The return of the Birthday granny’

Gistermiddag met Kyl even naar Zaandam geweest voor een nieuw paspoort voor hem.
Omdat hij alleen erkent is door mij moet ik daar bij aanwezig zijn in hoogst eigen persoon in levende lijve met een geldig paspoort, dat ik laatst toch echt nog in mijn handen had gehad…
Na een uurtje zoeken vond het Rem het niet in, maar achter de la.

Binnen 40 minuten stonden we gelukkig al weer voor het Gemeentehuis.
Daarna meteen even gekeken voor nieuwe werk-cq wandelschoenen en een nieuwe tas, want de tas die ik nu heb weegt 10 kilo of zo. Zonder inhoud.
Mijn hoge pumps moeten – met pijn in mijn hart- ook nog even in de kast blijven voorlopig.
En nu vragen jullie je natuurlijk bloed nieuwsgierig af: Wat doet dat mens dan toch voor 24/7 werk op die kei-gave krokodillenlook leren zwarte hoge pumps van d’r?
Even voor de duidelijkheid : ‘dat soort werk’ dus niet!

Dankzij Kyls ‘ Nee mam, DAT kun je Niet menen, kom mee…’ (Sleur),
‘Mam, (sisss) snel, weg hier, ik laat je Echt Niet op die oma schoenen lopen’…
‘Mam zwarte Adidassen Kunnen Echt Niet Meer’ …etc. loop ik er nu weer helemaal esthetisch verantwoord bij op grijze hoge -zo- licht- als- de- wind!- Timberlands.

Daarna snel nog even een vedergewicht tas gekocht van Kipling.
Voel me nu echt toegetreden tot de orde van sportieve zestigers.
Hoef alleen mijn ANWB pasje nog maar even in mijn tas te stoppen om het plaatje compleet te maken…

Het ietsie-pietsie schuldgevoel dat de hoek om kwam kijken heb ik vrij snel de kop in kunnen drukken. Doktersdevies luidt immers ‘bewegen!’
Daarnaast heb ik die schoenen en tas gewoon nodig, en heeft het al met al maar anderhalf uur geduurd, een hele
goede test -uiteraard met de nodige tapas en drankjes halverwege!
Maar, eerlijk is eerlijk: Het had het ook niet heel veel langer moeten duren.

De tas en de schoenen waren gelijk mijn cadeautjes voor mijn verjaardag vandaag.( Yep, 46 lentes jong).
Zou je denken: ‘Nou lekker gezellig, moest je kerel niet ff mee dan?’
Nee. Rem bleef lekker thuis.

Ten eerste draagt dit behoorlijk bij aan de winkel-feestvreugde, geloof me, en ten tweede heeft een of andere onverlaat laatst zijn motor omgegooid.
En na twee weken door te zagen over wel /dan niet repareren, wel / dan niet nieuwe motor, zo wel? / welke? hele dagen kan ‘ie er mee vol lullen, doodmoe word je ervan, had mijn lief uiteindelijk de weloverwogen beslissing genomen de scheur in de kuip etc. te repareren.
Kijk, zuinigheid met vlijt! Daar hou ik van!
En dan ga je niet lopen zaniken over mee-winkelen.
Toch?
Daarbij: de keukenvloer lag ook bezaaid met vaatwasser onderdelen…
Dat bedoel ik!

Wat bezield mensen toch af en toe hè?!
Zomaar een motor omgooien.
Het is dan wel gelukkig een oudje, maar toch.
We hebben er twee jaar geleden heel Frankrijk mee doorgereden.
Ik kan trouwens op een regenachtige dag het reisverslag wel eens uit typen hier.
(Ook zoiets waar je als normaal werkend mens nooit meer aan toe komt. Nou ja, ik tenminste niet).

De laatste dagen zette mijn herstel gelukkig wel een beetje door.
Gister rond zessen mijn oude vertrouwde hardlooprondje over de dijk op de fiets afgelegd.
Geen last meer van mijn zitbotje, wel wat van mijn linkerschouder/arm, die stomme handworteltjes, en een vliegje in mijn oog.

Weet je wat het is: Zolang je op de bank verhaaltjes uit je zere duim ligt te zuigen, word je er niet zo heel erg mee geconfronteerd.
Bedoel nu niet alleen de lichamelijke pijn maar gewoon, de oma’s die me onderweg inhalen met de fiets, en de joggende opa’s. Dan zitten mijn waterlanders hoog hoor.

