2013: Een pas op de plaats 2014: Stapje voor stapje weer vooruit

2013 was een zeer bewogen jaar voor me. In figuurlijke zin dan.
De grootste dieptepunten hier even op een rij:
1) Mijn ziekenhuisopname vanwege de afschuwelijke nekpijn die me overviel en de lichamelijke misère van gewrichten, spieren en pezen waarmee ik sindsdien te kampen heb.
2) Natuurlijk de ziekte van mijn vader en de zorgen ook om mijn moeder en zus.
Een vader met kanker, een moeder met zwaar ondergewicht, een zus met een aneurysma in haar hoofd en een neef met pdd nos.
Wie verzint zoiets? Grapjas!
3) Het overlijden van een hele lieve oom door kanker. Hij gaf nog steeds ski les en stond midden in het leven. Ook een neef (46) waar ik in leeftijd maar zes dagen mee scheel overleed dit jaar. Hij lag zomaar dood in zijn bed. Zijn hart was niet goed, bleek achteraf.
En natuurlijk het overlijden van mijn voormalig leidinggevende in dezelfde week. Een hele lieve man die nog 50 moest worden. Zo triest allemaal.
4) Gedoe (weer!) met de alimentatie voor Kyl. Sinds zijn vader hem in de vakantie weer heeft gezien, betaald hij gewoon geen alimentatie meer.

Maar 2013 bracht ook best mooie dingen:
1) Ik heb mijn zegeningen leren tellen.
2) Ik heb (noodgedwongen) leren genieten van fietstochtjes in de buurt.
3) Ik heb (noodgedwongen) leren onthaasten.
4) Heb een aantal herinneringen uit de jaren ’70 eindelijk eens opgeschreven.
5) Het is nog beter dan in2012 gelukt om bij mezelf te blijven, mijn hart te volgen, en me weinig aan te trekken van wat een ander van me vindt. Moeilijk. Nog steeds soms, maar het wordt wel steeds minder moeilijk.
6) In materieel opzicht: Het kippenhokje is verplaatst en we hebben nu een halfopen keuken met gezellige kleine bar. Ben met allebei de dingen heel erg blij. Oké dan: Met de keuken het meest;-D
7) Op 1 sigaartje van buuf na heb ik het hele jaar niet gerookt! ***trots***
8) En ik ben natuurlijk dit blog gestart. Dat was nooit gebeurd als ik niet ziek was geworden, want daar had ik de tijd en de energie gewoon niet voor toen ik nog met windkracht tien door mijn leven denderde.
Dit blog heeft me heel veel fijne dingen gebracht.
Inzicht in mijn eigen gevoelens bijvoorbeeld. Het liet me soms een pas op de maat maken, door even terug denken aan wat is gebeurd, en liet wat ik opschreef tegelijkertijd een beetje bezinken.
Maar naast dat, bracht het heel veel lieve mensen op mijn pad die me vaak een steuntje (zeg maar steuN soms) in de rug gaven. Niet alleen via de reacties, maar ook in pb’s.
Ik heb ook erg genoten van en gelachen om de andere blogs; de idiote verhalen uit België en de (te) gekke filmpjes van Riet. Maar ook vaak meegeleefd natuurlijk. We krijgen allemaal ons deel. Hoewel het natuurlijk een virtueel wereldje blijft, ben ik er erg gesteld op geraakt. Soms, als de echte wereld heel even te veel voor me werd, kon ik er even in weg vluchten.
Dank jullie wel.

Mijn plannen voor 2014?
1) Verder met lichamelijk herstellen en weer voor 100% aan de slag.
-starten met de antibiotica (op hoop van zegen)
-acupunctuur?
-fysiotherapie / manuele therapie
-yoga
-fietsen (buiten)
-fietsen, lopen, roeien (sportschool)
-sauna 1 x per week
-gezonde voeding
-evt. / misschien (voor een jaar) terug naar 24 uur per week, ipv 32 uur.
Nou, dat komt wel goed dan toch?!!

2) Blog netjes bijhouden.
(En opslaan in Word!!!)
Jaren ’70 verhaaltjes afronden en over naar de woelige jaren’80.

3) Vaker afspreken met mijn (oude) vriendinnetjes. Aan het eind van 2014 wil ik ze allemaal (weer) minstens 3 keer gezien hebben.

4) Zuiniger omgaan met mijn energie. Wat is echt belangrijk?
Wie zijn echt belangrijk? Waar heb ik zin in?

5) De achterstallige alimentatie.
Daar ga ik in mijn blogs verder niet over uit wijden. Jullie krijgen al zoveel te verduren hier;-)

6) In de tuin werken. T’is een chaos daar. Afgelopen zomer kon ik niets doen vanwege mijn lijf. Rem is al een beetje begonnen. De druif is onlangs flink gesnoeid.

7) Op zeven staan mijn ouders. Zeven is namelijk mijn geluksgetal. Zeven is zoiets als ‘mijn best om het beste ervan te maken’. En daar kan ik wel wat geluk bij gebruiken.

8) Spook op Twitter.
Gewoon, omdat het goed is om af en toe met iets onnozels bezig te zijn. Gewoon, omdat ik het leuk vind: @spookerig

Lieve collega bloggers en andere anonieme meelezers:
Ik wens jullie alvast een fijne jaarwisseling en een heel Gelukkig en vooral Gezond 2014.

Afscheid?

Met een tas vol kleding kom ik bij mijn ouders aan. Het is half twaalf. Pap had zichzelf weer gewassen, dus de thuiszorg kon weer onverrichte zaken huiswaarts. ‘Het was ene Wendy, en ze kende jou van de Fresiastraat’, zegt mam. ‘Je moet de groeten hebben’.
Wat leuk, mijn oude buurvrouwtje.

Terwijl de koffie pruttelt loop ik naar boven. Zus ligt nog in bed. Ik heb nog wat leuke kleding waar ik enkel met grof geweld nog in kom. Na het kloppen open ik zacht de deur.
Zus ligt tv te kijken in bed met een shaggie. Haar kussen en laken zijn besmeurd met chocola. ‘Was per ongeluk’.

‘Misschien heb jij hier nog wat aan?’ Een voor een hou ik de kledingstukken omhoog.
‘Ja’ gaat op de linkerstapel, ‘nee’ op de rechter. Met de ‘nee’s’ vertrek ik even later weer naar beneden voor de koffie.

‘Wil je de foto’s zien die we met kerst gemaakt hebben pap?’ Dat wil hij wel. Hij komt overeind en ik kruip gezellig naast hem. ‘Die is leuk hè?!’ 1 foto van mam en hem is echt heel erg mooi. Hij kijkt er lang naar. Mam even later ook. ‘Ja, die is zeker mooi’. De volgende foto is er 1 van mam, zus en mij. We lachen breeduit. ‘Toen hoorden jullie zeker net dat ik dood was’, grapt pap.

Zus is inmiddels ook beneden.
‘Ik kan je ook vanmiddag ophalen. Dan kun je neef (je zoon) nog even bij mij zien’.
Mam vindt dat ook een goed idee. Lekker rustig. ‘Eet je lekker een keer bij mij zus. Maak ik een grote pan boerenkool’. Zus is gek op boerenkool.

