Ons huis in de jaren ‘ 70

Zoals ik al eerder verteld heb woonden wij in een flat. Op de derde etage – wat tevens de bovenste was- bij de wenteltrap. Van dergelijke flats stonden er twee op de Vondelstraat en vier op een rij op de Herman Gorterstraat. Bijna iedereen woonde dus in eenzelfde soort huis, dan wel in een huis dat een spiegelbeeld was van het jouwe.

De flats hadden geheel in beton gegoten galerijen met aan de ene kant de wenteltrappen, en aan de andere kant de zes aflopende banen waar ik heerlijk met mijn rieten poppenwagen af kon racen met mijn beer.

Onder de flats waren de boxen. Er liep een lange gang doorheen waaraan een donkere zijpaadje naar onze box leidde. De meeste andere boxen lagen direct aan de gang, in plaats van muren waren er wanden van ijzer gaas.
Vaak waren we daar te vinden, ook al vonden we het stiekem een beetje eng. Ik wel tenminste, maar dat zei je echt niet.
We hadden een grote fantasie, evenals de meeste kinderen en af en toe gingen er spannende verhalen in de rondte over spoken die in de spelonken van de flats rondwaarden.
We jutten elkaar daar enorm over op, en ik meen dat de wat oudere kinderen wel eens met witte lakens over hun hoofd over de galerijen liepen, maar dat weet ik niet meer zeker. Zeker de Ambonese kinderen hadden spookverhalen voor tien. Brrrr….

Aan de slootkant waren een stuk of tien garageboxen waarvan wij er 1 hadden. Mijn vader was er vaak aan het rommelen en poetsen.
Volgens mij waste hij iedere week de auto, ik kan het me nu bijna niet meer voorstellen. Het zal ook wel niet zo zijn geweest. Aan de andere kant: het was een echte maagd. Ik zal het hem eens vragen.

De galerijen stonden op het noorden en keken uit over de weilanden van boer Zwart richting West-Knollendam.
Er stond een windmolen in het weiland en soms liepen er schapen. Op de dijk verderop stonden de fabrieken ‘de Tijd’, ‘de Vlijt’ en ‘de Vrede’. Het eeuwige gezoem van de meelfabrieken hield nooit op. De koude noordenwind zorgde ervoor dat ik als kind in de winter bijna continue snipverkouden was.

Op elf november, met Sint-Maarten was het een drukte van jewelste op de galerijen. Krijg je nu hooguit 20 kinderen aan de deur, toen waren het er tien keer meer. Alle ouders zaten op een krukje in de deuropening met de taai-taaitjes op hun schoot. Het had geen enkele zin om de deur te sluiten want het was destijds gewoon lopende band -werk. Een enkeling gaf een schuimpje, een lollie of een koetjesreep. En wie niet open deed was de lul. Tegen de tijd dat het Sinterklaastijd was kwam de taaitaai zo’n beetje je neusgaten uit.

Er waren nog geen dubbele ramen, dus in de winter stonden de bloemen vaak op de ramen en hingen de ijspegels aan je neus als je wakker werd.
We hadden 1 gaskachel (eerst nog kolenkachel) die het hele huis warm moest houden.
In de winter sliepen we met een kruik en een wollen borstrok die onze oma’s hadden gebreid en waarvan zus en ik gek werden door de jeuk.
Zus en ik waren altijd vroeg wakker. Pap ook.
Hij zette de kachel lekker hoog en maakte thee voor ons met melk en veel suiker.
‘Niet zo dicht op de kachel liggen met jullie nachtjaponnetjes’. Het bleef een brandweerman.
In die tijd droegen we synthetische nachtjaponnetjes die regelrecht uit ‘Hamelen’ leken te komen. Had mam zelf genaaid. De kanten kraagjes kriebelden als een gek.
Pap ging dan na de thee weer naar bed en zus en ik speelden piraatje of zo. Dan waren onze poppendekens onze boten -hadden ze toch nog enig nut- en de grijze synthetische vloerbedekking was onze zee.
We konden daar helemaal in op gaan.
Later speelden we ook graag ‘Tita- tovenaar’ waarbij we de meest smerige dropdrankjes brouwden.

