Het kan niet anders

Mam doet open.
Ik geef een kus
Meestal doen we er drie
maar tegenwoordig houden we het bij eentje
We blijven aan de gang.
Anders.

Pap zit op de bank
‘Blijf maar zitten’
Ik geef hem een kus.
‘Hoe gaat het?’

Daar is de taxi al.
Ze hebben Echt van alles daar.
Deze heeft een blonde ‘V’ op haar achterhoofd.
En heel veel gouden oorringen.
En praatjes.

Pap mag voorin.
Eerst nog naar Zaandam.
‘Die meneer brengen ‘we’ eerst naar het AvL’
Het zijn H. en C.
Die kennen we al van maandag.
H. heeft een hoge deur nodig
Hij kan niet instappen
vanwege zijn hoofdframe
anders.

‘De een na laatste keer’
C. zucht ervan.
Na zeven en halve week bestralingen
ga je volgens mij vanzelf heel veel zuchten.
‘Hopelijk binnenkort een kraag’.
Eigenlijk moet H. nu drinken.
Maar dat kan niet.
Zijn katheter staat nog open.
Natuurlijk.
H. is het er niet mee eens.
En slaat binnen no- time een halve liter achterover.
De chauffeuse verblikt noch verbloost.

Bij het AvL stappen wij ook uit.
Pap moet even naar het toilet.
‘Zijn we nu in het Lucas?’
Er zijn best veel toiletten daar.
Ik vraag me niet af waarom.

Ze staat geduldig te wachten.
‘Als u moet dan moet u hoor!’
In het VU moet hij weer.
‘Zullen we je eerst aanmelden dan beneden?’

Pap zegt dat ik dan de streepjescode voor het raampje moet houden.

‘Mijn vader zit even op het toilet’.
Ze zegt dat dat niet geeft.
Dat ze hem zo nog wel een keer komt roepen.
Daar is hij al.
Wat ziet hij bleek
en mager.
Ik sta snel op en klop op deur ‘E’.
‘Hij is er hoor’.
Fijn, hij mag gelijk mee.

‘Wil u zegge dat ik effe naar de wc ben?’
Natuurlijk wil ik dat.
De mevrouw naast mij wil dat ook.
‘Meneer Z?’
‘Zit even op het toilet’
antwoorden we in koor.

‘Ze zijn u al wezen roepen hoor’.
Hij klopt bij de ‘F’
en wordt joviaal ontvangen.
Ouwe jongens krentenbrood.

Pap is snel klaar.
Maar moet nog even toiletteren.
Ik ga maar weer even zitten
wachten.

Bij de balie
nemen we afscheid.
Met handen schudden.
Wat zijn ze lief.
Vooral die Surinaamse vrouw.
‘Heel veel succes hoor meneer K.’
Wat fijn dat ze zijn naam kennen.
Daar ga ik ook wat meer op letten.
Voortaan.

Samen met meneer Z. gaan we weer naar boven.
Hij mist een stuk gezicht.
‘7 maanden bestralingen’
stelt hij zich voor.
‘Nu mijn gezicht’.
Ik zeg dat ik voor hem hoop dat hij dan maar om de hoek woont.
Hij woont in Enkhuizen.
En komt met de taxi.
Natuurlijk.

Pap heeft het koud beneden bij de receptie.
‘Weet je wat het is?
Het is allemaal zo vreemd.
Allemaal zo anders.
Dan anders’
Hij houdt niet van dingen die anders zijn.
Dan anders.

We wachten op de taxi.
‘Ik ga chocolademelk kopen.
Warme’.
Zegt hij.

Als ik bij het winkeltje kom staan er acht mensen te wachten.
1 meisje helpt de mensen
terwijl de manager even verder op een denkbeeldig pluisje van de balie schuift.

‘Sorry pap, te druk’.
Ik pak zijn hand.
Steenkoud.
‘Buiten is het bloedheet lekker warm’.
‘Ik blijf liever hier’
Zo’n houten bankje is ook net niks
natuurlijk.

Daar is de taxi.
Deze chauffeur kennen wij al.
Kans van 1 op 150.
Is dat nou niet leuk?

‘We moeten eerst nog H.en C. halen’.
Pap wil achterin.

‘Moet je naar het toilet?’
We zijn bijna bij het AvL.
‘Weet u wat meneer:
Ik zet u af bij het Slotervaart.
Daar is het toilet lekker dicht bij de zij ingang’.

Als we weer buiten komen komt de taxi ook weer net aan.
Met H. en C.
We begroeten elkaar inmiddels als oude vrienden.
De volgende keer gaan we misschien wel zoenen.
Pap wil weer achterin.
‘Dan heb ik niet zo’n last van de lichtflitsen’.
O.
Vandaar.

De chauffeur zijn moeder heeft ook kanker.
Al jaren.
Kanker schept een band.
Merk ik.
Files ook.

De chauffeur stapt uit en gaat een rolstoel zoeken.
Het is een schat.
Vinden we unaniem.
‘Maar zo zijn ze niet allemaal hoor ‘.
C. kan het weten natuurlijk.

‘Het allerbeste’.
We nemen afscheid.
‘Fijn weekend en succes hoor!’
Onze monden lachen maar onze ogen spreken boekdelen.
Pap en H houden het bij een voorzichtig ‘tot ziens’

Thuis zijn mijn oom en tante er.
Wat leuk.
Ik zie schrik.
We drinken koffie.
Heel gezellig.
En dan ga ik.

Even later sta ik in de Hema voor de kassa.
Ik leg net mijn corrigerend hemdje op de toonbank als J. J. langs loopt.
(Die zal morgen vast ook wel bij die viswedstrijd zijn).
‘U moet er wel van boven instappen hoor mevrouw’.

Hoe kan het anders?

Advertenties

4 gedachtes over “Het kan niet anders

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s