Gister toch maar mooi ‘zaggiezan’ 5 km gefietst, en daar had ik twee weken terug echt niet van durven dromen.
Daarna een lekker biefstukje gebakken en na het eten sinds tijden weer eens lekker flauw op niets af gedaan met mijn al mijn mannen…
Bearding poging 1 plaats ik later wel..

Ja, oké, misschien wordt het tijd dat ik langzamerhand maar weer zo’n beetje aan het werk ga:
Volgende week mag ik beginnen met 2 keer 3 uur: I’m back!

Tijdelijk even tijdloos

Voor 5 april jl. werkte ik 32 uur per week, 24-7
Tel daar 9 uur reistijd per week bij op, en je begrijpt misschien dat ik weinig zin (en puf) had om mijn vrije uurtjes te besteden aan klusjes die toch een keer gedaan moesten worden: keukenkastjes soppen, vastgekoekte vogelpoepjes van de ramen krabben, de geveltuin fatsoeneren, of – doe ‘es gek: strijken.

Sinds 5 april ben ik ziek thuis en heb ik tijd.
Veel tijd.
Dat is raar.
Als je het jaren gedaan hebt met drie weken zomervakantie en een enkele week tussendoor.
Waarin ik dan altijd die kastjes, poepjes en strijk direct op dag 1 de mond snoerde.

Maar de poepjes moeten wachten. De geveltuin ook.
De keukenkastjes zijn tot verboden gebied verklaard, en de strijk heb ik zonder pardon de mond gesnoerd onder een zware sporttas en een slaapzak.

Dus:
Ineens is er tijd om maar eens al mijn schrijfseltjes samen te voegen op 1
plekje.
Tijd om de folders door te nemen, in plaats van weg te gooien.
Of bijvoorbeeld een ‘Nee-Nee’ sticker te bestellen voor op de brievenbus.

Tijd om eens een receptje van een ander te proberen.
En om die overschrijving naar de apotheek om de hoek eindelijk eens te regelen.
Tijd voor een kopje koffie bij een zieke tante.
Tijd om niets anders te hoeven doen dan kijken naar mijn man die de wanden schildert.
En die stomme vitrages even te wassen met een scheutje bleek, en te laten drogen door de zon en de wind.

Tijd om gewoon even stil te staan, te luisteren en even goed om me heen te kijken.
Tijd
om het ogenblik
gewoon even
te vangen.

Spek en bonen

Vandaag was het Rem zijn eerste vakantie dag.
En wat een prachtige dag was dat?
We hadden in februari besloten deze week vrij te nemen om de woonkamer op te knappen.
Even ‘ n snel update- je:
In maart hebben we al een stukje muur tussen de keuken en de woonkamer open gebroken, een teakhouten tafelblad op de kop getikt, dit bij de Gamma op maat laten zagen, er drie krukken bij gematched, et voila: Een bar!

Nu moet ik er bij zeggen dat we uiteraard vooraf bij de Gamma gevraagd hadden of het mogelijk was om hout te laten zagen wat niet daar gekocht was, en of we de vrachtwagen voor de deur of evt. achter bij het magazijn konden parkeren.
Geen enkel probleem. ‘Zet ‘um maar gewoon voor de deur’.
Het resterende hout hebben ze direct even in gelijke plankdelen gezaagd voor de keuken van de zomer.
Al met al kosste dat ons -incluisief tien euro fooi voor de zaagboy- dertien euro.
Dat zeg ik: Gamma!

Vanmorgen ging Rem dus lekker schilderen.
Ik baalde dat ik natuurlijk niet kon helpen, dus heb ik me maar met mijn hele ziel en zaligheid op de catering gestort.
Ook Synthia (onze nieuwe koffiedame) draaide overuren.

Maar ik heb natuurlijk ook weer ‘gesport’:
Vanmorgen in het zonnetje op de fiets medicijnen gehaald bij de apotheek in mijn oude woonplaats.
Vanmiddag een wat minder soepel ommetje gemaakt naar de Deka. Je vergeet altijd dat je ook weer terug moet he!?
Ik dacht vroeger trouwens altijd dat die bankjes van de Gemeente er altijd een beetje voor de kneut stonden.