De woonkamer kon je via twee deuren bereiken. Ook de slaapkamer van mijn ouders die aan de voorkant bij het balkon lag kon je via twee manieren bereiken: de woonkamer of de badkamer, die door iedereen destijds gewoon nog badcel werd genoemd. Tot mijn vader twee van de drie kamerdeuren achter het behang plakte, konden we heerlijk achter elkaar aan rennen door het huis.
In de woonkamer stonden tot ik ongeveer zes was een typisch jaren
’60 bankstel.

Daarna kwam er een bankstel- met – oren in lichtgele/ mosgroene kleursamenstelling en een
ronde tafel met een glazen blad in de stijl van Lodewijk de veertiende.
Op de tafel stond een bewerkt smal glazen vaasje die iedere vrijdag werd gevuld met de verse anjers waarmee mijn vader na zijn werk thuis kwam.
Toen we klein waren keken we vaak voor de vensterbank naar buiten tot we onze vader aan zag komen.
Eenmaal thuis las hij zijn krant terwijl ik gymde op zijn knie tot hij mij maande stil te zitten en ik maar eens bij mijn moeder in de keuken ging kijken.

We hadden trouwens een fantastisch uitzicht. Ook aan de voorzijde.
We keken uit over de huizen voor ons met daarachter de huizen van de Ambonese buurt.
Op oudejaarsavond stonden wij met onze sterretjes (ja, je weet wel : brandweerman) in onze gestrekte armen te genieten van het vuurwerk spektakel wat daarboven verscheen. Rechts lag onze basisschool.
Als er kermis was zagen we het reuzenrad en de grote achtbaan die daar naar mijn weten slechts 1 keer stond.
Zelfs de watertoren en de kerk tegenover ‘het Wapen van Assendelft’ waren op heldere dagen goed zichtbaar.
Ons zijraam bood, behalve natuurlijk op de naast gelegen flat, zicht op de Wormertoren.

In de badkamer stond een geel granieten lavet, dat intensief werd gebruikt.
Mijn moeder deed er de was in, die vervolgens in de centrifuge werd gedaan. Het water kwam dan uit een tuitje onderaan en liep over de vloer het doucheputje in.
Toen ik een jaar of vier was kregen we een wasmachine, maar ik kan me het geluid van de centrifuge nog zo voor de geest halen.
Je kon natuurlijk ook in het lavet staan om te douchen. Dat wil zeggen : als er tenminste geen palingen in zwommen.
Op zaterdag gingen zus en ik altijd samen in bad.
Nou ja, tot ik een keer ‘een ongelukje’ had, toen was het over met de gezelligheid.
Iedere dag minstens 1 keer douchen deden we toen echt niet hoor. Soms douchten we samen met onze vader. Maar dat was meteen over toen zus na de uitleg van mijn vader op het balkon riep: ‘Ome Sjon…heeft u ook zo’n grote?’
Mijn moeder waste mij dus gewoon vaak met een washandje terwijl ik op het matje onder het elektrische kacheltje stond.

Het toilet had natuurlijk nog een zwarte bril en werd doorgetrokken met de ketting, wat niet altijd even simpel was als je klein was. Bij de buren op de lagere etages liep een buis door het toilet waardoor ons spoelwater dan vervolgens doorheen kletterde. Je schrok je dan ‘een hoedje’.