Om half vier ben ik terug om zus op te halen. Met moeite hou ik in de auto mijn tranen in bedwang. De koffie staat al klaar. De tassen van zus ook.

‘Ik heb al een Whatsap van ex gehad, hij is al onderweg’, zeg ik. Zus schraapt het laatste beetje slagroom uit de beker voor mijn koffie. We zitten met ons drieën aan de achtertafel. Pap zit in zijn stoel heen en weer te wiegen. ‘Net een nieuwe pleister’, zegt mam.
Misschien wordt het eens tijd voor wat sterkers.

‘Heb je de badkamer nog gedaan?’ Ze heeft gestreken. ‘Dat had mam liever’. Ik baal. Wat heeft mam nou te strijken? Theedoeken? Zakdoeken? Een kleedje? Bovendien kan ze dat zelf nog best. Die badkamer niet. Ik besluit dat ik die hele kl.. badkamer uit mijn hoofd ga zetten. Aan de andere kant vermoed ik een klein beetje dat het de reden is dat pap geen hulp wil bij het douchen. Natuurlijk is de wasbak heus wel schoon, maar de wanden en de vloer, daar gaat het me om. Ik denk aan het gesprek met de psycholoog. Het is mijn moeders keuze. Ik probeer het los te laten.

‘Zullen we maar gaan?’ Ex wil met vriendin na de kool zo snel mogelijk terug naar 220 km verderop. Ze zullen zus een lift naar huis geven. Het afscheid is niet anders dan anders.
Mam zwaait. Pap moest gelijk al naar het toilet.

‘Zal ik langs dat hospice rijden?’ Het is maar 200 meter om. ‘Nee hoor, ik vertrouw je. Ik ga liever naar huis’. Mijn huis bedoelt ze. Soms slaat ze een woordje over. ‘Zal ik je dan de website even laten zien zo?’
Ze wil liever onder de zonnebank. ‘Ja, natuurlijk mag dat.

Als de boerenkool bijna klaar is komt het hele spul net aan. Kyl werkt tot acht uur en eet op zijn werk. Neef heeft een snorretje. Leuk hoor. We praten over pap. Vriendin werkt in de ouderenzorg. ‘Misschien is een pomp wel wat voor hem nu?’

Omdat kerst bij ons niet door kon gaan, ligt mijn stoere grijze tafelkleed nog slik en span op tafel. Ik dek met de nieuwe borden en het nieuwe bestek.
‘Wat gezellig!’ Zus zegt er niets over.

Na het eten en de koffie vertrekken ze. Zus is al weg. ‘Kom neef, dan gaan we er achteraan, je moeder is weer zo snel’. Dan toch nog een dikke knuf voor neef en voor mij. ‘Dag hoor, goede reis!’

Rem gaat wat pilsjes halen. Ik plof met neef op de bank. Even bijkletsen. Morgen wil hij naar opa en oma. Met Kylian.

We hebben allebei hetzelfde donkerblauwe vermoeden over zijn moeder. Het bewijs echter, ontbreekt.
Zijn verdriet daarover moet nog zoveel groter zijn dan dat van mij.
Ik probeer als altijd weer verzachtende woorden te vinden. Hij voelt zich nog steeds erg verantwoordelijk voor haar.

Zondag werkt Kyl nog 1 dagje voor zijn vakantie begint.
Zondag, besluit ik, ga ik met neef maar eens een gezellig dagje winkelen en uitgebreid lekker lunchen.
Zondag is het namelijk neef en tante Nadda-dag.
O ZO!

Kerst 2013

‘Kunnen jullie hier heen komen?’ Het is eerste kerstdag, half vijf. Ik bel zoals afgesproken om deze tijd mam om te kijken of ze hier kunnen eten. ‘Ja natuurlijk mam. Geen probleem. Zijn we rond zes uur bij jullie met het eten’.

Rem zit aan de andere kant van de bar. Wat hebben we toch al veel plezier van die bar, ondanks dat de keuken zowat nog in dezelfde staat is als afgelopen zomer. Er komt iedere keer wat tussen als Rem weer verder wil gaan. Ik zie het niet eens meer. En het kan me ook niet schelen.

Ik slik wat tranen weg. ‘Jammer’.
‘Nou ja, we wisten het toch al een beetje schat?’
En toch valt het een beetje koud op mijn dak.
‘Zullen wij anders nu vast een soepje nemen?’
De voorgerechten blijven thuis vandaag. Tegen de tijd dat we die op zouden hebben zou ons hoofdgerecht koud zijn.

Terwijl Rem vast de koelbox zoekt op de schuurzolder verwarm ik de oven voor en bestudeer de bereidingswijze van de verschillende ovengerechten. Op 190 graden verwarm ik hem voor. Dat lijkt me een mooi gemiddelde.

De kalkoenbout mag het eerst erin. In het uur dat volgt schuif ik een voor een de andere gerechten erbij.

Kyl komt rond vijf uur thuis uit zijn werk. Als alle gerechten hun weg naar de oven hebben gevonden, neem ik lekker een wijntje. Kyl schuift ook even aan. ‘Was opa nog zo ziek dan?’ Ik hoor aan zijn stem dat hij zich er nu toch eindelijk van bewust begint te worden dat opa toch minder sterk is als hij dacht.

Even voor zessen haal ik de gerechten een voor een uit de oven. Rem pakt ze snel in en zet ze in de voorverwarmde koelbox. We hadden er een hete kruik in gedaan. Vlug, jassen aan, hup , hup, snel snel!

Tien minuten later pak ik snel alles weer uit, en doe ik het eten over in mooie schalen nadat ik zus een snelle zussenknuf heb gegeven. De verpakkingen gooi ik terug in de koelbox. Dat gooi ik later thuis wel weer weg. Pap zit in een -te groot- spierwit overhemd op de bank.
‘Wat ben je netjes pap’. Zus zet alles op tafel.
‘Komen jullie?’

Naast mijn bord ligt een schattig klein cadeautje. Ook voor mam en pap. Het is een grappig bedelhangertje voor aan mijn sleutelbos. Pap heeft een knuffelsteen gekregen. Bergkristal. Wat lief van zus.

‘Neem nou lekker van alles gewoon 1 mam. Wat je niet lust laat je staan’. Pap houdt het bij een stukje piepklein stukje kalkoen. ‘Heeeerlijk Nadda’.
De koude peertjes uit Rems kerstpakket doen het even later wel goed bij hem, hij neemt er zelfs twee. ‘Ik heb al mijn voorbehoedsmiddelen ingenomen’, verklaart pap plechtig. We schieten allemaal in de lach. Pap is erg in de war. Een van de bijwerkingen natuurlijk van de van de Fentanyl, oxinorm, en de oxicodon.
Soms zegt hij zulke rare dingen dat we onbedaarlijk in de lach schieten, ondanks het verdriet daarover, wat we toch allemaal moeten voelen.
Maar hij zit toch mooi maar wel samen met ons aan het kerstdiner.
Amen.

Na het eten was ik af met Kyl. Zus ruimt de tafel af. Pap komt ook met twee vieze bordjes naar de keuken. Dat van mam is nog meer dan half vol zie ik. Normaal had hij altijd even geholpen. ‘Ga nou lekker zitten pap’.