Daarna nog even Chilli Con Carne gemaakt -lees: uitjes gebakken, gehakt geruld en daar spek,
bonen, chilisaus, paprika, tomaatje en ananas bijgemieterd-,
Bink gedoucht, OostIndische kers die ik vorige week zonder afzender op de mat vond (zo lief, wie o wie??) gezaaid, wat kiekjes geschoten en -last but certainly not least!- een klein zwart- wit katje uit de sloot geplukt dat er door Spook was in gejaagd. Zie actiefoto Spook hieronder.

Hij was helemaal in paniek, het arme beestje. Hij kon never nooit niet zelf de kant opkomen, want we zitten ongeveer 70 cm boven de waterlijn op een steiger van cement.
Ik gooide deed Rem zijn I pad neer netjes met zijn gatje naar het ritsje wijzend in zijn hoesje en legde hem voorzichtig en met beleid op de verandabar terwijl ik Rem en mijn buurman riep, maar niemand hoorde me.
Gelukkig kwam hij toen naar de kant zwemmen, anders had ik er in gemoeten, en daar wil ik niet eens aan denken ,Bah-Getverdikkies-Jek!

Eind goed, al goed op deze warme zonnige dag waarop ik voor mijn gevoel weer heel even mee mocht doen.
Hopelijk morgen weer.

Sweet sixteen

‘Is daar is mijn lieve ki-hind dan?’ Terwijl ik de vaatwasser leeg ruim komt Kyl de keuken om zijn lege bordje en beker te verruilen voor chips en ice thee.
‘Is daar mijn lieve mamaatje dan?” antwoord hij op het zelfde irritante zangerige zeur toontje dat we ons soms aanmeten als we slechts met ons tweetjes zijn.
‘Heeft ‘ie goed geleeheerd, mijn studiebohol?’ wordt beantwoord met: ‘Jaha, en wat heeft mijn kleine mamaatje dan gedahaan?’
Afijn, daar kon ik natuurlijk niet veel interessanters op antwoorden dan ‘Gewahandeld in het Pahark, en gefiehiets naar ‘de berg’.
Kyl schiet in de lach: ‘Wat kna-hap’!
Ik krijg een knuffel. Mijn kin kan inmiddels al niet meer op zijn schouder rusten.
‘Gaat mijn kind nog even le-heren?’ Dat gaat ‘ie. ‘Jaha, voor de laatste Ke-heer!’
Verdomd.
Morgen zijn laatste examen op het VMBO.
‘Je jo-hong volwassenehe gaat weer naar bo-hoven’.
Ik kijk hem na bij iedere stap.
Hij is er zo ontzettend klaar voor.
Ik slik wat weg en knipper wat.
En ik duidelijk nog zo ontzettend niet…

20130526-180508.jpg

Narda Goes Rocky Style!

Misschien handig om e.e.a. wat ik per dag gedaan heb aan beweging te noteren.
Is natuurlijk dan ook direct een stok achter de deur met al die volgers *hum* die mijn weg naar herstel vast *schraapt even haar keel* reuze interessant vinden en natuurlijk nauwlettend in de gaten houden. *Kuch*

In geval je denkt: ‘Gut, kan ze nou alleen maar bezig zijn met haar lijf?’ dan kan ik je gerust stellen:
Tussen de regels door lees ik ‘de Hartsvriendin’ van Heleen van Royen, wapper ik een beetje met een vochtig doekje in het luchtledige, lees dan weer eens een blogje, vouw és een paar handdoeken, dwaal wat rond op het www, schil drie aardappels, maan Kyl tot leren of check mijn FB.
Oké, ik moet toegeven dat mijn leven er inderdaad wel eens bruisender heeft uitgezien.

Maar:

De vooruitzichten zijn veelbelovend op sociaal gebied:
Morgen komt mijn vriendinnetje Karin langs.
Kylian heeft maandag nog 1 examen, en Remco is volgende week gezellig thuis aan het klussen vrij.
Kortom: De inspiratiebronnen zullen waarschijnlijk weer rijkelijk worden gevuld met lolliger zaken.

