Een dagje naar het strand

‘Een dagje naar het strand.’ Heere Heeresma. Lekker dun luchtig boekje dacht ik zo, anno ’82, maar ondertussen niet doorheen te komen, en als je nog niet depressief was, dan werd je het wel na het lezen van dit boek. Zou verboden moeten worden, in plaats van verplichte kost moeten zijn voor die tere puberzieltjes! Ik moest er aan denken toen we gister met onze stoeltjes, – manlief houdt nou eenmaal niet zo van zandkorreltjes tussen zijn tenen en – de hemel verhoedde het: tussen zijn brood- en ach, we hebben er nou eenmaal twee- , koelboxen vol fruit, komkommer, citroenlimonade, water, brood en bier, tassen met badlakens, reservebadlakens, luchtbedden, +pomp! zwembroeken -voor als de andere nat is, stel je voor!-factor 50, in tube ( voor hun) en spray ( voor mij) boeken, -Nou ja, van alles waarvan je op voorhand eigenlijk al weet dat je het een paar uur later ongebruikt weer op zijn plek zal leggen-het duin op puften. Het was al heel wat dat we daar liepen zo rond enen vond ik. Vraag me altijd af hoe het de andere mensen wel lukt om daarvoor het middaguur te arriveren. (Wij staan dan ook nooit in de file;-)
Vond het al een hele prestatie op zich om twee puberheren rond elven uit hun bed te krijgen…
‘ Waar wil je zitten?’ lief en ik hebben al jaren de stilzwijgende afspraak dat ik zeg waar ik heen wil, en hij uitstippelt hoe we daar vervolgens zullen komen. Dit overigens naar volle tevredenheid van beide partijen. Rechts lijkt mij iets rustiger (wat een understatement is) dan links, dus even later volg ik mijn zwaarbepakte mannen, met mijn slippertjes -lees, mijn vetgave aquablauwe Birkenstocks die ik jullie al eerder had geshowd Toen Mijn Camera Het Nog Deed- in mijn linker-en mijn zonnehoedje in mijn rechterhand. ‘ Hier?’ vraagt lief. Ik schud mijn hoofd. ‘ Daar dan?’ Dat lijkt me wel wat. Ik houd de spanning er nog heel even in, kijk quasi kritisch even rond voor ik een zuinig knikje geef. Zichtbaar opgelucht laten de mannen de bepakking in het zand vallen. Tijd om ons eens even lekker te installeren! En die taak neem ik altijd graag op me: Koelboxjes in ons midden, en kinders- lekker rustig- links van Rem, die daardoor automatisch de aangewezen persoon is hen de rest van de dag van drankjes en hapjes te voorzien;-) Hèhè , ik zit! ” Tatte Nadda???” Neef Aelon kan net als ik de letter R niet uitspreken, wat niet onze enige gemene deler is: ik denk dat we elkaar woensdag bij het opstijgen nog harder nodig zullen hebben als vorig jaar in de zweefmolen van Walibi! ” Mag ik die spray even?” Even later smeer ik twee tengere jongemannen ruggen en 1 waar die twee samen in passen alsof het een lieve lust is met de crèmeversie 50. Zo. Tijd voor mijn boek -wat de naam niet mag hebben- (Ook mijn hersentjes hebben vakantie ja! !!!) Rem deelt al brood en schenkt limonade. Het leven is weer even goed. Lekker als salami met kaas en extra dik boter! De jongens gaan zwemmen. Rem zit al verdiept in zijn boek. Pet op, bril op, zwembroek vergeten,en zijn voeten op de handdoek waar nog geen zandkorrel op valt te bespeuren, in tegenstelling tot die van mij. Eerste pagina. Zij: mooi lang blond haar, slank, elegant, groene ogen. Hij: lang, sensuele mond, grijze ogen, ravenzwart haar. Tuurlijk! Setting? Frankrijk, wijngaarden. Hij heer des kasteel ( het zal verdo…. eens de loodgieter zijn) en zij krijgt natuurlijk net een lekke band als ze voorbij sjeest. Fff zappen naar de volgende, volgende en volgende bladzijde. Kijk, nu begint het interessant te worden, nou we’re talking…”Mam?” Wreed wordt ik in een weergaloos spannende passage gestoord. Nu heeft Kylian daar altijd al een zeker talent voor gehad, maar dit terzijde. Rem regelt het al en ja, ze nemen voor mij ook een ijsje mee. Waar was ik gebleven? Ergens tussen de wijnranken- vol met sappige oogstklare druiven die op het punt van knappen staan, of zoiets…
Net als ik hem, haar en alles wat verder op knappen staat weer heb gevonden, besluit ‘ma Flodder de tweede’ dat de plek pal voor ons , uitermate geschikt is voor haar en haar look- à- like zonen, van pakweg elf, negen en zeven? Zonder blikken of blozen leggen ze hun handdoeken op tien centimeter afstand van de onze neer, terwijl tussen hen en de zee slechts een leeg strand is. De oudste begint gelijk de contouren van een gracht / kuil/ wat zal het worden? uit te tekenen in zo’n formaat dat de ruimte tussen hun handdoeken en de zee daar ook wel zal blijven. Floddertje probeert ondertussen haar solletje in het zand te prikken, zonder veel succes Rem helpt dit keer niet. Leest onverstoord door. Ha! Ijs! ” lekker jongens, dank julie wel”. Verbijsterd over zoveel brutaliteit voor ons kijken de jongens mij vragend aan. ‘laat maar’ , zeg ik zacht, en probeer mij weer in mijn boek te verdiepen, terwijl ik mij afvraag waarom het nou altijd dit soort mensen zijn die niet praten maar schreeuwen en hun kinderen tot kotsend toe hun kinderen vol proppen met ijs, chips, patat, snoep en cola en nooit ‘es zo’n jonge god zoals mijn boekje omschrijft, die dan ook vervolgens heus niet te beroerd is mijn rug nog wel een keertje extra voor de leuk leuk lekkerlang en teder in te smeren Nee, dit zal haar niet overkomen. Vier uur. Tijd voor een biertje dacht Rem zo. De jongens zijn ‘even een stukje lopen’ wat toevallig net in de richting ligt van een groep jonge meiden. Nu moet ik het Rem ook niet te gemakkelijk maken, dus na een kwartiertje oetelen met zijn aansteker – hè, wat stom, ben ik de opener vergeten?- neemt hij zijn eerste slok. Beetje bezigheidstherapie kan nooit kwaad in dit geval. Het blijkt toch een gracht te worden. Buurvrouw naast ons is haar bed al tien meter maar voor en naar rechts aan het verplaatsen. Ik weiger. Ik stoor me niet, nee ga niet opzij, ik ben nl. Zen in hoogsteigen persoon! En dus ga ik lezen. Me And my book, daar komt niemand meer tussen. Ha! Dat k#Tjoch zal het toch niet in zijn hoofd halen om hier naast mij zijn replica van de Deltawerken te laten eindigen?? Gezien de contouren van het verdere ontwerp is hij het wel van plan. Dit kan hij niet menen. Lief, doe iets, zeg wat, alsjeblieft?! Lief is meer Zen dan ik ooit zal kunnen zijn. Lief prutst weer wat met een aansteker en een dopje. Ik zal het zelf moeten opknappen. Ik pak mijn tas en plaats hem boven op het ontwerp. Ma Flodder kijkt me verstoord aan. Ik kijk – weinig zen- terug. Dan lokt ze ze naar haar toe met cola en chips. Deze slag was voor mij. Ha! Maar eens even zwemmen. Beetje afkoelen kan nooit kwaad.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s