‘Was de thuiszorg gisteravond nog geweest?’ Dat waren ze. Vanaf nu komen ze iedere avond pap prikken. Had dr. Spruitje natuurlijk weer geregeld. Toen ik afgelopen maandag nog even bij mam langsging zat de thuiszorg coördinator daar op de bank. Pap lag in bed. Ze was er net. Kwam dat even uit. Ze wist mam er even later van te overtuigen dat er in het hospice echt niet van haar zou worden verwacht dat ze voor het avondeten zou gaan zorgen.
Dat zag ze allemaal niet zo zitten. Vooral het onder de ogen van andere mensen daar samen aan tafel eten natuurlijk niet.
Mam was zichtbaar weer wat gerustgesteld geweest.
Misschien was het dan toch wat voor hun, als het echt niet langer zou gaan thuis.
‘Ja, gister waren ze wel geweest hoor. Ze komen nu voortaan wat eerder, tussen acht en negen’. Ik ben zo blij met de extra controle. Mam ook volgens mij.

‘Misschien is het leuk als neef vrijdag met zijn vader meekomt als hij zus komt halen’, zegt Rem.
Zus haar ex brengt neef die dag. Hij komt een weekje of zo bij ons logeren en neemt zus weer mee terug naar haar woonplaats 220 km verderop.
‘Nee hoor, dat hoeft niet. Ik heb hem in november nog even gezien’.
Soms zien ze elkaar maanden niet.
‘Maar misschien wil hij jou wel even zien?’ vraag ik.
‘Kijk’. Zus laat me kleine stickertjes zien die je op je voorhoofd kunt plakken. Soort tekentjes van een of andere sekte of zo iets. ‘Ja leuk’.

Rond een uur of negen maken we aanstalten om te gaan.
‘Mam, wil je nog een foto maken van mij en opa?’
Dat wil ik wel. ‘Kom Kiel, bij de haard’. Kyl en opa zitten naast elkaar. Zus schuift er even later ook naast. ‘Jij ook mam’. Als laatste plof ik bij zus op schoot. Rem klikt, klikt en klikt.

Thuis bekijk ik de foto’s. Er zitten erg leuke tussen. Pap lacht op de meeste. Zelfs mam ziet er niet zo bedrukt uit.

Tweede kerstdag hebben we heel gezellig bij Karin en Steef doorgebracht. Even de druk van de ketel:

Vanmiddag komt neef dus. Rond vijf uur, half zes denk ik. Eerst maar eens naar mijn ouders. Afscheid nemen van zus. Ze heeft me beloofd vandaag de badkamer een grote beurt te geven.

Ik besef me eigenlijk nu pas dat haar afscheid van pap vanavond misschien wel eens voor altijd zou kunnen zijn.
Of moet ik zo niet gaan denken?

20131227-083042.jpg

Andy’s kerstfeest 2 ( de happy end versie)

Kerstverhaal:

Eerste kerstdag 2013.
Het sneeuwde niet. Het was niet eens koud. Integendeel. Het regende wel. En niet zo’n beetje ook. De hele dag was het nog niet opgehouden. De zon hield zich pertinent schuil achter de dikke donkere wolken die snel werden voort geblazen door de harde wind. Zo’n dag was het.

Andy had de kerstboom lichtjes al de hele dag aan.
Een pannetje gluhwein stond zachtjes wat te pruttelen op het oude kleine petroleumstel dat vroeger van haar moeder was geweest. Die maakte er altijd haar stoofpeertjes op klaar met kerst. Deze kerst zou ze voor het eerst zonder haar ouders vieren. De geur van de petroleum maakte dat ze een klein beetje het gevoel had dat ze er toch een heel klein beetje bij waren. Andy zat aan haar kleine tafeltje en bekeek de foto albums van haar ouders, terwijl de kat langs haar benen schuurde, op zoek naar wat aandacht en genegenheid. Of misschien had hij gewoon al honger. Hij zou nog even moeten wachten op zijn kerstdiner.

Andy snoot haar neus nog maar een keer en schonk nog een gluhweintje in. Ze zat hier nog steeds in haar oude pyjama. Wat had het voor zin om je op te tutten als er toch niemand zou komen? Nee, dan maar liever zo. Straks zou ze de ovenschotel in de oven schuiven en de film over de Heineken ontvoering kijken die ze gisteravond opgenomen had. Bordje op schoot. En een Irisch Coffee toe. All you Need kon ze eventueel ook nog kijken. Alsof ze nog niet genoeg had gejankt vandaag zeg.
Nou ja, ze zou wel zien. Het was per slot van rekening kerst. Als ze nou eerst buiten maar eens ophielden met het afsteken van dat illegale vuurwerk. Gek werd ze ervan.

Een voor een bekeek ze de foto’s. Vrolijke foto’s met lachende gezichten in de sneeuw, op het strand, aan een feestelijk gedekte tafel, in de tuin waarin pap altijd zoveel tijd doorbracht. Dat was ook wel te zien. Een tuintje. Wat zou dat weer zalig zijn, gewoon een eigen tuin voor zichzelf. Of een balkon, dat zou ook al fantastisch zijn. Ook voor de kat. Ze moest nou ook weer niet direct teveel willen.

De kat was op haar schoot gesprongen. Zonder dat ze er erg in had streelde ze zijn vacht en veegde ze een traan weg die kriebelend langs haar wang een weg naar beneden zocht. Het was ook nog maar zo kort. Begin maart. Het ongeluk met de skilift. Dat waren zij geweest. Haar ouders. In 1 klap weg. Allebei. 55 jaar waren ze nog maar geweest.
De kranten hadden er vol mee gestaan.

Ze had gewoon nog even moeten wachten. Met een klap sloeg ze het album dicht en legde het boven op de kast.
Had ze nou maar een broer of een zus gehad, of desnoods een oude verre tante. Maar niets van dat al. Ze was helemaal verdomd alleen op die verdomde aardkloot nu.

Twee maanden na de begrafenis had ze het ouderlijk huis in Sneek verkocht en was ze verhuisd naar de Pijp. Onderhuur. Via via. Je kent het wel. De kat van haar ouders had ze meegenomen. Ze was dan wel nooit echt een katten mens was geweest, maar ze had het niet over haar hart kunnen verkrijgen het beestje terug naar een asiel te brengen.
Haar oude vrienden hadden vanmorgen nog even gebeld. En hoewel ze van harte welkom was geweest om bij hun prille gezinnetjes de kerst door te brengen had ze besloten alleen thuis kerst te vieren. Ze had het niet gekund. Nog niet.

De kat wilde naar buiten. ‘Over een uurtje gaan we eten hoor.’ Het was het eerste wat ze die middag zei. Haar stem moest duidelijk nog wat gesmeerd worden.

Voordat ze met haar wijntje op de bank plofte, schoof ze de kant en klare kalkoenfilet in de oven. De oudhollandse groenten zou ze er over een kwartiertje naast zetten. Ja, ze moest er toch wat van maken nietwaar? Het was per slot van rekening kerst. Hoewel de peertjes straks uit blik zouden komen was ze ze niet vergeten. Misschien moest ze toch maar even snel een douche pakken en wat leuks aandoen. Opnieuw schrok ze zich dood van een vuurwerkknal.

