Spruitjes

VRIJDAG
Nog maar net heb ik mijn laatste blog het www opgegooid of buurman (zie blog buurman en buurman, link lukt niet) staat voor de deur.
Bleek.
Nog magerder.
En bovenal trillerig.
‘Gaat het?’
Hij leunt met beiden handen tegen mijn aanrecht, terwijl ik verder ga met de schone vaat uitruimen.
Ik moet nog even langs mijn ouders, boodschappen doen, de woonkamer een beetje toonbaar maken, en straks om kwart voor drie staat Karin voor mijn neus.
‘Ik ben vorige week flauw gevallen in de Aldi’,
antwoord buurman.

Een maand of twee terug was ik hem tegengekomen in de dierenwinkel op de hoek.
Ook al duizelig en bleekjes.
“Gaat u wel even langs de huisarts?’
‘Ja, dan weet ik het wel weer, dan moet ik zeker weer naar het ziekenhuis’.

Een paar weken later vertelde hij dat hij toch maar even langsgegaan.
‘Vanzelluf’ was maar niet gekomen.
Binnenkort een afspraak bij de specialist.
‘Moet ik weer helemaal naar Zaandam’.
Het is ook wat.
‘Als er ’s nachts nou wat is dan mag u me bellen he, dat weet u’.

Ik sluit de klep van de vaatwasser.
Nee, even zitten hoeft niet.
‘Maar wil je nog een keer je nummer geven?’
Hij duwt zijn nieuwste speeltje onder mijn neus.
Ja, buurman is wel van de gadgets!
Ik voer mijn nummer in.
Waarom slaat hij hem nou niet op?
O, wacht even.
‘Weet je buurvrouw, ik durf geeneens meer op de fiets.
En al helemaal niet met de auto.’
Ik geef hem zijn telefoon terug.

‘Zal ik anders zo even wat boodschapjes meenemen?’
Tuurlijk Nar, je zou het eens laten.
Hij heeft kinderen zat.
Maar ja.
‘Ze hebben allemaal hun eigen problemen’.
Ik niet gelukkig.
Welneuh!

‘Weet u wat, ik ga over tien minuten weg anders brengt u me zo maar een lijstje.’

Ze hebben gelukkig maar een stuk of 20 dingen nodig voor het weekend.
Spruitjes. Melk. Caramelpudding. Sudderlapjes. etc.
En de televisier.
‘Niet vergeten hoor’.
Of ik gelijk even geld wilde pinnen.
Wat jammer nou dat dat bij de Dekamarkt niet kan.
Even langs de ING dan maar, vooruit.
Voor 1 keer dan.
Wil ik dat eigenlijk wel?
Hun pincode.
‘Maar ik ga eerst nog langs mijn ouders hoor’.

Ik had mijn jas niet hoeven aantrekken.
Wat een prachtig weer.
‘He, Nadda!’
Ik gaf pap een kus op zijn wang.
Mam ook.

‘De thuiszorg was veel te laat. Elluf uur pas.
Nou, dan ben ik al klaar hoor.’
Ik voel zijn ergernis.
Hij wiegt een beetje.
Zijn armen gekruist voor zijn buik.
‘En verder, is er nog iemand langs geweest?’
‘Wat?’ vraagt pap.
‘Of-er-nog-iemand-is-Langs-Ge-Weest’.
Pap denkt nog na
als mam roept vanuit de keuken: ‘Ja, dokter heeft gebeld’.
Hij gaat naar een congres. In Amerika.’
Zo zo.
Die dr. Spruitje.
Lekker weg.
Hij wel.
‘Wanneer Mam?’
‘Wat?’ zegt pap.
‘Eind oktober pas hoor’, antwoord mam.
Gelukkig, ik heb nog even.
‘Zit er nou toch niet steeds doorheen te schreeuwen, ik praat toch met Nadda!’

Met de belofte dat we komend weekend langs zullen komen met nog meer zelfgebakken suikervrije appeltaart, en nog meer handgrepen voor aan de muren in de badkamer en het toilet neem ik na een half uurtje afscheid.

Aan de woonkamer stofzuigen kom ik niet meer toe.
Soit.
Alsof Karin dat wat kan schelen.
Om drie uur stipt stappen we op de fiets.

‘Wat een mooi tochtje’, zegt ze even later als we van ons eerste wijntje nippen.
De ober ontsteekt het elektrische buitenhaardje.
Het zonnetje breekt ook weer door, af en toe afgewisseld met een paar regenspatjes.
We zijn de enige gasten.
Bestellen een bittergarnituurtje
nog maar een wijntje.
en nog maar 1.

