Chemo 1

Gister had pap de afspraak bij de oncoloog in de Heel.
Om kwart over een haalde ik ze op.
Het regende.
Zo’n beetje de hele dag al.
‘Is de achterdeur wel op slot Adri?’
Mam voelde nog een keer, hoewel ze zeker wist dat ze dat al gedaan had. Hij zou er anders niet gerust op zijn, wist ze.
‘Alles is dicht Klaas’.

Diepe donkerblauwe wolken vergezelden ons naar het ziekenhuis.
‘Zal ik zo een rolstoel pakken als je op het toilet zit?’
Hij vond het een goed idee. (!)

Mam vertelde dat ze vorige week in het Vu met pap bijna klem heeft gezeten in de draaideur.
‘Een meneer drukte net op tijd op een noodknop’.
Nee, de gastvrouw was niet mee naar buiten gegaan. Wel was ze tot de receptie mee gelopen ja.
‘Pas na vijf minuten deed hij het weer’.
We lachten.
Lekker stel is het toch.

‘Niet zo hard hoor’.
Mam hield de rolstoel aan de zijkant vast.
Het was lang geleden dat iemand dat tegen mij gezegd had.

‘Meneer K?’
Wat fijn, we waren bijna direct aan de beurt.
En de wachtkamer zat notabene bomvol.
‘Komt u maar hoor’.

Pap vertelde over pijn.
Over zijn oude ongemakken
en zijn nieuwe.
Hij zat er magertjes bij.
Zijn ogen hadden hun glans een beetje verloren.
Mam wilde zich perse verstoppen achter het beeldscherm.
‘6 kilo’, antwoordde hij.
Ja, eetlust gelukkig nog wel.
‘Dat komt doordat mijn vrouw zo lekker kookt’.
Mam groeide.
‘Nou, dan kom ik ook eens bij u eten hoor’.
Ze bloosde er van.
Wat leuk.

Ter zake nu.
Er moest snel wat gebeuren.
Anders!
‘Begrijpt u dat meneer K ?’
Dokter sprak klare taal.
‘Ik breng u nu gelijk naar de oncologie verpleegkundige’, zei hij, nadat hij al mijn vragen had beantwoord.
We zouden daar eigenlijk pas volgende week heen gaan.

‘Pap, heb jij nog vragen eigenlijk?’
Hij had ze niet.
‘Ik ook niet hoor’.
zei mam.
‘Ze zijn in hele goede handen zie ik’.
Nu bloosde ik een beetje.

‘Heb je het tasje schat?’
Buiten de spreekkamer zagen we de dokter ineens niet meer.
‘Waar is hij nou?’
Ah, daar stond hij te zwaaien vanuit een open deur 10 meter verder op.

Een zuster ontfermde zich over ons.
‘Komt u maar mee hoor, dan kunt u even lekker op bed liggen’.
Voor de eerste keer kwamen we op de dagbehandeling van de oncologie.
Ze bracht ons naar een tweepersoons kamer.
Er lag al een vrouw.
aan een infuus.
Haar man dronk chocolademelk uit een pakje met een rietje.
Hij slurpte een beetje
vanachter zijn Spits.

‘Moet ik mijn schoenen uit?’
De verpleegkundige was al weer weg.
Mapje halen of zo.
De buurvrouw zag zijn ongemak.
‘U mag ze hier lekker aanhouden hoor’
Hij deed ze toch uit.
En schoof ze netjes naast elkaar onder het bed.
Mijn vader is een maagd.

Hij lag net of hij moest alweer.
Ik trok hem overeind.
Pas na twee keer kwam de verpleegkundige terug.
Met een mapje
een kweekpotje
en de bladderscan.

Ze legde alles uit.
Over bloedplaatjes en zo.
‘Bent u soms een beetje doof aan 1 kant?’
Wat goed van haar.
We deden een leuk stoelendansje.
Er bleef even goed maar weinig informatie bij ze hangen,
zag ze.
‘Nee, de chemo zijn de pillen, de pleisters zijn voor de pijn’.
‘O. Nou ja. Als mijn dochter het maar snapt.’
‘Het is ook zo veel informatie hè, antwoordde ze.

Om half vijf belde Kyl.
‘Hoe laat kom je thuis? Ik moet om zeven uur werken’.
Rem had cursus.
Met misschien wel een biertje na afloop.
‘Haal maar een broodje Donner’.

‘Niet schrikken straks hoor, ik ben een beetje mager geworden’.
Het was tijd voor de bladderscan
zei de zuster.
‘Weet je wat pap, ik wacht wel even op de gang’.
Ik hoef toch niet alles te weten.
En te zien.
Op de gang stuurde ik Rem een berichtje. ‘Wil jij boodschappen doen?’