In haar strakke zwarte broek en de zachte mohair trui voelde ze zich gelijk wat meer mens.
Een beetje make-up deed natuurlijk ook wonderen, al zagen haar ogen nog steeds een beetje rood. Het eten was bijna klaar. Het rook lekker. Ook al zo naar vroeger. Ze maakte een blikje echte-mensentonijn open voor de kat. Zij een kerstdiner, hij ook een kerstdiner. ‘Poes poes, kom maar’.

Ze verwachtte hem pal achter de buitendeur maar hij stond er niet. Ze riep hem nog eens. Wat harder nu. ‘Poes poes, kom maar. Eten’.
De regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Vreemd. Hij was nooit verder geweest dan het portiek. En hij had bovendien de pest aan regen. Hij zou toch niet ZO geschrokken zijn van het vuurwerk dat hij op de vlucht was geslagen? Wat stom dat ze daar nou niet aan gedacht had. Ze had hem binnen moeten houden.
Snel zette ze de oven uit en pakte ze haar sleutels en haar jas.

Zou ze rechts- of linksaf gaan? Ze gokte op rechts. En dan zou ze gewoon het hele blokje lopen. Zo ver zou hij niet zijn toch? ‘Poes poes?’

Toen ze de eerste zijstraat in liep zag ze een auto midden op de weg staan. De alarmlichten knipperden. Gelijk wist ze dat ze daar moest zijn. Het was de Dierenambulance.

Twee mannen zaten met gebogen hoofd boven de kat.
‘Is hij van u mevrouw?’
Ze knikte. De regen konden haar tranen niet verbloemen.
Ze wist even niets te zeggen. Ze streelde het warme zachte kattenlijfje tot de ambulance chauffeur het oppakte en in de doos legde die achterin de ambulance stond.

‘Hey, het spijt me echt mevrouw, weet je. Hij stak zomaar de weg over’.
Bruine ogen keken haar vanonder een pet en een capuchon aan. Er blonken tranen in.
‘Echt. Ik zweer het u’.
‘Misschien valt het mee. We zullen wij hem eerst maar eens laten nakijken door de dierenarts. Wilt u mee mevrouw?’

Ze keek verbaasd op. ‘Kan dat dan?’
De ambulance chauffeur en hield het portier al voor haar open. ‘Normaal niet’.

Samen reden ze door de natte straten van Amsterdam. Het was rustig op straat. Iedereen zat natuurlijk lekker met het hele gezin te gourmetten of aan de kalkoen.
‘Vind u het niet vervelend om te werken met kerst?’ Vroeg Andy. ‘Zeg maar je hoor, ik ben Chris’. Zijdelings keek ze hem aan. Hij hield zijn blik strak op de weg. Leuke vent eigenlijk.
‘En nee, ik vind het niet erg.
Mijn kinderen komen pas de tweede vakantieweek bij mij, dus ik was toch maar alleen.
Tja, en om nou om je eentje aan de kalkoen te zitten…’
Ze begreep hem precies.
‘Ik had stoofpeertjes. En kalkoen. Wel kant en klaar hoor. Zo’n schotel, weet je wel?’ Hij knikte. ‘Ik ben trouwens Andy’.

‘Hoe heet je kat eigenlijk?’
Ze had geen idee. Haar moeder had het haar wel verteld, maar ze was de naam weer vergeten. ‘Mijn ouders hadden hem nog maar een weekje voor ze in februari verongelukten’.
Hij keek haar even geschrokken aan voor hij zijn blik weer op de weg richtte. ‘Jee. Wat erg. Wat moet dit een rot kerst voor je zijn’.

Ze waren er. Voorzichtig tilde de chauffeur de kat uit de auto en bracht hem naar de behandelkamer waar de dierenarts al stond te wachten bij de tafel. ‘Zo, laten we eens even kijken’. Andy hield haar adem in terwijl de arts de kat voorzichtig onderzocht. ‘Hij is zo te zien bewusteloos van de klap. Niets gebroken zo te voelen’. Andy haalde opgelucht adem. ‘Ik hou hem een nachtje ter observatie. Ik denk dat hij morgen wel weer bij is hoor. Hij komt er waarschijnlijk wel met de schrik vanaf’.

Zachtjes aaide Andy de kat nog even. ‘Zet ‘m op hè jongen.’ Daarna schudde ze de hand van de dierenarts. ‘Dank u wel’.
‘Kom, dan geef ik je een lift naar huis. Mijn dienst zit er toch op’.

‘Heb je misschien zin om een hapje mee te eten?’ Het kwam vast door de kerst. Normaal had ze dit nooit durven vragen. ‘Gewoon…’
‘Heel erg graag Andy. Weet je het zeker?’

Haar huis rook naar een heerlijke mengeling van de kalkoen en de gluhwein. Gelukkig was de kalkoenschotel nog niet verbrand. Samen met de vergeten Hollandse groenten warmde ze het op terwijl ze de peertjes in een mooi schaaltje deed.
Chris haalde voor de gezelligheid nog even een flesje champagne beneden bij de avondwinkel.
Het was per slot van rekening kerst.
Hun eerste kerst.
Chris opende de fles terwijl Andy de glazen ophield.

Opeens schoot de naam van de kat haar weer te binnen. ‘Ik weet het weer. Hij heet Faith!’ Blij keek ze Chris aan.
Hij hief zijn glas.
‘Op Faith’.
‘Faith’

-fictief-

Lieve collega bloggers: Ik wens jullie allemaal hele fijne warme dagen!

Kerstverhaal: Andy’s kerstfeest

Eerste kerstdag 2013.
Het sneeuwde niet. Het was niet eens koud. Integendeel. Het regende wel. En niet zo’n beetje ook. De hele dag was het nog niet opgehouden. De zon hield zich pertinent schuil achter de dikke donkere wolken die snel werden voort geblazen door de harde wind. Zo’n dag was het.

Andy had de kerstboom lichtjes al de hele dag aan.
Een pannetje gluhwein stond zachtjes wat te pruttelen op het oude kleine petroleumstel dat vroeger van haar moeder was geweest. Die maakte er altijd haar stoofpeertjes op klaar met kerst. Deze kerst zou ze voor het eerst zonder haar ouders vieren. De geur van de petroleum maakte dat ze een klein beetje het gevoel had dat ze er toch een heel klein beetje bij waren. Andy zat aan haar kleine tafeltje en bekeek de foto albums van haar ouders, terwijl de kat langs haar benen schuurde, op zoek naar wat aandacht en genegenheid. Of misschien had hij gewoon al honger. Hij zou nog even moeten wachten op zijn kerstdiner.

Andy snoot haar neus nog maar een keer en schonk nog een gluhweintje in. Ze zat hier nog steeds in haar oude pyjama. Wat had het voor zin om je op te tutten als er toch niemand zou komen? Nee, dan maar liever zo. Straks zou ze de ovenschotel in de oven schuiven en de film over de Heineken ontvoering kijken die ze gisteravond opgenomen had. Bordje op schoot. En een Irisch Coffee toe. All you Need kon ze eventueel ook nog kijken. Alsof ze nog niet genoeg had gejankt vandaag zeg.
Nou ja, ze zou wel zien. Het was per slot van rekening kerst. Als ze nou eerst maar eens ophielden met het afsteken van dat illegale vuurwerk. Gek werd ze ervan.

