Septembergelukkig

We waren het niet van plan.

Een waterig zonnetje scheen
zodat ik de verleiding niet kon weerstaan
mij nog even in mijn hangmat te vleien
spontaan.

Poes op mijn buik
Een kus op haar neus
Een beet in de mijne
En spinnen
die spinnen

tot het eerste gouden blad
ons deed herinneren
aan de tijd

waren we
eenvoudig
septembergelukkig.

We waren het niet van plan.

——————————————–

Geschreven Dubbele buurt Wormerveer, september 1993

Advertenties

Beveiligde berichten

Hoi  volgers,

Als je geïnteresseerd bent in het volgen van de beveiligde berichten, wil je me dan even een berichtje sturen via mijn ‘brievenbus’?

I.v.m. de privacy van mijn ouders heb ik toch besloten deze berichten voortaan te beveiligen met een wachtwoord. Ook oudere posts heb ik alsnog beveiligd.

Het voelde toch niet helemaal oké, ook al heb ik zelf nog zoveel behoefte om dit te delen.

Zoals volgens mij veel bloggers ben ik namelijk veel beter in schrijven dan in praten.

Ik heb de afgelopen paar maanden hele fijne, grappige, lieve bloggers hier een klein beetje mogen leren kennen, en ik hoop van harte dat deze mensen zich zo vrij zullen voelen om mij om mijn wachtwoord te vragen. Soms schrijf je nou eenmaal wat makkelijker voor onbekenden. (Maar voel je natuurlijk niet verplicht hoor, zo vrolijk is het allemaal niet natuurlijk;-)  Sommige hebben al genoeg aan hun eigen ellende op het moment.

Nou, zie maar!

Groetjes, Narda

Nachtbrakers

Het is nog voor enen als de telefoon gaat.
Ik hoor hem nooit
Rem hoort hem wel.

‘Pap, wat is er?’
Hij is zo duizelig en draaierig.
Durft niet meer alleen de trap op
terug naar bed
‘En je moeder slaapt’.

‘Pap, ik kom er aan
haal je de deur van de ketting?’
‘Fort Knox’ is niets vergeleken met mijn ouderlijk huis.
‘Ik zal het proberen’.

Terwijl ik lukraak wat kleren pak
bel ik het nachtnummer van de Oncologie.
‘Ik bel u zo terug’ zegt de zuster
‘Even met de arts overleggen ‘.

Als ik bij pap kom staat de buitendeur op een kier.
Goddank!
‘Gaat ie pap’.
Hij ligt op de bank.

De dokter belt.
We spreken af dat we langs komen
op de eerste hulp.

Dan maak ik zo voorzichtig als ik kan mijn moeder wakker.
Evengoed schrikt ze.

Gelukkig hadden we het tasje al ergens ingepakt.
‘Toch mam?’

Ik gris her en der wat chemopillen van de haard, oxinorm uit het medicijnkastje, zijn insuline pen van boven en meer.
O ja: bril
O ja: tv gids
Tv gids?
Ja, tv gids!

‘Kom pap, doen we je shirt gewoon over je pyjama’.

Dan zijn we zo ver.
‘Ga maar lekker samen achterin’.

De maan is bijna vol
Er staat geen zuchtje wind.
Zelfs de Zaan houdt zijn adem in.

Bij de eerste hulp rij ik direct met pap in de rolstoel naar het invalide toilet.
Datzelfde kunstje doen we die nacht nog vier keer, maar dan doet er ook een infuuspaal met ons mee.
‘Wat een team hè?’

Zuster, vochtinfuus, bloedafname,
wachten, wc, wachten,
dokter, wachten, wc, wachten.
‘Wat is het hier koud’ zegt mam.
Haar vingers zijn ijskoud.
‘Heb je mijn voeten nog niet gevoeld’.

Ha!
Daar is de dokter weer.
Pap ‘mag’ een nachtje blijven.
Zegt ze.
Straks komt de zuster van de oncologie hem even halen.
‘Met een lekker zacht bed’.