Maar goed, laat ik over gaan naar mijn prestaties *kuch-hum* tot dusver:
Dinsdag 21 mei:
Multivitamines 50+, glucosamine / Chondroitine en omega 3-6 capsules gekocht teneinde energie niveau wat op te krikken dan wel zeurende gewrichtjes te motiveren tot enige actie.
Snelle happen, chips, drop, chocola, en koek verbannen naar de achterste regionen van de vooraadkast.
Gemberbolletjes, verse ananas en Golden Delicious lachen me irritant zelfingenomen bemoedigend tegemoet zodra ik de koelkast open.
Bij de fysio heb ik 30 keer mijn armen zijwaarts gestrekt oefeningen voor mijn schouders gedaan.
Mag nog niet naar de sportschool van Niels, mijn fysio-anex-sporttherapeut.
‘Geduld -bla-die-bla-belastbaarheid bla-bla-eerst bij mij…’

Woensdag 22 mei:
Op de fiets boodschappen gedaan.
Beetje gezellig rond gestrompeld in de nieuwe Deka want daar was ik nog niet geweest.
Kyl moet trouwens mijn fietstassen er maar weer even er op zetten, maar dit terzijde.
Fietsen op zich ging best goed in de lichtste versnelling, alleen deed mijn linkerzit-botje een beetje zeer op de terugweg.
En daar waar mijn polsen overgaan in mijn handen.
En mijn rechterknie kraakte nogal een beetje, mijn fiets trouwens ook.
Geschatte afstand 600 meter.
Ach, alle begin…
Ach, krakende wagens…
Ach,…moet ik nog doorgaan?

Donderdag 23 mei:
Voor mijn allereerste wandeltocht had ik bedacht dat ik eerst een klein stukje door het park zou gaan, dan naar de apotheek op de Zuiderhoofdstraat, -daar kon oma ik dan mooi even uitrusten en nieuwe nachtcreme-kopen-met-kortingskaart, die zowaar nog lag op de plek waar ik dacht dat ‘ie lag.

Nu heb ik alleen maar de keuze uit schoenen met hakken, (a non-issue at the moment), mijn lange witte laarzen (beleef het ultieme Klein Duimpje gevoel) of mijn *bibber*Birkenstockjes.
Het alternatief: mijn Asics loopschoenen.
Kon ik natuurlijk niet met goed fatsoen mijn trenchcoat boven dragen.
Tenminste, niet als ik het risico wilde lopen halverwege mijn parcours van de straat te worden geplukt door de modepolitie.
Je kan niet voorzichtig genoeg zijn deze dagen.
Dus compleet over de top lekker sportief mijn trainingsjackje aangedaan, loodschort erover, Rocky-tune in de oren, en daar ging ik hoor!

Het zonnetje scheen.
Meestentijds wel aan de andere kant van de wolkjes, maar vooralsnog vond ik het een veelbelovend begin.
Nou had ik graag geschreven: ‘Ik zette er flink de pas in’, maar dat had lulkoek geweest natuurlijk.
Had ik er immers flink de pas in kunnen zetten dan had ik wel op mijn werk gezeten, niewaar?
Maar, in vergelijking met anderhalve week terug, kwam ik best aardig vooruit.
Was leuk trouwens, om weer eens even door het park te lopen.

Net toen ik het bijna het park uit liep (ongeveer 300 meter weegs), kreeg ik pijn in mijn rechterkuit. Geen kramp hoor, maar een spier op ’20 over’ zag er heen heil meer in.
Ik besloot mijn nachtcrème maar even te laten voor waar die was.
Mijn onderrug speelde ook een beetje op.
Bovendien was me op het hart gedrukt niets te forceren.
Au = stop!

Eenmaal op de Zuiderhoofd op weg naar huis kwam ik mezelf onverwachts tegen in een winkelruit.
Even stond ik oog in oog met mezelf.
Een vage afspiegeling van wie ik kortgeleden was geweest keek me geschrokken aan.

Dit ben ik. Hier moet ik het even mee doen.

Vervolgens pakte ik mezelf daar op,
en nam me met me mee…

20130523-141904.jpg

We bellen!

Hoi,
Gefeliciteerd met je verjaardag. Ik zal je in de loop van de dag even bellen.
Kunnen we even bijkletsen. Ja, wat een gedoe was dat, met die nek van mij.
Ik ben er mooi klaar mee.

Ik trok het gewoon niet om rechtop te zitten. Wist sowieso geen houding te vinden waar ik het langer dan een paar minuten in uit hield. Ken je dat ? Dat je niet lekker ligt? Meestal denk je daar niet eens over na. Ga je onbewust anders liggen. Maar nu kon ik dat niet eens zonder Remco of Kylian.
Die moesten dan mijn hoofd optillen, of meedraaien naar de kant waar ik op liggen wilde. En dan lag dat even later ook niet meer goed, maar bleef ik net zo lang liggen tot ik het niet meer uit hield en ik Rem maar weer riep.
Ging ik maar weer beetje langzaam een paar rondjes om de tafel ijsberen, en dan maar weer op de bank.
Ik kon niet eens alleen naar de wc, dat geloof je toch niet?

