Klusserdeklus

‘Rem, maak je nou niet zo druk om die keuken’.
We zitten in de auto.
Het is alweer twee uur geweest.
Zojuist hebben we tegeltjes voor de keuken gekocht.
En lijm
Een dimmer
Lampjes
Weet ik veel wat hij allemaal heeft gekocht.
En een ei- plafonnière
Met bling-bling
Want die hadden we nog niet.
Moest besteld worden.
Dat soort dingen dus.

‘Zo eerst maar eens even lunchen?’.
Morgen gaan we varen
hebben we zojuist besloten.
Het wordt prachtig weer.
Van ons huis naar de Amsterdamse grachten.
En weer terug.
De jongens gaan mee.

‘Laten we een lekker broodje halen.
Doe ik later wel de rest van de boodschappen’.
Uiteindelijk doen we ze allemaal.
We zijn er nu toch.

‘Ga je nou niet druk maken over de keuken hè, morgen’.
Ik zet de airco wat zachter.
‘Al duurt het nu wat langer, wat maakt dat uit?’
‘Oke.
Als je me
maar 1 ding belooft.’
‘En dat is?’

‘Als je me maar nooit opgeeft voor ‘Help mijn man is klusser’ of zo’.

Ik beloof het aan
mijn Robinson.

Advertenties

Een dag als alle andere

‘Eens even kijken.
U bent bij de chirurg geweest’.
Mijn ouders kijken mij verward aan.
Ik corrigeer hem direct.
‘ Nee dokter, mijn vader heeft nu een ct- scan gehad, een MRI onderzoek en er is een longfoto gemaakt.
We komen voor de uitslagen.

Zijn tweede start is gelukkig stukken beter.
Hij pakt hem op aan het begin van het traject: de coloscopie.
‘Die uitslag weet u toch hè meneer?’
Pap knikt. ‘Ja, ik heb darmkanker.’
Vervolgens verteld de oncoloog waar de tumor zich exact bevindt en hoe groot hij is.
‘Maar dokter, even voor de duidelijkheid, de vorige dokter vertelde dat de tumor zich dertig cm van de anus bevond.
Zijn er dan twee tumoren?’
Ik had het haar notabene nog laten aanwijzen op een tekening aan de wand.
‘Zo ver als een A -viertje’.
Slordig.
Behoorlijk slordig vond ik.
‘Dat was een poliep
u heeft endeldarm kanker’.
‘Ik vond het al zo vreemd’, zei pap.

En dan nu over naar de uitslagen.
Gelaten laten we de informatie die tot ons komt doordringen.
Het is niet oké.
Het is slecht.
MRI was niet nodig geweest.
De longen zijn schoon
Maar
Uitzaaiingen in de lever.
‘Meent u dat nou dokter?’

Ik vraag weer mijn vragen.
Het lijkt of ik 120 % op scherp sta.
Alles moet ik onthouden.
‘Als u twintig jaar geleden hier bij me had gezeten had ik u de hand geschud, en afscheid genomen, maar heden ten dage….palliatief….blabla
‘Maar ik voel er niks van hoor dokter’.
‘Hoe groot zijn ze?’
EN OF we ze willen zien!
Zwarte plekjes.
De een wat groter, de ander wat kleiner.
Had ik ze maar geteld.
Waarom is dat nu opeens – nu ik weer thuis ben- zo belangrijk?

Woensdag over een week gaan we terug om het definitieve behandel plan te horen.
Zijn voorstel?
Eerst bestralen die tumor.
Zodat pap minder klachten heeft.
2 keer.
Of zo.
Daarna chemo.
‘Wie weet, zullen we in een later stadium – als de chemo heeft aangeslagen- van gedachten veranderen en de tumor in de endeldarm toch wel operatief weg willen halen’.

Babbeldebabbel.
Bla-die-bla
Wat kan ik dit goed.
De vragen van anderen stellen.
Getraind als ik ben met een zus die weken lang niet heeft kunnen praten.
Twee maanden lang
haar woorden verwoord.
Samen ‘Jip en Janken’.

Zal ik pap over zijn arm wrijven of barst hij dan in tranen uit?
Ik weet dat hij dat niet wil.
Ik doe het snel.
Vluchtig.
Daar zitten we.
En ik besef dat ik op mijn vader lijk.

Er komt nog veel meer aan de orde.
Wat allemaal nog aan de orde zal komen.
Het is goed zo.
Eerst bezinken die hap.
Panklaar maken
In stukjes
En brokjes
Zo gaan we het doen!

Heeft u nog vragen mevrouw?
‘Gaat hij dood?’
Arme mam.

‘Volgende keer moet je rechts van me zitten Nadda, ik kon je niet verstaan’.

Nog even bloedprikken.
Parkeerkaartje betalen,
De gastheer een goede middag wensen en dan stilletjes aan weer op weg naar huis.

Waar het gras wacht, en de was in de droger gaat.
Alsof het een dag als alle andere is.

Beetje vertrouwen

Weer rond twee uur wakker geworden. Een diclofenacje genomen, bekertje melk, maar kan de slaap niet meer vatten.
Fb gecheckt, blogjes gelezen, nog maar een paracetamolletje genomen. Tja.
En dan?
Misschien maar lukraak wat schrijven?