Het gezellige keukentje had een grijs zwart granieten aanrechtje met een zwart-wit geblokte gootsteen.
Boven het aanrecht hing de geiser.
Was dat vlammetje eenmaal uitgegaan, kreeg hem dan maar weer eens aan. Daar moest mijn vader aan te pas komen.
Onder het aanrecht hing een gordijntje waarachter het afwasbakje met de houten borstel stonden op een houten rekje.
De crèmekleurige houten deurtjes die mijn moeder had opgeleukt met deurstickers van rozen hadden grote ronde plastic handgrepen.
Boven het witte jaren ’60 Etna gasfornuis hing een rooster met een trekkoordje.
Als dat rooster open stond kon je precies ruiken wat ze op 1 en 2 hoog gingen eten.
In het bovenraam zat ook een ventilatieroostertje. Een afzuigkap zoals wij die nu kennen had volgens mij nog bijna niemand in de vroege jaren ’70. Niet in mijn omgeving tenminste.
Links van het aanrecht onder het raam over de volle breedte van de keuken was een plank van ongeveer 1 meter diep waarop een rond elektrisch warmteplaatje van chroom
de koffie warm hield. Ook stond er een crèmekleurig petroleum stel dat af en toe ook gebruikt werd. Vaak zat ik op die plank, en luisterde naar mijn moeder die zong terwijl ik over de weilanden tuurde om te zien of ik de roeiboot van mijn vader al zag die met zijn vriend Ber vaak aan het vissen was.
‘Ome Ber’ is in ’72 of ’73 doodgereden op het kruispunt tussen Krommenie en Wormerveer toen hij op een goede zondagmiddag vanuit café de Visser huiswaarts keerde naar zijn zwangere vrouw. Ook in die jaren was er leed natuurlijk. En van’Glaasje op, laat je rijden’ had volgens mij nog niemand gehoord.

We bakten vaak boterkoekjes naar recept van mijn moeders kookboekje uit de jaren vijftig. Daarin staat (ja, ze heeft hem nog steeds) precies beschreven hoe je oa een varken slacht en vervolgens op diverse manieren verwerkt tot de bloedworst aan toe. Maar goed, meestal hielden we het gelukkig bij de boterkoekjes. Van het deeg draaide zus bolletjes, sloeg ze plat en legde ze daarna op de bakplaat waar ik vervolgens met een natte vork een leuk streepjes motief in maakte.
De dropjes werden bewaard in een geel oranje gebloemd trommeltje dat in het linker bovenkastje stond. Zus kon daar natuurlijk een paar jaar eerder bij als ik, maar ik kreeg natuurlijk ‘ zwijggeld’, dat snap je;-)

Aan de andere kant van het aanrecht stond het keukentrapje met daarnaast een gebroken wit jaren 60 theedoekenrekje van Brabantia, in de zelfde lijn als de broodtrommel, de voorraadblikken, de schoenpoetsdoos, het kammenbakje en wat al niet meer. Er hing een doek aan met de tekst ‘de liefde van de man gaat door de maag’.

De koffie werd destijds vaak gemalen in een elektrische koffiemolen- het summum! Mijn mam had er geen. Ik meen dat ze altijd gemalen koffie kocht. En de keren dat ze per ongeluk bonen had gekocht pakte ze de antieke koffiemolen die voor de sier in de kamer stond.

Onze slaapkamer lag naast de keuken. Er paste precies 1 bed onder het raam. Het andere stond dwars daarop. Met zo’n 20 cm ertussen.
Achter dat bed aan de wand, pal tegenover het raam zat een vaste kast. Deze was voor gezamenlijk gebruik.

Zus bezat een prachtig poppenhuis met een glimmend rood dak dat tussen de kast en het zijbed stond. Ik zie het nog zo voor me. Het had dezelfde vloerbedekking als in de woonkamer lag.
De meubeltjes stonden immer netjes op de juiste plek en de popjes keurig in het gelid. Het was van een smetteloze schoonheid en pracht die natuurlijk een Onweerstaanbare aantrekkingskracht op me had.
Het was echter verboden terrein voor mijn onhandige grote handen. Ik mocht er alleen voor zitten kijken als ik mijn handjes netjes op mijn rug hield.
Toen zus naar de kleuterschool ging en mijn moeder even niet oplette (of deed alsof, daar kan ik me achteraf ook wel iets bij voorstellen want ik was een heel vermoeiend kind dat nooit ophield met vragen stellen, danwel de godganse dag liep te huppelen, dat moet haast wel op haar zenuwen gewerkt hebben) greep ik direct mijn kans.