Een voor een bekeek ze de foto’s. Vrolijke foto’s met lachende gezichten in de sneeuw, op het strand, aan een feestelijk gedekte tafel, in de tuin waarin pap altijd zoveel tijd doorbracht. Dat was ook wel te zien. Een tuintje. Wat zou dat weer zalig zijn, gewoon een eigen tuin voor zichzelf. Of een balkon, dat zou ook al fantastisch zijn. Ook voor de kat. Ze moest nou ook weer niet direct teveel willen.

De kat was op haar schoot gesprongen. Zonder dat ze er erg in had streelde ze zijn vacht en veegde ze een traan weg die kriebelend langs haar wang een weg naar beneden liep. Het was ook nog maar zo kort. Begin maart. Het ongeluk met de skilift. Dat waren zij geweest. Haar ouders. In 1 klap weg. Allebei. 55 jaar waren ze nog maar geweest.
De kranten hadden er vol mee gestaan.

Ze had gewoon nog even moeten wachten. Met een klap sloeg ze het album dicht en legde het boven op de kast.
Had ze nou maar een broer of een zus gehad, of desnoods een oude verre tante. Maar niets van dat al. Ze was helemaal verdomd alleen op die verdomde aardkloot nu.

Twee maanden na de begrafenis had ze het ouderlijk huis in Sneek verkocht en was ze verhuisd naar de Pijp. Onderhuur. Via via. Je kent het wel. Haar oude vrienden hadden vanmorgen nog even gebeld. En hoewel ze van harte welkom was geweest om bij hun prille gezinnetjes de kerst door te brengen had ze besloten alleen thuis kerst te vieren. Ze had het niet gekund. Nog niet.

De kat wilde naar buiten. ‘Over een uurtje gaan we eten hoor.’ Het was het eerste wat ze die middag zei. Haar stem moest duidelijk nog wat gesmeerd worden.

Voordat ze met haar wijntje op de bank plofte, schoof ze de kant en klare kalkoenfilet in de oven. De oudhollandse groenten zou ze er over een kwartiertje naast zetten. Ja, ze moest er toch wat van maken nietwaar? Het was per slot van rekening kerst. Hoewel de peertjes straks uit blik zouden komen was ze ze niet vergeten. Misschien moest ze toch maar even snel een douche pakken en wat leuks aandoen. Opnieuw schrok ze zich dood van een vuurwerkknal.

In haar letherlook tregging en de zachte mohair trui voelde ze zich gelijk wat meer mens.
Een beetje make-up deed natuurlijk ook wonderen, al zagen haar ogen nog steeds een beetje rood. Het eten was bijna klaar. Het rook lekker. Ook al zo naar vroeger. Ze maakte een blikje echte-mensentonijn open voor de kat. Zij een kerstdiner, hij ook een kerstdiner. ‘Poes poes, kom maar’.

Ze verwachtte hem pal achter de buitendeur maar hij stond er niet. Ze riep hem nog eens. Wat harder nu. ‘Poes poes, kom maar. Eten’.
De regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Vreemd. Hij was nooit verder geweest dan het portiek. En hij had bovendien de pest aan regen. Hij zou toch niet ZO geschrokken zijn van het vuurwerk dat hij op de vlucht was geslagen? Wat stom dat ze daar nou niet aan gedacht had. Ze had hem binnen moeten laten.
Snel zette ze de oven uit en pakte ze haar sleutels en haar jas.

Zou ze rechts- of linksaf gaan? Ze gokte op rechts. En dan zou ze gewoon het hele blokje lopen. Zo ver zou hij niet zijn toch? ‘Poes poes?’

Toen ze de eerste zijstraat in liep zag ze een auto midden op de weg staan. De alarmlichten knipperden. Gelijk wist ze dat ze daar moest zijn. Het was de Dierenambulance.

Drie mannen zaten met gebogen hoofd boven de kat.
‘Is hij van u mevrouw?’
Ze knikte. De regen konden haar tranen niet verbloemen.
Ze wist niets te zeggen. Ze streelde het warme zachte kattenlijf tot de ambulance chauffeur het oppakte. Het kopje hing slap langs zijn arm.

‘Hey, het spijt me echt mevrouw, weet je. Hij stak zomaar de weg over’.
Bruine ogen keken haar vanonder een pet en een capuchon aan. Er blonken tranen in.
‘Echt. Ik zweer het u’.
‘Zullen wij hem maar voor u meenemen mevrouw?’

Ze knikte. ‘Is hij echt wel dood?’
De ambulance chauffeur knikte. ‘Het spijt me’.
Nadat ze haar gegevens had opgeschreven liep ze weer naar huis.

De kalkoenfilet was toch nog verbrand. Nou ja, ze had toch niet zo’n trek. Maar ze moest toch wel echt wat gaan eten nu. Ze deed wat peper en mayonaise door de tonijn van de kat, smeerde het op wat toastjes, schonk het laatste beetje gluhwein in haar glas en plofte daarna op de bank waar ze ‘All you need’ besloot te kijken. Janken deed ze toch al.

Straks zou ze nog wat peertjes nemen.
Het was per slot van rekening kerst.


-fictief- (godzijdank!)

Lieve collega bloggers: Ik wens jullie allemaal hele fijne warme dagen!

Kerstfeest ’74 en kerstfeest nu…. (lang verhaal)

In de klas zongen we ‘Kerstfeest. ’74 en kerstfeest toen’. De regel die daar op volgde was dan ‘Niet zoveel veranderd…wel…’
De rest van de tekst ben ik vergeten. Dat er inmiddels wel veel was veranderd leek me duidelijk. Wie had bijvoorbeeld ooit kunnen denken dat ik uiteindelijk nog eens de schoonste van ons drie zou worden? Mam deed boodschappen terwijl ik bij pap bleef. ‘Dan sop ik ondertussen wel even de keukenkastjes voor je’.

Thuis was het vroeger altijd een drukte van jewelste zo tegen de kerst in de jaren’70. Uiteraard moesten we helpen bij de Grote Schoonmaak, al probeerde ik er zoals altijd op slinkse wijze onderuit te komen door me op te sluiten in het toilet tot grote woede van zus. Het koper was echter geduldig. Pas als het zo blonk dat het pijn deed aan mams ogen, (criterium!) de matten waren geklopt, het hele huis was doordrongen van een penetrante ammoniakgeur vermengd met de geur van de Pledge en de boenwas, en de ragebol alle hoekjes had gezien was mam tevreden en gingen we op woensdagmiddag naar de markt voor een kerstboom die we met ons drieën lopend naar huis droegen terwijl de naalden van de stam in onze handen prikten. Ik liep voor spek en bonen in het midden. ‘Even wisselen hoor’. Dat was mam. Zus had als sterkste van ons drie de dubieuze eer de stam te mogen dragen. We legden de boom dan voorzichtig op de grond en liepen er omheen naar de andere kant. Dat ging zo door tot we thuis waren. Daar manoeuvreerden we net zo lang tot hij schuin overdwars op het balkon lag, waar hij bleef tot pap de tijd rijp achtte om de groene standaard uit de schuur te halen en net zolang aan de stam begon te snijden en te zagen tot de boom Wel in de standaard paste, we Wel met goed fatsoen langs de boom naar de voorkamer konden lopen en hij Wel klein genoeg was om rechtop in de kamer te kunnen staan, zonder daarbij het plafond te raken. Mams visuele inzicht was nooit zo best, of ze deed gewoon net of ze achterlijk was, dat kan ook heel goed. ‘Hij leek op de markt echt veel kleiner hoor Klaas! Ja toch meiden?’ Braaf knikten we onze hoofdjes. We konden er heel onschuldig uitzien als we wilden.
Als alle lichtjes eindelijk naar tevredenheid van mam in de boom hingen (pap) , en de piek zijn plek in de top had ingenomen (pap), mochten wij mam helpen met de ballen.
Zilveren ballen, zilveren vogeltjes, zilveren huisjes en zilveren slingers vonden 1 voor 1, op gepaste afstand van elkaar een plekje in de takken.