‘O, toch nog 1 vraag’
Ze komt weer dichterbij
en stelt hem
een beetje ongemakkelijk.
Hij begrijpt het niet.
Ze is ook zo subtiel.

‘Of je ge- re- a-ni-meerd wil worden!’
vertaal ik.
‘Wat?
Nu?’

Ja dat lijkt hem nog wel wat.
Ons ook.
Dan zijn we het eens
gelukkig.
‘Dag hoor dokter’.

Mam legt haar hoofd op zijn schouder.
Pap draait zijn hoofd
steeds maar weer
steeds heen en weer
en weer nog een keer.
Zijn grote hand omvat haar kleine.

Ik hoor hier helemaal niet te zijn.

Daar is het bed al
met de zuster
‘van vanavond aan de telefoon’.
O ja.

‘Nou pap, is dat niet fijn.
Een eigen kamer
voor jou alleen.
‘En kijk hier dan,
een toilet
vlak bij je bed!’
Ik val bijna in extase,
Of zo.

De paal
De bel
Het licht
Het is allemaal nieuw.
En veel.
‘Weet u wat, als u moet dan belt u mij maar even’.
Ja dat moet.

‘Ik neem je portemonnee mee hoor’.
Hij verstaat het niet.
‘Dat ik je portemonnee mee neem’.

Weet je wat, ik schrijf het wel even op in ons schriftje.
-En leg het open naast je neer.
Met je bril
de gids van thuis
en wat smintjes
voor je droge mond-

Dan gaan we.
Mam een kus.
Ik een knuf.

Dag pap
Slaap jij maar lekker uit
daar op 4 zuid.

‘K ook

‘Mam, jullie doen het al jaren verkeerd’.
Het is vrijdag.
Rem is net uit zijn werk en zit met Kyl gezellig aan tafel als ik met de paar boodschappen binnen kom, die ik direct even uit mijn werk had gehaald.

‘Een wijntje schat?’
Ik schuif gezellig aan.
Rem heeft het kacheltje gerepareerd zie ik. De vlammetjes branden gezellig.

‘Vertel, wat doen we verkeerd Kyl?’
Ik leg mijn voeten op de warme stoel van Rem die in de keuken de boodschappen uit staat te pakken.

‘Nou, zeg eens eerlijk, hoe kook jij spruitjes?’
Ik vertel dat ik eerst de kontjes er af haal, dan de schilletjes, en dat ik ze dan kook.
Rem vult vanachter de bar mijn tekst aan:
‘En als ze koken giet ik ze af en breng ik ze opnieuw aan de kook’.
Dat laatste doe ik dan weer nooit.
Ik ben meer van het scheutje melk.

‘Fout!’
Ik had al zo’n donkerbruin vermoeden.
‘Je moet ze eerst ciseleren’
We kijken hem vragend aan.
‘Even een kruisje erin maken aan de onderkant’.
O.

Terwijl ik op zijn verzoek vervolgens nog midden in mijn verhaal ben over hoe ik mijn broccoli kook, schudt Kylian al meewarend over zoveel domheid zijn hoofd.
‘Broccoli moet je B-l-a-n-c-h-e-r-e-n mam’.
We kijken hem aan.
‘Je weet wel, na het koken even in ijswater dompelen.
O.
‘Dan krijg blijft je broccoli lekker ‘el dente’.
Ow.

‘En hoe plisseer je tomaten?’
Dat weet ik toevallig.
‘Nee mam, geen vijf minuten, een minuut is genoeg’.
O.

‘Ik ga zo prei-schotel maken.
Kom je me even helpen?’
Hij is al bij de trap.
‘Kan niet, ik moet nog even …’
Ow.

‘Denk je eraan dat ik maandag mijn overhemd weer aan moet’, vraagt hij halverwege de trap.
O.
‘En kunnen we straks een beetje op tijd eten?’

Druk, druk, druk is-tie,
onze hotelmanager in de dop.

Rem en ik zuchten tegelijk.
Nog drie jaar.

