Column in Droomland (Stuur je droom)

Er word geklopt. Voor mijn raam staat een man met een pet en een donkere zonnebril op. Nooit eerder gezien. Verwacht ook geen pakje van het één (lees: mijn favoriete postorderbedrijf) of het ander (Lees: motoronderdelen of iets van die strekking). Zie ook niet zo gauw een collectebus, kinderpostzegeltjes lijken onwaarschijnlijk en de map lees ik wel op mijn werk.
De glazenwasser heb ik vorige week nog drie weken achterstallig loon betaald, de schoorsteenvegers verwacht ik pas in het najaar en van de ziektewet-dokter heb ik al jaren niets meer vernomen.
DUS:
Vraag 1: Wat mot die vent?
Vraag 2: Doe ik open?
Dit alles schiet door mijn hoofd terwijl ik hem aanstaar. Brutaal grijnst hij een zilveren tandengrill bloot. Ook dat nog. Buurman was zojuist nog in zijn tuin de rozen aan het snoeien, mijn tuindeuren staan open.
Dus stel je niet aan. Doe open die deur.
‘Ja?’ Het komt er hooghartiger uit dan in mijn bedoeling ligt.
‘Ahhh, goedemiddag mevrouw. Ik dacht, ik ga het haar zeggen hoor. Ik zeg het ff weet je….Uw sleutels zitten nog in de voordeur….’
Nadat ik hem uitvoerig heb bedankt , staar ik hem na als hij zijn weg vervolgt. De ‘W’s van Willem’ lekken in rood wit blauw uit zijn koptelefoon. Verwondert kijk ik toe als ik ze stuk voor stuk zachtjes zie landen in zijn voetsporen op mijn stoep. in mijn straat, mijn dorp, mijn land.

Dit was geen droom, dit was echt, dit was vandaag, dit was 1 mei 2013.
Gister! Koninginnedag. Kroningsdag. Gister was een droom. Gister is de toon gezet. Voor u en door u.
De muziek, zo mooi gespeeld door het orkest op het Museumplein klinkt nog zachtjes na in mijn hoofd: ‘In naam van Oranje, doe open de poort…’
Ik hoop dat ik deze tonen nog lang, nog heel lang mag horen. En met mij iedereen. Ook in de Caribische gebieden van ons Koninkrijk. Nou ja, gewoon: Overal.
En dan voor pakweg zo’n 33 jaar?
Een mens moet natuurlijk niet meteen teveel noten op zijn zang willen hebben.
Hier, in Droomland.

Advertenties