Nadat mijn ouders duizend keer op het hart was gedrukt dat zij bij twijfel moesten bellen, mochten we eindelijk naar het lab.
Kankermarkers bepalen en zo.
Het was er druk.
‘Anders ga ik nu vast naar de apotheek naast het ziekenhuis’.
Ik peuterde pap zijn Achmea-pasje en voor de zekerheid ook maar zijn rijbewijs los, en sprak af dat ze daar op me zouden wachten.
‘Ja, we blijven hier zitten’.

Buiten stak ik mijn paraplu op.
Het schemerde al een beetje leek het.
Het waaide flink.
Ik had zin om te janken.

Na tien minuten was ik aan de beurt.
‘Met chemo doen we nooit zo moeilijk hoor’.
Ze geloofde het wel.
‘Hoe zwaar weegt je vader?’
‘Altijd 75, maar nu 69 kilo’ echode ik mijn vader van zo-even.
‘Ik denk 1.83’.
Zoiets moest het zijn.
Kyl heeft hem in juni ingehaald.
Ze rekende nog een keer.
Ik zag haar twijfel.
‘Het klopt hoor, we gaan met een lage dosis beginnen’.
Meer kan zijn lichaam misschien niet aan op het moment.

Ze hadden woord gehouden.
Op hen na was de wachtkamer leeg.
‘Mag ik mijn pasjes gelijk terug?’

Mam rookte buiten snel een sigaret terwijl pap toiletteerde. Ik betaalde ondertussen de parkeerplaats.
Efficiëntie, efficiëntie.

We stonden lang voor de stoplichten bij Plein 13.
‘De volgende keer ga ik ook links rijden’.
Om zes uur waren we eindelijk thuis.
‘Je blijft toch wel koffie drinken hè?!’
Ik had ze beloofd alles netjes op een rij te zetten in het schriftje dat we bijhielden.
De telefoonnummers van de oncologie scheef ik groot en dik op de kaft.
Samen met de mijne.
Twee van de taxi
En 112

‘Jullie nemen die telefoon mee maar boven hè!’
Mam zei dat ze het zou doen
voortaan.
‘En het schriftje ja’.

Ik liet ze achter bij hun loempia.
Jammer van de spinazie.
En de bal.
‘Vergeet nou niet morgen de diabetesverpleegkundige te bellen’.
Ik zie een vragende blik.
‘Om te vragen of je die Nutridrink wel mag’.
O ja.
‘Ga nou maar.
We lezen het morgen wel na’.
In de bijbel.

Thuis wacht Rem met spaghetti.
Kyl is al naar zijn werk.
Ik heb niet zo’n trek.
Ga in bad.
Schrijf daarna een blogje over het zwembad.
Om even aan iets anders te kunnen denken.

En zojuist werd ik wakker.
De eerst chemo is om 7.15 geslikt.
Na het ontbijt van 7 uur.
De andere pillen om half acht.
Schema’s hebben we nodig!

Vanavond werk ik.
Morgen ga ik weer heen.
‘Maar hoe krijg ik zo’n grote doos Nutridrink dan thuis?’
Mam vlucht in futiliteiten.
‘Die haal ik toch mam’.
Haal ik meteen even de stofzuiger er door.

Mijn zusje?
Haar laatste sms is van 26 -8.
Pap heeft wel al twee kaarten gehad.
‘Zus stuurt altijd van die hele grappige kaarten’, vertelde mam vrijdag nog tegen mijn tante.

Ik zal haar maar een berichtje sturen.
Dat de chemo vandaag is gestart.
Dan krijg ik namelijk vast heel veel sterkte, een knuffel en heel veel kusjes terug.

En dat heb ik nou net even nodig.

Advertenties

6 gedachtes over “Chemo 1

  1. Narda, wat een ontroerend stuk. Door die korte zinnetjes wint het aan kracht. Je zou willen dat het fictie is maar dat is het ongetwijfeld niet. Heel veel sterkte met je vader, ook voor je moeder.

    Maandag moet ik trouwens ook naar het ZMC. Gewoon voor controle bij de reumatoloog. Niets aan de hand. Maar ik zie er altijd een beetje tegen op. Mijn broer Piet is er in 2005 aan reuma overleden. Misschien ken je hem wel. Hij lag in de Noordse Balk en schilderde landschappen en zo. Hij reed de Zaanstreek rond op een platte rolkar. We hielden ons hart vast als hij over de Zaanweg hobbelde. Van de week moest ik bloedprikken in het ZMC en dacht: alweer meer dan jaar gelden. En hij leeft nog zo voor mij.

    Maar gelukkig leven je ouders nog en met de tegenwoordige chemo kunnen ze veel. Het is goed om dat in gedachten te houden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s