Voor het eerst in mijn leven maakte ik die dag kennis met de ijzeren greep van zus. Dan hield ze mijn twee polsen vast met 1 hand en draaide me naar de grond tot ik om ‘genade’ riep.
Ze is altijd veel sterker en ruim een halve kop groter gebleven dan mij.
We stoeiden vaak dus ik werd daar natuurlijk zelf ook veel sterker door dan dat ik eruitzag.
(Mijn kwaliteiten lagen wat meer bij het haarborstel werpen).

Begin jaren ’70 kregen we allebei een handgemaakt make-up tafeltje. Dat van zus had een rood laatje en was iets groter. Het mijne had een groene.
Op een avond kwam oma K. – de moeder van mijn vader- op ons passen. Onze ouders waren naar het ‘Spuitfeest’ van de brandweer dat altijd eens per jaar plaats vond en altijd zeer groots werd aangepakt.
Zus en ik hadden van de buurvrouw op de camping prachtige mini lippenstiftjes gehad.
Het leek ons die avond een uitgelezen moment om daar eens wat mee te oefenen.
Wat begon met een streep voor de grap op mijn wang door zus (ze zegt nog steeds dat ik begon, we zijn daar nog niet helemaal uit) eindigde in een kamer met lippenstift op de muren, de nachtkastjes, spiegels, vloer, nou ja waar niet? Ook wij zelf zaten uiteraard helemaal onder.
‘Kijk eens oma?’

Wat later in de jaren ’70 vertrokken de nachtkastjes naar twee jongere nichtjes en verschenen daarvoor in de plaats een bureau, een visnet aan het plafond gevuld met droge zeesterren en een letterbak natuurlijk.
De wanden waren bruin of beige. Een macramé werkje hing aan een spijker voor het raam boven de cactussen op de vensterbank die we destijds massaal verzamelden. Er hing een oranje lamp van om elkaar gedraaide stukken plastic aan het plafond.
Onze dekens waren inmiddels vervangen door donzen dekbedden met fotoprints van paarden. Op deze dekens lagen zelfgefabriceerde patchwork kussentjes.
Verder hing er een poster van Shaun Cassidy, Mud en the Bay City Rollers.
Op het bureau verscheen na een verjaardag van zus de eerste cassetterecorder, gekocht bij Wastora in Zaandam.
We konden behalve afspelen onszelf opnemen en ergens bij mij op zolder moet nog een bandje liggen waarop zus met vriendin M ‘dingedong’ en ‘Willempie’ zingen.

Het viel niet mee om de kamer te delen. Het feit dat ik een enorme sloddervos was en zus een Pietje precies werkte daar natuurlijk niet aan mee.
Op gegeven moment zette ze met wit schilders-tape een streep door het midden van de kamer. Kreeg ik gelukkig nog wel ‘recht van overpad’.

In 1975 bouwde mijn vader in de achterkamer een klein slaapkamertje helemaal voor mij alleen.
In de zomer van ‘ 77 verhuisden we naar een eengezinswoning in Wormerveer.

20130915-150123.jpg

Advertenties

8 gedachtes over “Ons huis in de jaren ‘ 70

  1. Er zit zoveel herkenbaars in dit stuk, Nar! Wij hadden ook zo’n soort ochtendritueel met onze pap op de vroege ochtend en ik kreeg precies hetzelfde te horen bij de kolenkachel 😀
    Ik kan me nog een keer herinneren dat we bij jullie op de flat geweest waren. Jij was volgens mij nog erg klein. Je vader was nog niet thuis en je moeder had op balkon liggen zonnen. Hadden jullie ook water aan de galerijkant van de flat? Zoiets herinner ik me.. (Even google maps erbij gepakt.. ja dus :p )

    Like

  2. Erg leuk om te lezen. Het was even alsof ik weer in mijn eigen HG flatje stond. Je beschrijft het precies zoals het was.
    Jullie moeten trouwens ook last hebben gehad van Wessanen. Dat er zo’n roodbruin laagje op de vensterbanken lag. Dat gezoem kan ik me ook nog herinneren. Als het er eens niet was, dan voelde dat helemaal vreemd.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s