Pas als de boom stond, kwam het stalletje aan de beurt. Pap zette het in elkaar en legde het stro erin terwijl wij toekeken hoe mam 1 voor 1 de beeldjes die wij mochten aangeven voorzichtig uit de kranten rolde. Onderwijl probeerden we te raden wie er tevoorschijn zou komen. Josef en Maria herkenden we uit duizenden aan hun scoliose ruggetjes. Kindje Jezus werd na een ‘voorzichtig’ kusje van ons in een klein rieten mandje met engelenhaar gelegd. Pas als de hele veestapel vervolgens ook weer zijn vaste plekje had gevonden mochten de knielende engeltjes aan weerszijde van het stalletje worden geplaatst. Engel Gabriel werd vervolgens met zijn ‘Gloria in Excelsies Deo’ vaandel in zijn handen aan zijn stok boven de stal en onder de rode ster gehangen, maar niet voordat het stalletje was bedekt onder een massa met wat overtallige dennentakken van de boom. De drie koningen moesten nog even in de doos blijven tot het hun tijd was. Ja, het luisterde allemaal heel nauw. Het was best een heel gedoe nu ik er zo op terug kijk.
Op een ochtend stonden zus en ik al vroeg in onze nachtjaponnetjes bij het stalletje. ‘Niet aankomen Narda’.
‘Heel even een kusje geven mag toch wel zus?’ Sinds die dag kan een van de knielende engeltjes niet meer vliegen. Je moet het echt weten hoor, wil je het zien.

Maar goed, zodra het hele huis uiteindelijk goed genoeg naar de zin van mam gepoetst, gefluft en gepimpt was, kwamen we natuurlijk zelf aan de beurt. Dus op naar het paardje van C&A, de aapjes van de V&D en de worst van de Hema.

Op kerstavond togen mam, zus en ik dan -voor de gelegenheid gearmd – in vol ornaat naar de kindermis.
De kerk van toen was zo’n beetje ‘the place to be’ in die tijd. Als je op tijd was kon je misschien een plekje voor het grote schuifgordijn bemachtigen. Meestal zaten wij dus achter een grote dikke pilaar of zo, of ergens achter aan de zijkant onder een luidspreker en dan hadden we nog mazzel, want sommigen mensen moesten gewoon staan! Het liefst zaten we op de eerste rij op het balkon. Van daaruit konden we prima onze vrienden en kennissen spotten. ‘Niet zo hard lopen meiden’
Zus is jarenlang smoorverliefd geweest op R. die ze, behalve als we op visite gingen, normaal niet zo snel tegen het lijf zou lopen. ‘Kijk, daar zit hij’, was meestal genoeg om zus met luid kabaal van de voetenplank te laten donderen, de laatste tree van een trap te laten missen of over een punt van de loper te laten struikelen. Meestal eigenlijk alledrie die dingen wel.

Tijdens de kindermis van ’74 mocht mijn vriendinnetje C. ‘Er is een kindeke geboren op Aard’ voorzingen. Hoewel wat nasaal (waarschijnlijk van al dat zwemwater) was het een prachtig magisch moment. Dat ijle stemmetje van haar dat in die bomvolle kerk na iedere zin met honderden stemmen werd geëchood. Die avond besloot ik dat ik ook lid zou worden van het kerkkoor. Niet vanwege de eventuele zangambities hoor. Welnee!
Het uitzicht vanaf het podium moest gewoon fantastisch zijn. Een stuk makkelijker bovendien. Nu moest ik het maar raden wie wie was aan het haar. Dat ik daar nou niet eerder aan had gedacht.

Nadat we ‘de Herdertjes lagen bij na-ha-hachten’ uit volle borst hadden meegezongen, werd het de hoogste tijd om buiten voor de kerk onze vrienden (school) en kennissen (zij, die we kenden van de rijen bij de luilakbollen, de kassa van de C&A en het zwembad) een zalig kerstfeest te wensen.
Daarna liepen we door de donkere nacht naar huis waar pap een feestelijke broodmaaltijd op tafel klaar had staan en de hele kamer slechts karig werd verlicht door de kaarsen op tafel en de lichtjes van de kerstboom. Vloercadetten met roomboter, rosbief en fricandeau lagen naast de gesuikerde stol, de tulband en de Duivekater op mam haar allermooiste schalen. Het deftige servies was uit de buffetkast gehaald, wat het hele gebeuren een zeer gewichtig tintje gaf. Ons vaste koor (we hadden slechts 1 kerst-elpee) zong zacht van ‘Ei, Ei, zwijg stil zuszus, en krijt niet meer’, wat naast ‘gewichtig’ en ‘heilig’ voor mij bovendien een nogal mysterieus tintje aan het geheel gaf.

Natuurlijk gingen we met de kerst bij beide oma’s en opa op visite. Op eerste kerstdag gingen we naar de moeder van mijn moeder die op 1 hoog in een duplexwoning woonde in de Blijdschapstraat in Assendelft.
Steevast met een pak koffie.
Uiteraard was de hele familie present, een mannetje of ehh..30?! ‘Kom d’r in luitjes, plaats genoeg’. En inderdaad, we konden er allemaal in. Er was zelfs plek voor een giga kerststal en een kerstboom met bont gekleurde lichtjes en ballen.
Op tweede kerstdag aten we cashewnoten bij mijn andere oma en slurpten we ongemerkt het ene na het andere glas bowl naar binnen terwijl we lachten om de grapjes van ome H. en kennis maakten met -alweer- een nieuwe lichting nichtjes en/of neefjes.

Tja.
‘Kerstfeest 74 en kerstfeest toen, niet zoveel veranderd…’
De tekst van het liedje mag ik verder dan misschien zijn vergeten, de melodie speelde vanmiddag ineens weer zachtjes door mijn hoofd toen ik Maria en Josef met hun scoliose ruggetjes als altijd over kindje Jezus gebogen zag staan, omringd door de oude os, de trouwe ezel en de lieve kleine schaapjes.
Mijn vader lag er stilletjes en bleek op de bank naast.
Het engeltje zonder vleugeltje keek een beetje bezorgd op hem neer.
-Je zou het echt moeten weten, wilde je het zien-.

Eind.

…..Over het kerstdiner heb ik het al eens gehad. Maar voor de volledigheid vind ik het leuk om het hieronder te plakken:

….Met kerst aten we meestal kalkoen. Dat was best een heel gedoe. En hij mislukte altijd. De ene keer gortdroog, dan weer taai of verbrand.
Je moest mijn moeder nageven dat ze een doorzetter was op culinair gebied.