De afgelopen dagen waren de jongens lekker op de camping.
Mijn zus kwam uiteindelijk ook, dus mijn neef heeft zijn moeder ook weer eens gezien.

Vandaag gaan de heren naar Walibi.
‘Mam, bel je me dan wel als je de uitslag weet?’
Hij is er zo door aangedaan.
De ziekte van mijn vader.
Allebei natuurlijk, maar Kyl is zo’n beetje tot het eind van groep 8 kind aan huis geweest bij mijn ouders.
Ze hebben zo vaak op hem gepast.
Neef woont 200 km verderop, en hoewel hij in bijna alle vakanties opa en oma wel ziet, is het toch anders.
Voor Kyl was oop natuurlijk ook de eerste vijf jaar de vader/man figuur in zijn leven.

Ja, 2day is the day.
Vanmiddag half twee krijgt mijn vader de uitslagen van de MRI, CT-scan en longfoto.
Ik hoop zo dat het meevalt.
Maar ik ben zo bang dat het tegenvalt.

Het is een rare vakantie zo.
Twee veel te jonge mensen (oa een neef van 46) gaan zomaar ineens dood.
Mijn zus wacht op een oproep voor een operatie. (Aneurysma in haar hoofd, ze heeft vijf jaar geleden een zwaar herseninfarct gehad).
En dan nog de zorgen om mijn moeder.

Gelukkig doen we ook leuke dingen.
Spreken weer eens af met oude vrienden.
We genieten natuurlijk ook enorm van het weer.
Als het heet is gaan we lekker varen, of naar het strand.
Is het ietsje minder?
Gaan we een klein stukje met de motor toeren.
En als het regent zitten ‘we’ met een boek op de veranda (ik) of gaan ‘we’ klussen (Rem).

De keuken is inmiddels ontdaan van zijn oude tegels. De muur kwam er op bepaalde gedeeltes slecht onder vandaan. Wat zeg ik?
Achter sommige stukken zat gewoon geen muur, daar kijk ik nu rechtstreeks de meterkast in.
We maken geen haast.
We hebben afgesproken ons zelf niet voorbij te rennen nu.
Als de keuken niet af komt SO WHAT?
Er komen vast nog genoeg regenachtige dagen in september en oktober.
En anders wel in november.
Kerst lijkt me een prachtig streven;-)
Ons nieuwe gasfornuis staat inmiddels in de woonkamer, en de nieuwe afzuigkap ligt pontificaal op tafel.
Wat zeg je?
Hum.
Tja.
Nu je het zo zegt.
Misschien wordt dat op den duur toch wel wat minder inderdaad.

Nou ja, komt vast wel goed allemaal.
Rem kan namelijk ‘Alles’.
Oké oké, behalve stuken dan.
Wat het natuurlijk direct een stukje lastiger maakt.
Ach.

Beetje vertrouwen houden in de zaak.
Zaken.

Gratis en voor niks

‘Gratis op te halen: rommelmarkt spulletjes
Wel alles meenemen’.
Zo luidde mijn advertentie.
Laat ik dan ook eens aardig zijn, dacht ik, in navolging van het gratis -drank-terras-in-de-polder vorige week.

Zojuist belde een mevrouw.
Zonder zich even voor te stellen.
‘Hallo’ had ze zeker al gezegd tegen Rem.
Op een toon die ik van mijn zoon niet tolereer blafte ze:
‘Wat heeft u voor rommelmarkt spulletjes’
Ik vertel haar dat het kleine spulletjes betreft die allemaal schoon en heel zijn, maar ook een sapcentrifuge, een Ajax klok, serviesgoed, ‘dat soort dingen, geen meubels’.
‘O…..Nou, ik bekijk het eerst wel als ik er ben’.
Er loopt een kriebel over mijn rug.
Wil ik dit wel?
‘Waar is het?’
De haartjes op mijn armen staan inmiddels recht overeind.
‘Wanneer wilt u komen?’
‘Waar is het?’
Is ze doof?
Ik herhaal mijn laatste vraag.
‘Ik vraag u waar het is!’
Mijn oren klapperen zowat van mijn hoofd.
De brutaliteit!
Wat denkt dat mens wel niet?
‘Mevrouw ik denk dat ik de spulletjes nog maar even hou’
Dan barst er een tirade los.
‘Nou ja zeg, biedt je gratis spullen aan en dan zit je te zeiken. K*****T**** op zeg! K******r!’

Ja ik weet het, mijn eigen schuld.
Naïef dom mens dat ik soms ben.
De risico’s van het vak;-)

Weet je wat?
Morgen haal ik, voor ik ga fietsen het kaartje weg.
En dan plak ik het gewoon op de eerste de beste koelkast die ik langs het fietspad tegen kom!

Beveiligde berichten

Graag wil ik blijven schrijven wat en waarover ik wil.
Niet alleen omdat het een uitlaatklep voor me is, ook fungeert dit blog voor mij als een soort van dagboek.

Maar natuurlijk is het niet fair naar betrokkenen toe om hun hele ziel en zaligheid op internet te publiceren.

Vandaar dat ik sommige berichten alleen met een wachtwoord toegankelijk maak voor de mensen die ik vertrouw, en die oprecht geïnteresseerd zijn in het wel en wee van mij en mijn familie.

Mocht je jezelf tot deze groep rekenen, schroom niet, en stuur me even een mailtje.

Liefs, Narda