Die nacht belde Rem weer met de doktersdienst. Ik was na een uurtje slaap al
weer wakker geworden van de pijn. Ondanks de extra medicijnen. Ik was bang. Gelukkig mochten we langs komen. Het instappen en de rit waren een hel. Ik schaam me ervoor te bekennen dat ik zelfs af en toe bij een bobbel in de weg gegild heb. Niet normaal toch?

Op de eerste hulp werd ik gezien door de arts assistente Neurologie.
Waarom ze zo hard tegen me praatte was me een raadsel. Ik was niet doof. Alles begon me te irriteren. Lichtjes, hamertjes tik, armpje druk, bloed prikken en dan eindeloos wachten. ‘Het zit van binnen’, zei ik steeds, terwijl ik de zere plek aan wees, midden in mijn nek vlak onder mijn schedel.
Ze krabde over mijn voetzolen, maar het kietelde niet.
Nee, helaas, voorlopig mocht ik even niets tegen de pijn.

Om een uur of zes mochten we weer gaan. Ze wilde me ook wel opnemen, maar de medicatie zou thuis hetzelfde zijn als in het ziekenhuis, ‘Dus dan wilt u vast liever thuis zijn? Toch?! Morgen lekker in bad, goed warm houden, rode lamp, föhn er op, warm bad, beetje bewegen, recept voor andere medicatie -Ja, die gaat u ECHT helpen hoor- en het allerbeste ermee mevrouw’.

We waren direct doorgereden naar de nachtapotheek in de Peperstraat.
Ik had Rem, die in de laatste paar dagen/ nachten al zo’n beetje een warme band had opgebouwd met de nachtapothekersassistente, die pil zowat uit zijn handen gerukt. Wat nou water?

Op zondag was ik keurig op doktersadvies in een warm bad gaan zitten. Heel voorzichtig heeft Rem mijn haar een beetje gewassen, en gedroogd. Kylian heeft het even later ‘lekker warm’ droog geföhnd, maar het ging alleen maar meer pijn doen. De medicijnen hielpen helemaal niets.
Ijsberen, liggen, zitten. ‘Wil jij mijn hoofd vasthouden?’ Bij iedere kleine verkeerde beweging ging ik door de grond van de pijn.

‘Als het niet gaat wil ik nu wat doen Nar, ik ga niet nog een nacht op de Eerste hulp zitten’. Het was inmiddels zondagavond acht uur. Ik was aan het eind van mijn Latijn. Hoeveel rondjes nog om de tafel? Hoeveel dagen, nachten voor het beter zou gaan?Rem belde een ambulance.
Ik hoorde hem zeggen dat hij echt niet nog een keer met mij in de auto durfde te rijden, zolang niet duidelijk was wat er aan de hand was met mijn nek.

Wat was ik opgelucht toen ik Ron zag, de ambulance chauffeur. Ik ken hem al zolang ik in het ziekenhuis werk, al met al 23 jaar.
‘Noh wijfie, ben jij dat? Ik herkende je niet eens. Jij gaat lekker met ons mee’.
Dat ik nog eens zo gelukkig zou zijn om hem te zien. Ik kreeg eerst morfine. Daarna gingen we pas rijden. Mijn mannen waren me vooruitgesneld.

Zelfde eerste hulp. Zelfde dokter. Zelfde onderzoeken, maar nu wel gevolgd door een opname. Rem en Kylian gingen naar huis. Wat waren ze lief en zorgzaam voor me geweest, mijn mannen.

De verpleegster van de afdeling gaf me een prik van het een of het ander in mijn been en had mijn hoofd vast gehouden terwijl ik ging liggen. Ik wilde stil zijn voor mijn kamergenoten, maar dat lukte gewoon niet. Al na een paar minuten belde ik. Gelukkig had ze die bij mijn hand gelegd.
Ze kwam meteen. Hielp me weer met mijn hoofd met verliggen.
‘Zal ik het bedlampje voor je aanlaten?’ Ik kon onmogelijk blijven liggen.
‘Zal ik je anders even naar de koffie kamer brengen?’ Ze was zo lief voor me.
‘Wat heb je een pijn hè?’
Na een tijdje – geen idee hoe lang ik daar gezeten heb- begon de kamer een beetje te draaien. Ze bracht me terug naar bed en zei dat ze ervoor zou zorgen dat de dokter die morgen als eerste bij mij langs zou komen. .