Allereerst moest er een kalkoen gekocht worden bij van der Laan, de poelier op de krommenieeerweg.
(waar nu de Mexicaan zit). Daar moest ze minstens een uur voor uit trekken.
Vervolgens moesten, nadat ze twee uur later bij de visboer op het marktplein ook de Hollandse garnalen had gescoord, de laatste veertjes uit het beest geplukt worden, alvorens hij van binnen en buiten grondig gewassen kon worden.
Meestal vulde ze hem -onder toeziend oog van zus en mij- daarna met gehakt en kastanjes. En een scheutje port. ‘Wordt ‘ie lekker sappig van’.
Ja ja.
Daarna pelden zus en ik dan de garnalen op een krant, een waar monnikenwerk, terwijl mijn moeder de kalkoen weer een beetje als zodanig herkenbaar in vorm bond.

Met de kerst kregen we ’s morgens rond elf uur een klein glaasje (dat noemde ze dan een ‘proefie’) boerenjongens ‘voor de gezelligheid’.
De Irish Coffee hadden we dan al afgeslagen.
Na de lunch volgde gezellig een kersenbonbon en een rumboon bij de thee. ‘Lekker hè meiden?’
Daarna volgde rond vier uur de bowl.
(Jaren later kwam ik erachter dat ze zoiets in Spanje Sangria noemden.) ‘Toe, neem nou een beetje!’
Tegen de tijd dat we aan tafel gingen, waren we al behoorlijk teut lichtelijk aangeschoten.
Uiteraard kregen wij een glaasje rode wijn bij het eten. Hoorde bij onze opvoeding vond mam. En was bovendien ‘Zo feestelijk!’
Door de garnalencocktail zat natuurlijk ook een flinke teug whisky, en de peertjes stoofde ze volgens mij in onverdunde rode wijn.
Ook de tutti- frutti had minstens een dag in de sherry hebben liggen weken.
‘Ach dat kleine beetje alcohol is allaaang verdampt’ riep ze dan.
‘Nog maar een glaasje wijn?’

Van de kerstdesserts is me bar weinig bijgebleven.
Hoogstwaarschijnlijk lag ik tegen die tijd gewoon allang al ladderzat onder tafel….

Dubieuze schimmelnagels, ramen lappen en belangrijker zaken….

Woensdag:
Een Whatsap van Kylian tijdens mijn werk: ‘Mam, oma heeft je vannacht geprobeerd te bellen, opa was twee keer gevallen.’
Hij zit nu daar weet ik, om dat Kärcher raamlap-ding ( ja, dat bestaat, ik had er tot voor kort ook geen idee van) in elkaar te zetten die we maandag samen in Zaandam hadden gekocht, nadat we -natuurlijk!- eerst samen uitgebreid de massage stoelen hadden getest. Ik schrik me rot. Snel kijk ik bij mijn gemiste oproepen. Geen oma nummer te bekennen. Dan bel ik snel Kyl voor het hele verhaal.

Dokter is net weg zegt Kyl.
‘Ze had er niet aan gedacht je mobiel te bellen mam’. Het staat verdorie met koeienletters op het briefje met belangrijke nummers dat ze naast haar bed heeft liggen. ‘En F. , de overbuurvrouw, nam ook al niet op’. Arme mam. Gelukkig heeft ze wel de huisartsenpost te pakken gekregen die haar sommeerde 112 te bellen. Pap hoefde uiteindelijk gelukkig niet mee met de ambulance.

Thuis luister ik naar mijn moeder haar stem op het antwoordapparaat. Ze is niet te verstaan. Hoe lang kan dit nog zo doorgaan? ’s Avonds is dokter weer net geweest als ik bel. ‘Hij heeft een blaasontsteking’. We spreken af dat ik morgenochtend vroeg de medicijnen ophaal bij de apotheek. Samen met de nieuwe prikpen voor pap.

Maar eerst ga ik de volgende dag even naar de dermatoloog voor de uitslag van een stukje van mijn teennagel dat een paar maanden op kweek was gezet.
‘Het blijkt toch geen schimmel te zijn’ zegt ze. ‘Mag ik nog eens kijken naar je nagel?’ Ik neem plaats op het bed.
Omdat ik die vanmorgen net strak in de lak had gezet valt er niet veel aan te zien. Ze was zo overtuigd de vorige keer. ‘Ik heb nog wel de foto van hoe het was’. Die wil ze wel zien. Aandachtig bekijkt ze nogmaals de foto. ‘Het lijkt toch echt een schimmelnagel’.
Maar het is het dus niet, denk ik. ‘Dan toch psoriasis?’
Dat denkt ze niet. Maar ze weet het ook niet zeker. En een test om dat uit te zoeken bestaat niet. ‘ Over een half jaar wil ik je nog een keer zien’.
Met drie vraagtekens boven mijn hoofd stap ik even later in de auto. Nu even geen teennagel-gedoe!

Pap ligt in pyjama op de bank.
‘Blijf maar lekker liggen hoor’. Hij doet het niet. Bleek en mager kijkt hij me een beetje hol aan.
‘Hij heeft net een nieuwe morfine pleister op’, verklaart mam.

Als ik mijn koffie op heb lap ik toch maar even de ramen. ‘Eerst moeten de ramen schoon hoor, voordat ik het kerststalletje neer zet’.
Afgelopen zondag hadden Rem en ik al zo’n klein boompje van 60 cm met lichtjes gekocht op de kerstmarkt en later gelijk even opgetuigd.
De grote boom moest dit jaar maar op zolder blijven, vond mam. ‘Zo’n gedoe, mijn hoofd staat er helemaal niet naar’. Het stalletje had ik wel alvast in de logeerkamer gezet.

Na het lappen van zowel de binnen als de buitenboel drink ik nog wat met mam. ‘Red je het nog een beetje?’ Ik zeg dat ze de hulp moet gaan accepteren die de mensen aanbieden. ‘Ja maar ze vragen vaak alleen maar of ze een boodschap moeten doen, en dat doe ik liever zelf want dan ben ik er even uit’. Ik snap haar volkomen. ‘Maak anders een lijstje met dingetjes die moeten gebeuren maar die je zelf niet meer kan’. Dat weet ze wel uit haar hoofd hoor. Even later stof ik voor mam het kleine kastje boven de bank af terwijl mam het thee serviesje afwast wat daar sinds jaar en dag mooi staat te zijn.

‘Nog snel een glaasje water dan hoor’. Karin komt vanmiddag.
We hebben afgesproken om onder het genot van een gluhweintje de koudbuffetboodschappenlijst te maken voor tweede kerstdag.
‘Het is wel een fijne dokter hè?’
Het maakt me blij als ze dat zegt. ‘Pap ziet er wel slecht uit hoor mam’. Ze beaamt het. ‘Maar hij heeft nu koorts van die blaasontsteking hoor, dus als die weg is knapt hij vast verder op’. Dan vraag ik voorzichtig of ze er al over hebben nagedacht wat ze willen als het s’nachts niet meer gaat. ‘Toevallig begon dokter daar gistermiddag ook al een beetje over’, zegt mam. ‘Hij had het over een eventuele mogelijkheid van een hospice vlakbij als we dat zouden willen’.

