aan.
Een pannetje gluhwein stond zachtjes wat te pruttelen op het oude kleine petroleumstel dat vroeger van haar moeder was geweest. Die maakte er altijd haar stoofpeertjes op klaar met kerst. Deze kerst zou ze voor het eerst zonder haar ouders vieren. De geur van de petroleum maakte dat ze een klein beetje het gevoel had dat ze er toch een heel klein beetje bij waren. Andy zat aan haar kleine tafeltje en bekeek de foto albums van haar ouders, terwijl de kat langs haar benen schuurde, op zoek naar wat aandacht en genegenheid. Of misschien had hij gewoon al honger. Hij zou nog even moeten wachten op zijn kerstdiner.

Andy snoot haar neus nog maar een keer en schonk nog een gluhweintje in. Ze zat hier nog steeds in haar oude pyjama. Wat had het voor zin om je op te tutten als er toch niemand zou komen? Nee, dan maar liever zo. Straks zou ze de ovenschotel in de oven schuiven en de film over de Heineken ontvoering kijken die ze gisteravond opgenomen had. Bordje op schoot. En een Irisch Coffee toe. All you Need kon ze eventueel ook nog kijken. Alsof ze nog niet genoeg had gejankt vandaag zeg.
Nou ja, ze zou wel zien. Het was per slot van rekening kerst. Als ze nou eerst maar eens ophielden met het afsteken van dat illegale vuurwerk. Gek werd ze ervan.

Een voor een bekeek ze de foto’s. Vrolijke foto’s met lachende gezichten in de sneeuw, op het strand, aan een feestelijk gedekte tafel, in de tuin waarin pap altijd zoveel tijd doorbracht. Dat was ook wel te zien. Een tuintje. Wat zou dat weer zalig zijn, gewoon een eigen tuin voor zichzelf. Of een balkon, dat zou ook al fantastisch zijn. Ook voor de kat. Ze moest nou ook weer niet direct teveel willen.

De kat was op haar schoot gesprongen. Zonder dat ze er erg in had streelde ze zijn vacht en veegde ze een traan weg die kriebelend langs haar wang een weg naar beneden liep. Het was ook nog maar zo kort. Begin maart. Het ongeluk met de skilift. Dat waren zij geweest. Haar ouders. In 1 klap weg. Allebei. 55 jaar waren ze nog maar geweest.
De kranten hadden er vol mee gestaan.

Ze had gewoon nog even moeten wachten. Met een klap sloeg ze het album dicht en legde het boven op de kast.
Had ze nou maar een broer of een zus gehad, of desnoods een oude verre tante. Maar niets van dat al. Ze was helemaal verdomd alleen op die verdomde aardkloot nu.

Twee maanden na de begrafenis had ze het ouderlijk huis in Sneek verkocht en was ze verhuisd naar de Pijp. Onderhuur. Via via. Je kent het wel. Haar oude vrienden hadden vanmorgen nog even gebeld. En hoewel ze van harte welkom was geweest om bij hun prille gezinnetjes de kerst door te brengen had ze besloten alleen thuis kerst te vieren. Ze had het niet gekund. Nog niet.

De kat wilde naar buiten. ‘Over een uurtje gaan we eten hoor.’ Het was het eerste wat ze die middag zei. Haar stem moest duidelijk nog wat gesmeerd worden.

Voordat ze met haar wijntje op de bank plofte, schoof ze de kant en klare kalkoenfilet in de oven. De oudhollandse groenten zou ze er over een kwartiertje naast zetten. Ja, ze moest er toch wat van maken nietwaar? Het was per slot van rekening kerst. Hoewel de peertjes straks uit blik zouden komen was ze ze niet vergeten. Misschien moest ze toch maar even snel een douche pakken en wat leuks aandoen. Opnieuw schrok ze zich dood van een vuurwerkknal.

In haar letherlook tregging en de zachte mohair trui voelde ze zich gelijk wat meer mens.
Een beetje make-up deed natuurlijk ook wonderen, al zagen haar ogen nog steeds een beetje rood. Het eten was bijna klaar. Het rook lekker. Ook al zo naar vroeger. Ze maakte een blikje echte-mensentonijn open voor de kat. Zij een kerstdiner, hij ook een kerstdiner. ‘Poes poes, kom maar’.

Ze verwachtte hem pal achter de buitendeur maar hij stond er niet. Ze riep hem nog eens. Wat harder nu. ‘Poes poes, kom maar. Eten’.
De regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Vreemd. Hij was nooit verder geweest dan het portiek. En hij had bovendien de pest aan regen. Hij zou toch niet ZO geschrokken zijn van het vuurwerk dat hij op de vlucht was geslagen? Wat stom dat ze daar nou niet aan gedacht had. Ze had hem binnen moeten laten.
Snel zette ze de oven uit en pakte ze haar sleutels en haar jas.

Zou ze rechts- of linksaf gaan? Ze gokte op rechts. En dan zou ze gewoon het hele blokje lopen. Zo ver zou hij niet zijn toch? ‘Poes poes?’

Toen ze de eerste zijstraat in liep zag ze een auto midden op de weg staan. De alarmlichten knipperden. Gelijk wist ze dat ze daar moest zijn. Het was de Dierenambulance.

Drie mannen zaten met gebogen hoofd boven de kat.
‘Is hij van u mevrouw?’
Ze knikte. De regen konden haar tranen niet verbloemen.
Ze wist niets te zeggen. Ze streelde het warme zachte kattenlijf tot de ambulance chauffeur het oppakte. Het kopje hing slap langs zijn arm.

‘Hey, het spijt me echt mevrouw, weet je. Hij stak zomaar de weg over’.
Bruine ogen keken haar vanonder een pet en een capuchon aan. Er blonken tranen in.
‘Echt. Ik zweer het u’.
‘Zullen wij hem maar voor u meenemen mevrouw?’

Ze knikte. ‘Is hij echt wel dood?’
De ambulance chauffeur knikte. ‘Het spijt me’.
Nadat ze haar gegevens had opgeschreven liep ze weer naar huis.

De kalkoenfilet was toch nog verbrand. Nou ja, ze had toch niet zo’n trek. Maar ze moest toch wel echt wat gaan eten nu. Ze deed wat peper en mayonaise door de tonijn van de kat, smeerde het op wat toastjes, schonk het laatste beetje gluhwein in haar glas en plofte daarna op de bank waar ze ‘All you need’ besloot te kijken. Janken deed ze toch al.

Straks zou ze nog wat peertjes nemen.
Het was per slot van rekening kerst.


-fictief- (godzijdank!)

Lieve collega bloggers: Ik wens jullie allemaal hele fijne warme dagen!