Kan me inderdaad herinneren dat de dokters de volgende dag geweest waren, maar niets van wat er gezegd was. Die dag was Kylian jarig. Hij werd zestien. En ik lag in het ziekenhuis.Ik werd over geplaatst naar afdeling Gynaecologie. Ik kan me van die dag niet zo veel herinneren. Wel dat ik een lieve buurvrouw had die mij met veel dingetjes hielp.

De volgende middag, 9 april, is er een foto gemaakt van mijn nek. Rond een uur of zes ’s avonds kwamen de dokters. Nee, op de foto was niet veel te zien.
CRP was 99, en BSE 48. Uit deze bloeduitslagen bleek wel dat er iets van een ontsteking in mijn lijf zat. Maar waar? Ze hadden geen flauw benul.
De pijn die ik binnen in mijn nek gevoeld had de afgelopen dagen, was exact dezelfde pijn geweest die ik gevoeld had toen mijn polsgewricht twee jaar geleden ontstoken was geweest. Alleen -door de locatie- was de pijn dit keer nog veel gemener geweest.

Ik mocht naar huis, of blijven, maar dan zou ik overgeplaatst worden naar de afdeling Neurologie. De pijn was goed te verdragen nu, ik had zelfs even gedoucht, dus ik ging liever naar huis.

En terwijl het thuis de dagen daarna met mijn nek steeds beter ging, kreeg ik nu andere lichamelijke klachten. Vaak werd ik rond een uur of vier, vijf ’s morgens verrast met weer een nieuw pijntje.

Soms was het een felle pijn, soms op de achtergrond zeurend als groeipijn, dan weer eens stekend, en dan weer brandend. Op mijn rechterheup liggen is soms gewoon geen optie. Blijft over mijn zere linkerschouder c.q. bovenarm of plat op mijn rug. Nee, op mijn buik gaat niet vanwege mijn nek.
Een keer werd ik wakker met een spierpijn in mijn rechterhand alsof ik uren lang met mijn snoeischaar veel te dikke takken had doorgeknipt.
Af en toe krijg ik een steek alsof iemand een naald in me zet.
Dan weer in een teen, dan weer in een van mijn polsen, vingers, duimen of ellenbogen.

Mijn lijf voelt stijf beurs, pijnlijk en gekneusd, alsof er een vrachtwagen over me heen gereden is. Als je je dat gevoel een beetje kunt voorstellen, en je denkt er nog even bij dat je dag en nacht een loodschort draagt, begint het er op te lijken. Om het plaatje compleet te maken kun je bovendien het gevoel oproepen dat je kunt hebben als je vijf uur op een hard bedje onder een
snikhete brandende zon hebt gelegen zonder water. Beter dan dit kan ik het denk ik niet omschrijven.

Ja, ik ben inderdaad chagrijnig.
En hartstikke moe, ook al doe ik nagenoeg niets anders dan bijna de hele dag liggen.

Ja, je hebt gelijk. Af en toe belde je.
‘Veel sterkte en ‘kassie an’ hoor’.

Op een zaterdagochtend in mei kwamen jullie langs
Een snelle knuffel.

Nee, jullie wilden geen koffie. ‘Mooie bar Rem, goed gedaan.’
‘Even zitten dan? ‘
Geen tijd.
‘Echt niet even een bakkie?’
Nee echt niet.

Een week later stond je op mijn antwoordapparaat.
‘Hoe gaat het er mee, sterkte hoor.’

Ik heb je niet terug gebeld.
Ik dacht dat je vast wel een keer langs als je mijn diagnose wilde weten:
Polyartrose. Dat is het ja.
Soort slijtage, maar dan een beetje te vroeg zeg maar. Had erger gekund.
En die pijnen aan mijn spieren en pezen horen er nu even allemaal bij ja. De prognose? Waarschijnlijk zal het in de loop der jaren alleen maar pijnlijker worden, naarmate er meer kraakbeen verdwijnt of veranderd van structuur.
Maar dat hoeft niet perse hoor, het kan ook jaren hetzelfde blijven.
Het behandelplan ? Weer die ***diclofenac en zodra ik weer een beetje uit de voeten kan moet ik vooral veel gaan bewegen om dat kraakbeen in conditie te houden.
Eerst wandelen en simpele oefeningen, en over een tijdje misschien zwemmen, fietsen,
beetje droog roeien. Hardlopen? Voorlopig niet, maar wie weet?
Het komt wel goed.