Thuis kijk ik snel op internet terwijl ik een broodje naar binnen prop. Het hospice, lees ik, bevind zich precies tussen ons huis en dat van mijn ouders in. Wat mooi, wat knus. En zoveel vrijwilligers. Wel 60! Misschien is dit inderdaad wel een hele mooie uitkomst.
Dan lees ik dat ze ‘alleen voor uitbehandelde mensen een plekje hebben….’.Ik klap mijn laptop dicht. Karin staat voor de deur. Terwijl ik open doe komt de zin die er op volgde pas woord voor woord op volle kracht bij me binnen:
“Het moet duidelijk zijn dat de levensverwachting van de toekomstige bewoner korter is dan drie maanden”.

Welkome back Syntia!

‘Beste W-kamp,

Zoals u weet hebben wij onlangs onze Syntia naar u terug gestuurd. De communicatie tussen Syntia en ons liet de laatste tijd veel te wensen over. Bij ieder bescheiden verzoek onzerzijds werd ze alleen nog maar zo rood als een biet, terwijl ze het verder vertikte om ons te voorzien van een lekker vers gezet bakje koffie.

Helaas hebben we nog geen bericht over haar gekregen.
En ze is nu toch al zeker twee weekjes weg.
Kunt u mij vertellen wanneer -en of- Synthia weer terug komt?

Ondanks de strubbelingen van de afgelopen periode missen wij haar erg.

Vriendelijke groet,
Familie x’

Beste familie X,

Direct na het ontvangen van uw mail heb ik Syntia voor u opgespoord.
Het doet me deugd u te kunnen meedelen dat ze inmiddels weer helemaal de oude is, en uw verse bakkie leut weer in een knopomdraai kan zetten.

We zullen haar per omgaande op transport naar huis zetten.

Vriendelijke groet,
De W-kamp

20131217-162835.jpg

…met de garnalen, de kastanjes en een Bio kalkoen

Mijn oog valt op een foto van grote Spruit met kleine Spruit. Het hangt achter zijn brede rug tussen een stuk of wat andere canvas fotolijstjes aan de muur. Hij heeft dus warempel nog tijd gevonden om zijn hokje tussen al onze misère door nog even gezellig op te pimpen ook. Sterker, zo te zien heeft hij zelfs een zeker moment van quality time met kleine spruit mogen ervaren.

‘Het spijt me, ook in de brief heeft de reumatoloog het niet over een bacterie’. Dr. Spruitje draait zijn beeldscherm naar me toe. Samen lezen we mompelend de brief. Af en toe vertaald hij een woord voor me. Hij heeft gelijk. Ondanks dat ze daar het eerste kwartier zo stellig over had geklonken tijdens ons lange consult, wordt er in de brief naar dr. Spruitje met geen woord over gerept. Gelukkig maar dat Rem toen mee was, anders had ik nog aan mezelf gaan twijfelen ook.

Het irriteert me een beetje dat er steeds knetterharde bewijzen op tafel moeten komen voor andere diagnoses, maar dat ‘tegen burn-out aan’ en/of ‘begin overgang’ zonder blikken of blozen en enig-bewijs-What-So-Ever als ‘grote mogelijkheid’ op tafel wordt gegooid.
Alsof je verd… geen ziekte kan oplopen als je door een stressvolle periode gaat.
Alsof je direct in de overgang bent als je menstruatie in het afgelopen half jaar misschien een of twee keer een paar dagen eerder kwam dan normaal.
Tenminste dat denk ik. Dacht ik.
Alsof ik dat bij hou.
Alsof ik zeker niks anders te doen heb.

Maar goed- adem in, adem uit,- het zou natuurlijk -heel misschien, kleine kans- zo kunnen zijn. Ik moet niet gelijk zo negatief doen, ook al was er totaal geen sprake van stress op het moment dat ik begin april in het ziekenhuis belandde vanwege mijn nek.
2 juni hoorde ik pas dat het ‘niet zo goed’ ging met pap.

‘En nu? Heeft het zin om evengoed antibiotica te gaan slikken?’ We spreken af dat ik in januari bel voor een recept.
Stel dat het wel helpt? Dan neem ik een evt. blaasontsteking en/of andere narigheden wel voor lief!
Verder spreken we af dat ik in januari weer zal starten met fysiotherapie.
Voor mijn geestesoog zie ik mezelf al hardlopen op de band.
Mijn hoofd volgt mijn lijf nog steeds voor geen meter. Het maakt nog steeds de meest ‘wilde’ plannen voor mijn lijf.
Frustrerend.

‘Weet u dokter?
Ik ben zo zat van dit stomme lijf’.
Hij kan het zich voorstellen.
‘Misschien gaat het wel nooit meer over’.
‘Dat kan’.
Slik.

Goed. Iets anders.
Mijn vader.
Hij weet het al, hij heeft hem door de telefoon gesproken. ‘Acht januari weer bloedprikken en dan misschien weer chemo als hij tenminste aangesterkt is’, vat hij samen.
‘Nee. Hij hoeft geen bloed te prikken’. Spruitje kijkt me aan.
‘De oncoloog zal hem enkel op het zicht gaan beoordelen’.
We staan inmiddels bij de deur.
Hij schudt mijn hand.
‘Maak er maar hele mooie kerstdagen van samen’.
‘Komt goed dokter.
Mijn Bio-kalkoen en ik
zijn inmiddels allang al hele wilde plannen aan het smeden met de kastanjes en de Hollandse garnalen’.

Thuis doe ik gezellig de kerstboom lichtjes aan. Ik ben nog bezig om de boodschappen op te ruimen als Rem al thuis komt. We drinken wat aan de bar en eten stokbrood met Franse kaasjes terwijl we een beetje bijkletsen.
Even later komt Kyl binnen. Koud, moe en chagrijnig van het sinaasappels persen in de koelcel van het hotel. Hij ploft op de bank.
Zijn pak heeft hij nog aan.
Rem maakt nog een gluhweintje warm en opent een biertje.
Op de radio speelt ‘Thank God it’s Christmas’.
Bink thankt dapper een beetje mee met Queen.
Spook wast zijn witte kleed.
Bram springt op mijn schoot.
De kippen zijn allang op stok.
De kaarsjes flakkeren alsof het een lieve lust is.

Home sweet home#alles komt goed….

20131214-130530.jpg

Ik ben een kanjer!

Volgens mij voel jij je veel te verantwoordelijk.
Volgens mij moet jij je grenzen leren bepalen.
Volgens mij moet je aardiger voor jezelf zijn.

Wijze woorden waar ik verder maar weinig mee kan.
Want:
Aan de ene kant wordt er van mij -de enige in de buurt wonende dochter- door de maatschappij verwacht dat ik voorlopig als mantelzorger door het leven ga, getuige de rode appelboor en een kaart die ik laatst van ‘centrum Mantelzorg’ kreeg.

Aan de andere kant moet ik van diezelfde maatschappij vooral eerst aan mezelf en mijn eigen gezondheid denken.

Die twee dingen gaan best moeilijk samen.
En volgens mij neemt niemand het even van me over.
Of wel?
Volgens mij heeft niemand een beter idee?
Dat dacht ik al.
Volgens mij moet ik het hier dus maar even bij laten.

Zie je nou
hoe goed ik grenzen trek
en hoe aardig ik ben
voor mezelf?
Ik ben echt een kanjer.
Egt wel. Kijk dan
wat een lekker ding:

20131211-231650.jpg