En nu al af en toe zo’n ontzettende zin om hem te flamberen.

(Met dank aan Ingrid (blogs’) voor de ‘Ow’s’)

Chemo 2

Eerst even een Noot:
Ik weet dat ik een grens benader en misschien zelfs soms overschrijd door het plaatsen van deze privé aangelegenheden.
Ik hoop dat een ieder die dit leest daar dan ook zeer respectvol mee om gaat.
Heel veel plaats ik ook niet.

De reden waarom ik toch besluit mijn teksten over mijn ouders openbaar te plaatsen, is dat ik het begrip enorm nodig heb op het moment.
Begrip voor de situatie.

Zodra je je als lezer hier niet in kunt vinden, of dit niet kan begrijpen, wil ik je vriendelijk verzoeken hier voortaan niet meer te komen lezen.
Voor mij is het schrijven een uitlaatklep die ik op dit moment hard nodig heb.

Geen van mijn teksten is kwetsend of kleinerend bedoeld.
Indien dit wel zo wordt opgevat, zal dit liggen aan de interpretatie van de lezer, niet aan hoe ik het heb bedoeld.

Ik hoop dat jullie blijven komen, blijven lezen, en blijven reageren.
Privé dan wel openbaar.

Dank jullie wel.

Donderdag 12 september.
‘Wat ben je vroeg, je zou toch om 13:00 uur pas komen?’
Het is half een.

‘Hoe gaat het pap?’
Hij ligt op de bank.
‘Help me eens even’.
Ik trek hem overeind.
‘Het gaat wel hoor.
Hetzelfde’.

Ze hebben al gegeten.
Ik maak snel even een broodje voor mezelf.
Ik kom rechtstreeks bij de tandarts vandaan.
‘Wat een mooie zonnebloemen’.
‘Ja hè, van F. gehad’
Hij is er duidelijk blij mee.
En ik ook.
F is de overbuurvrouw.
Fijn dat ze een beetje weet wat er speelt.

Daarna haal ik de stofzuiger door de kamer.
Mijn hemel, wat een onding zeg.

‘Zet jij dan een bakkie pap?
We zijn rond half drie terug’.
Mam en ik gaan even een rondje doen.
Eerst even langs de Blokker voor een nieuw wc matje.
Ze hebben er geen daar.
Wel badmatten.
‘Gaan we zo wel even langs de Praxis’ , beloof ik haar.
Alsof ze daar blij van moet worden.

‘Blijf jij in de auto?’
We staan voor de apotheek.
‘Dan hoef ik geen kaartje te kopen’.
Da’s zo’n gedoe tegenwoordig.
Moet je eerst je kenteken invullen.
Alsof ik dat weet.
Kan je eerst terug naar je auto want dat kan ik natuurlijk niet lezen van zo’n afstand, dan snel uit je hoofd leren, en dan weer terug naar die automaat.
En dan nog maar hopen dat je onderweg geen bekende tegenkomt die je aanhoudt voor een praatje.
Of alleen maar hallo zegt
of hoi.
Kan je namelijk weer terug.
Ik wel.
Mam hoef ik dit soort dingen niet uit te leggen.
Ze blijft wel zitten.
Zegt ze.

‘Banaan, aardbei en het liefst ook een paar mokka’.
Die vindt mam zo lekker.
De laatste heeft ze op het moment niet.
Met een voorraad waarmee we half hongerend Afrika een jaar lang op de been kunnen houden, verlaat ik de apotheek.

Nu nog even een voorraad regelen voor mam die ze de vorige keer gewoon moest betalen, ook al was het op doktersrecept.

Gelukkig is de assistente er die ik een beetje ken.
Ze is wat ouder, en daarom misschien wat geduldiger dan de meeste andere assistentes.

Het is een grote praktijk.
We regelen direct met haar de overschrijving naar mijn huisarts die ook in deze praktijk zit.
‘En dan zorg ik er straks even voor dat de dokter dit even ondertekent’.
Ze wappert met iets dat er voor gaat zorgen dat mam haar Nutridrink ook gratis krijgt in het vervolg.

