Een dag als alle andere

‘Eens even kijken.
U bent bij de chirurg geweest’.
Mijn ouders kijken mij verward aan.
Ik corrigeer hem direct.
‘ Nee dokter, mijn vader heeft nu een ct- scan gehad, een MRI onderzoek en er is een longfoto gemaakt.
We komen voor de uitslagen.

Zijn tweede start is gelukkig stukken beter.
Hij pakt hem op aan het begin van het traject: de coloscopie.
‘Die uitslag weet u toch hè meneer?’
Pap knikt. ‘Ja, ik heb darmkanker.’
Vervolgens verteld de oncoloog waar de tumor zich exact bevindt en hoe groot hij is.
‘Maar dokter, even voor de duidelijkheid, de vorige dokter vertelde dat de tumor zich dertig cm van de anus bevond.
Zijn er dan twee tumoren?’
Ik had het haar notabene nog laten aanwijzen op een tekening aan de wand.
‘Zo ver als een A -viertje’.
Slordig.
Behoorlijk slordig vond ik.
‘Dat was een poliep
u heeft endeldarm kanker’.
‘Ik vond het al zo vreemd’, zei pap.

En dan nu over naar de uitslagen.
Gelaten laten we de informatie die tot ons komt doordringen.
Het is niet oké.
Het is slecht.
MRI was niet nodig geweest.
De longen zijn schoon
Maar
Uitzaaiingen in de lever.
‘Meent u dat nou dokter?’

Ik vraag weer mijn vragen.
Het lijkt of ik 120 % op scherp sta.
Alles moet ik onthouden.
‘Als u twintig jaar geleden hier bij me had gezeten had ik u de hand geschud, en afscheid genomen, maar heden ten dage….palliatief….blabla
‘Maar ik voel er niks van hoor dokter’.
‘Hoe groot zijn ze?’
EN OF we ze willen zien!
Zwarte plekjes.
De een wat groter, de ander wat kleiner.
Had ik ze maar geteld.
Waarom is dat nu opeens – nu ik weer thuis ben- zo belangrijk?

Woensdag over een week gaan we terug om het definitieve behandel plan te horen.
Zijn voorstel?
Eerst bestralen die tumor.
Zodat pap minder klachten heeft.
2 keer.
Of zo.
Daarna chemo.
‘Wie weet, zullen we in een later stadium – als de chemo heeft aangeslagen- van gedachten veranderen en de tumor in de endeldarm toch wel operatief weg willen halen’.

Babbeldebabbel.
Bla-die-bla
Wat kan ik dit goed.
De vragen van anderen stellen.
Getraind als ik ben met een zus die weken lang niet heeft kunnen praten.
Twee maanden lang
haar woorden verwoord.
Samen ‘Jip en Janken’.

Zal ik pap over zijn arm wrijven of barst hij dan in tranen uit?
Ik weet dat hij dat niet wil.
Ik doe het snel.
Vluchtig.
Daar zitten we.
En ik besef dat ik op mijn vader lijk.

Er komt nog veel meer aan de orde.
Wat allemaal nog aan de orde zal komen.
Het is goed zo.
Eerst bezinken die hap.
Panklaar maken
In stukjes
En brokjes
Zo gaan we het doen!

Heeft u nog vragen mevrouw?
‘Gaat hij dood?’
Arme mam.

‘Volgende keer moet je rechts van me zitten Nadda, ik kon je niet verstaan’.

Nog even bloedprikken.
Parkeerkaartje betalen,
De gastheer een goede middag wensen en dan stilletjes aan weer op weg naar huis.

Waar het gras wacht, en de was in de droger gaat.
Alsof het een dag als alle andere is.