Weer thuis zit Rem al gezellig aan tafel.
Steef komt ook.
Pas rond tien uur gaan ze weg.
Zo gezellig
maar
Ik ben kapot.

ZATERDAG
lig ik de hele dag op de bank.
Het was de moeite waard.
Meer dan de moeite.

Ik ga lekker liggen lezen bij andere blogsters, en verdiep me eens wat meer in de andere mogelijke oorzaken van mijn zere, stijve vermoeide lijf.
‘T kan van alles zijn geloof ik.

Het lijkt me een strak plan dat Spruitje eerst maar eens de dingen uit gaat sluiten die hij zelf uit KAN sluiten voor we verder gaan.
Nu heb ik het over Lyme, e.o.a. schildklierziekten,B12, ijzer. Dat soort dingen.
Misschien staren ‘we’ ons teveel blind op die nek van april en die ontsteking in mijn pols van drie jaar terug.
(Tips zijn van harte welkom, maar graag wel via de brievenbus).

-Wil trouwens hier wel gelijk even van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat ik enorm veel respect heb gekregen voor de chronisch zieke blogsters hier onder ons.
Gelukkig allerminst zwelgjes.
Sterker: Van sommigen wist ik niet eens dat zij iets dergelijks onder de leden hebben!-

ZONDAG
We zijn rond half twaalf bij mijn ouders.
Rem heeft al gesport en is bovendien lekker naar de sauna geweest.
Er hangen een paar zwarte pluisjes aan zijn baard.
Van de nieuwe handdoeken natuurlijk.

‘Pap heeft gister de auto gewassen en de ramen voor gelapt’.
Mam kijkt naar me met een blik van ‘zie je wel, het komt wel goed’.
De held (want dat is t’ ie!) zelf zit weer even op het toilet.

Rem stortte zich wederom vol overgave op de gatenboor.
Ik moet zeggen: Het staat hem wel.
Zo
met die pluisjes.

Nee, van zus nog niets gehoord.
Ik waag er een smes aan.
En kreeg zowaar binnen tien minuten antwoord.
Komende week staan er gelukkig een aantal ziekenhuisbezoeken (voor haar dus) op het program.
Goed zo.

Thuis wacht de kippensoep
mijn fiets
Superbink op zijn douche
en mijn kleurshampoo op mijn grijze uitgroei.

Rem gaat lekker aan de slag in de tuin.
Kippenpoepjes vegen, blaadjes harken, druif snoeien.
Dat soort dingen.
Ik let eigenlijk niet zo goed op wat hij nou eigenlijk allemaal aan het doen is.
De schuur ziet wat later wel ineens wel weer gewoon lichtblauw in plaats van mosgroen.
Zou dat het zijn?

En net als ik op het punt sta aanstalten te maken om mijn haar in de verf te zetten, belt een collega van het werk.
‘Heb jij geen dienst nu??’
Ik kijk in mijn agenda.
K#T! JA!
Het is vijf uur.
Ik had er om drie uur moeten zijn.

Om zes uur ben ik er.
Zo niks voor mij.
Nog nooit gebeurd.
Niemand is boos.
Integendeel.
‘Kan toch gebeuren’.
Voor de zekerheid gooi ik er nog maar twee blokken chocola tegenaan.
In al die jaren dat ik in het ziekenhuis werk (21 officieel, 24 onofficieel geloof ik, ben de tel een beetje kwijt) is dit me werkelijk waar nog nooit gebeurd.

Om elf uur is mijn aflos er al.
‘Gaat het wel met je Nar, denk je wel om jezelf?
Gaat die nachtdienst echt wel lukken over een paar weken?
Moet je dat nou wel doen?’

Het doet me zo goed dat ze dat zegt.
-in mijn hart – huppel ik naar de metro, naar huis.

20131007-111736.jpg

20131007-111833.jpg

Advertenties

10 gedachtes over “Spruitjes

  1. Een blog vol sociale activiteiten. Fijn dat je dat ook voor buurman doet. Mijn buuv is 90. Ook kinderen zat. Maar nooit tijd of ver weg wonend. Ach ja, even langs de Coop lopen is niet zo’n enorme prestatie. Het zijn vaak maar kleine stukjes hulp.

    Like

    • Ja, tuurlijk, vind ik ook. Als er wat is, sta ik er. En een vergeten boodschap wil ik best een keer meenemen hoor. Maar de grote boodschappen laat ik voortaan wel aan zijn kinderen over hoor, die wonen hier in de buurt.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s