Als we uitgeregeld zijn lopen we naar de auto terug.
Hij staat bij de kazerne.
Wat is dat lang geleden hè?’
Ze knikt.
Kijkt naar boven.
naar de kantine.

Via de Noorddijk rij ik naar de Praxis.
De Praxis staat midden in het weiland waar ik als kind vroeger op uit keek vanuit ons slaapkamer raam.
En de Gamma daarnaast misschien wel precies op het geitenhutje waar we stiekem wel eens gebruik van maakten.

We passeren eerst het nieuwe uitvaartcentrum.
‘Als ik ooit dood ga wil ik hier liggen’.
zeg ik.
Mam kijkt me aan.
‘Ja. Daar ben ik toch geboren?’
Ik wijs naar links.
Naar de flat.
‘Dan is het toch mooi dat ik ooit afscheid neem op de plek waar ik vroeger als kind zo vaak over uitkeek?’

Ik weet niet waarom ik het zei.
Flapuit die ik ben soms.
‘Ja, dat is wel mooi’.
beaamd mam.

We rijden de parkeerplaats op.
‘Pap wil naar het Schoolpad’.
zegt mam dan.
‘En de kerk?’
vraag ik.
‘Geen kerk’.
‘Fijn om te horen’
zeg ik.
Pap had niet zo veel met de kerk.
Het had niet geklopt.
‘Maar wel een pastoor’.

Ik zet de motor uit.
‘Hij heeft zelfs zijn kist al uitgezocht’.
Ik kijk haar aan.
Dan schieten we samen onbedaarlijk in de lach.
Mijn vader is kleurenblind.
En daarbij nogal eigenwijs.

‘Mam ik lach wel, maar het zijn tranen hoor’.
Dan zegt ze dat ze er gelukkig nu ook weer een beetje om kan lachen.

In de Praxis houd ik een voor een de wc matjes omhoog.
Als we een leuke selectie hebben leg ik ze naast elkaar op de gladde vloer.
Samen doen we de anti- slip test met het puntje van onze tong uit onze mond.

Thuis staat de koffie nog niet klaar.
‘Ik was even in slaap gevallen’.
Pap kijkt op de klok.
‘Jullie zijn te laat’.

Als we aan de koffie zitten vertel ik over de appels in mijn boom.
‘Lekker Nadda, appeltaart!’
Ik beloof er zaterdag 1 voor hem te bakken.
Dan ga ik naar huis.

Zaterdag 15 september
‘He, wat leuk, ik dacht dat jullie morgen zouden komen’.
Zucht.
In ganzenmars lopen we naar binnen.
Kyl voorop met de geklopte slagroom met zoetstof.
Daarna ik met een gloeiend hete appeltaart met zoetstof.
Rem sluit de rij met de nieuwe emmer die we vanmorgen bij de kampeerwinkel hebben gekocht.

Terwijl mam koffie zet snij ik de taart.
‘Wil je een klein stukje pap, of een grote?’
Hij kiest de allergrootste.
‘En veel slagroom graag’.

Pap smult.
‘Schat, mag ik nog een beetje slagroom?’
Ik snijdt de rest van de taart in gelijke delen.
‘Twee stukjes voor morgen, en dan doe je de rest straks lekker in de vriezer mam’.

‘Merk je nog wat van die chemo pap?’
‘Nou…Ik zie een beetje waas’
‘Sinds wanneer dat dan?’ vraag ik.
‘J en A zijn op vakantie’
antwoord pap.
Mam zit op het toilet.
‘Hij heeft me vanmorgen gebeld’.
J is zijn broer.
‘Sinds wanneer zie je wazig dan? ‘.
Probeer ik nog eens.
Pap reageert een beetje kribbig: ‘Ach dat komt gewoon van al die medicijn en’.
Ik laat het erbij.

