Zusje zijn…

‘T kan toch raar lopen in het leven. Zo zou ik vandaag weer eens afspreken met oude vriendin Lins. Kreeg echter van de week al berichtje dat ze was opgenomen in het ziekenhuis. De planning werd aangepast, en  dus gingen we vanmiddag ipv vanmorgen de jongens ophalen van de camping bij opa en oma. Gelijk natuurlijk ff een bakkie doen, borreltje drinken en zuslief weer eens zien, gezellie! Nu moet u weten dat dat niet zomaar gezellie is, wel gezellie, dáár niet van, maar dàn gezellie met doorgaans een stressfactortje tien. En dan heb ik het alleen nog maar over de koffie. ..

‘Melluk?  maar je hebt toch alleen suiker in je koffie Nadda?’  (Nee pap, al jaren alleen melk). ‘Doe maar wat pap, het is goed’. Terwijl hij inschenkt morst hij een beetje. ‘NEE, Rem wil heus eerst koffie. Zwart ja, misschien straks een biertje, eerst koffie hoor!’ Dan prikt een wesp. In Zus haar hals.  ‘ K ben geloof ik allergisch…’ Rem slaat de wesp uit haar vlecht. Knijpt in haar nek. Zus staat op. Ja het doet pijn. Ik volg haar met argusogen. Mam heeft niets in de gaten. Wel van de koffiedruppels op de campingtafel. ‘Klaas, laat mij dat dan ook doen’.

‘Is er een dokter op de camping mam?” Mam veegt met nhaar doekje over tafel.  Het nummer hangt bij de toiletten, hoezo?’ Zus huilt. Ze heeft inmiddels een hele dikke nek en een dikke tong. ‘Fenna is gestolen door een wesp mam’.  Pap verstaat het niet. Rem vertaald in toontje bas, terwijl ik naar de toiletten loop om het telefoonnummer van de dienstdoende huisarts te achterhalen. Shit, Beverwijk. Dat is te ver.

‘Pap, wat is het nummer van de receptie hier?’ Kijk, dat heeft hij bij de hand. Daar kan ik van op aan. Mam veegt nog steeds met haar dweiltje wat imaginaire koffiedruppels van tafel terwijl ik al bel. ‘Is er een dokter dichter bij?’ Die is er niet, maar wel een EHBO. Rem staat al startklaar met de autosleutels van Pap.  Ik pak Zus haar medicijnen. En een spuugzak. Misselijk is ze. Haar lippen worden dik en blauw maar heus, het valt wel mee…Zegt ze.

Bij de receptie worden we opgevangen. ‘Bel 112’ zegt de Eerste hulp man direct. Ik bel. Zus spuugt. Rem parkeert. Een koude doek in haar nek. Bulten verschijnen er. En wallen, o-zo-blauw. Slikken gaat steeds moeizamer, maar nee, liggen hoeft nog niet. Dan arriveert de ambulance. Prik hier, prik daar, pilletje zus, pilletje zo. Zus komt inmiddels helemaal niet meer uit haar woorden. Rem is terug. Regelt. Ik hoor gelach ergens  ver weg op de achtergrond. Een andere wereld. Niet de onze. En ik ben bang.

Dikke tong, het ademen en slikken wordt nu echt moeilijk. Ik ga mee met de ambulance. En terwijl ik steeds achterom kijk, praat ik alsof er niets aan de hand is met de chauffeur over Lycurgus (mijn atletiekvereniging waar hij ook lid van is). Of ik zijn  vrouw ken? ‘Nee, misschien als ik haar gezicht zie?’ Ja, Kylian kent hij wel, een talent zonder ambities. Zijn zoon is een jaar ouder. Het zal me allemaal een worst wezen. Zus klappertand zie ik. Nog een prik, want de pil had ze weer uitgespuugd. Slaapt ze nou? Haar hoofd draait mee in alle bochten. Ze is in goede handen, komt allemaal goed…het komt allemaal goed…

Dan zijn we er. De arts staat al klaar met wat verpleegkundigen. Saturatiemeter, ecg, ctg. Zus klappert zowat uit haar velletje. Vier dekens, vijf! Voorverwarmd, wat een luxe. Na een half uur knapt Zus wat op. Lippen kleuren weer roze. Of ik lippenstift bij me heb. ( ja, wat dacht jij? First things First Sisss, ofcourse!) en terwijl zij onder haar vijf dekens ligt krijg ik een dejavu.

Vijf jaar terug. ICU na haar CVA. Ik streelde haar hoofd terwijl ze in coma lag. Hield haar hand vast. Urenlang. En maandenlang duurde het voor ze weer geluid kon maken. Mijn euforisch: “Je doet het nog!” Ons gelach van blijdschap  samen in de grote hal.

En nu zitten we daar weer. Ofwel, zij ligt, ik zit; wakend als een moederlijk over haar kuiken.Zus schudt nee waar ze een ja bedoelt. ‘Ze loopt wèl bij een specialist dokter, bij de neuroloog en de cardioloog’. De boze blikken van zus omdat ik mij er weer eens mee bemoei doen mij weer goed…opeens bedenk ik mij dat vriendin met wie-ik-eigenlijk-had-afgesproken-oök hier ligt.

Ik pak mijn mobiel en zie dat ze zojuist, nu, net, mij een berichtje stuurt. Toevallig! Rem arriveert met overlevingspakket speciaal op maat voor Zus: armbanden, stoere riem, I-pod. Ja hij kent zijn pappenheimers inmiddels;-)

Ik wip even langs bij vriendin op de vierde. Hebben we elkaar toch nog gezien vandaag. Nogmaals: het kan raar lopen in het leven…..

Wat ben ik blij dat ik daar was, juist vanmiddag. Had vriendin niet in het ziekenhuis belandt, hadden wij er vanmiddag niet geweest. Wat ben ik blij dat Rem mee was, terwijl hij eigenlijk de vaatwasser zou gaan repareren. Wat ben ik blij dat ik weer even een zus mocht zijn voor haar vandaag……

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s