Mam is er weer bij.
‘Willen jullie nou half seizoen, heel seizoen of niets?’
Ik ben ondertussen het spoor volledig bijster geraakt wat de kampeerplannen voor volgend jaar betreft.
Is natuurlijk ook moeilijk voor ze nu.
Maar ik moet het toch een beetje zeker weten binnenkort.

Nog maar vijf weken geleden moest het hele spul stante pede op Marktplaats.
En daar heb je natuurlijk eerst mooie foto’s voor nodig, dus wij op naar Bakkum.
Aldaar bleek dat we misschien beter eerst even een sopje konden maken en de boel een beetje aanvegen voor we aan de fotoshoot begonnen.
Eenmaal weer thuis moest er natuurlijk een pakkende tekst onder de foto’s komen (ik) en de overige bijzonderheden opgesomd (Rem).
Kortom, we waren er een hele dag mee zoet geweest.
‘Moet er niks op de tent dan?’
vroeg pap, die wij telefonisch verslag uitbrachten.
De volgende dag hing er reclame aan de voortent.

We besluiten een optie voor volgend jaar te nemen.
‘Ja, want die .X.. zit te azen op mijn plekkie hoor!’
X is een kennis.
X zag ons nummer aan de voortent
X belde mij een week of wat terug.
‘Het nummer van mijn ouders geef ik u liever niet, maar ik zal vragen of hij u belt’.
Ze hebben X nooit gebeld.
‘Die zit alleen maar te azen.
Al jaaaaren!’

Ik beloof morgen even bij de receptie naar binnen te wippen.
We moeten er toch even heen om de koelkast te ontdooien en vast wat slaapzakken te halen.
Bovendien twijfelde ik over het dakraampje.
Stond dat nou wel of niet op een kier?

We nemen een borrel.
Behalve pap.
Die drinkt bijna nooit.
Hooguit eens een maltje.
Ik neem een rood wijntje, Rem een pilsje.
Kyl maait ondertussen het gras voor opa.

‘Wat een rotstofzuiger hè?’
begint mam opeens.
Pap zit op het toilet.
‘Je vader stofzuigt altijd.
Ik kan niet met dat rotding overweg’.
Ik ook niet.
‘Mam waarom koop je niet gewoon een nieuwe?’
Ze zucht.
‘Deze is nog van zijn moeder geweest, het is echt een rotding hè?’
vraagt ze me nog maar eens.
‘Bij de Blokker zagen we van die mooie compacte zwarte in het middenpad, weet je nog!’
Ze weet het nog.
‘Zullen we van de week nog even kijken samen?’

Daar is pap.
Hij doet het rolgordijn dicht en trekt zijn shirt uit.
O ja. De nieuwe pleister.
‘Goed aandrukken pap’
Pap zucht heel diep.
Nee, je hoeft niet te zuchten.
Ik duw mijn duim terug op de pleister.
‘Ook weer gebeurd’.

Kyl is klaar.
We bewonderen alledrie zijn werk.
Opa gelooft het wel.
‘ J. en A. gaan morgen op vakantie’
zegt mam die net op het toilet zat toen we het er eerder over hadden.
‘Wie?’
vraagt pap.
‘J. Je broer! ‘
Schreeuwt mam.
‘O ja?
Waarheen?’
‘Naar Toscane’ roepen we in koor.

Dan gaan we ‘maar weer eens’.
De soep moet nog gemaakt.
‘Wat, nu nog?’

Ik schrijf nog even in het schriftje dat ik woensdagochtend uit de nachtdienst kom, en dat ze dus Rem op zijn mobiel moet bellen als er wat is.

Vandaag, maandag 16 september:

‘Mam, met mij.
Denk je er nog even aan voor tienen te bellen met de oncologie verpleegkundige over dat waas zien’.
Mam antwoord dat ze ook een nummer heeft voor na tien uur.
‘Ja, dat weet ik, maar nu is het telefonisch spreekuur, weet je wel?’

Als ik een half uurtje later bel neemt pap op.
‘Hoezo bellen?
Nee hoor, met mij is niets aan de hand.
Nou ik moet nu naar het toilet.
Dag hoor’.

Tut tut tut.