Binnenkort ben ik vast gewoon weer de oude…

Mindfulness

Ik eet witbrood met dik boter en aardbeien in de tuin.
Het doet me denken aan lang vervlogen zomers op de boerderij waar onze twee vriendinnetjes woonden. We bouwden hutten van sloophout, brouwden soep van brandnetels, maakten shampoo van fluitekruit, vlochten kettingen van de madeliefjes in de wei tussen de paarden, speelden met de jonge poesjes op de hooizolder, en peddelden of zwommen tussen de vissen en de eenden in de naastgelegen Vaart.

’s Morgens hoorden we hoe in het kleine schuurtje een kip geslacht werd voor de soep die we dan een paar uurtjes later met de lunch aten aan de grote boerentafel met de boer, de boerin, broer Henk, onze vriendinnetjes en de twee knechten. Vla kwam daarna nog gewoon uit de fles met een flessenlikker en belandde zonder pardon bovenop het bodempje soep dat je nog had laten staan. Daar deed niemand moeilijk over. De ‘aardbeien-toe’ plukten we gewoon van een veld verderop. Na de afwas!

We deden wat we wilden. We hadden geen horloge. Geen plan vooraf. Soms, als de knecht klaar was met zijn werk, trok hij ‘onze’ auto (wrak) over het erf met de tractor. Soms staarden we enkel op onze ruggen in het gras naar de wolken, dan weer verkochten we melk van de koe aan de campinggasten verderop, of maakten gitaren van karton terwijl we luisterden naar Spooky and Sue. In het kleine zijkamertje naast de keuken in het achterhuis stonden twee half-vergane bankstellen en een oude zwart-wit TV.
Op zaterdag keken we daar naar Zorro. Met de broer, en de knechten. En de zusjes. Samen met de kittens. We deden maar wat. Maar wat waren we gelukkig op die eindeloze zomerse dagen.

Mindfulness zeg je?
Van dat woord hadden we nooit gehoord.
Vraag me af of het woord toen überhaupt bestond.

De aardbeien zijn trouwens ook allang niet meer wat ze geweest zijn…

582818_438961266137191_1410919867_n[1]

Zwoele zomernacht

Poes Noes heeft een vriend. Ik vermoedde het al een tijdje maar sinds vanavond weet ik het zeker: Het Is Dik An!
Vanavond kwamen ze me samen tegemoet rennen toen ik na mijn avonddienst mijn auto inparkeerde, en gezamenlijk begeleiden ze mij naar de voordeur, waar ik Bram dan al pal achter weet.
Jawel, ik heb een zeer enthousiast en onvermoeibaar welkomstcomité!

Maar goed, de prille liefde moest natuurlijk gevierd worden. Daar was ik het wel mee eens. Een schoteltje met water aangelengde melk en wat brokjes leken mij hiervoor wel gepast. Eigenlijk niet goed voor ze die melk, ik weet het, maar hey, wees eerlijk, Champie is ook niet echt gezond, of wel?
Niet zeuren dus.
En ach, het was zo ontroerend lief om te zien hoe hij als een echte een heer betaamd eerst Noes haar buikje rond liet drinken. Daarna deed zij een paar stapjes terug, keek hem verleidelijk met haar scheve koppie aan, en liet hem de rest opdrinken.

Bram en Spook bekeken het tafereel met stijgende verbazing en dikke staarten aan vanachter het keukenraam.
Hoe durfde ik een vreemde vent zijn avances aan te moedigen (Blaas)? De brutaliteit van die kerel (Mooauw)! En nee, ze mochten niet naar buiten om die nozem mores te leren nee. Zo flauw van mij.
En dus gooit Spook nu uit pure frustratie en woede alle spullen van de tafel en is Bram is pisnijdig op en neer aan het stampen op de trap, terwijl ik dit stukje tik.

Ze heeft een vriend. Soooo romanties! Ik heb ff snel een kiek van hem gemaakt. Is ‘ie niet stoer? Kijk hem zitten dan op die motor.
Als je goed luistert kun je hem zelfs horen zingen: “Spring maar achterop bij mij’

Ik draaf weer een beetje door, ik weet het, ik weet het.
Truste!
,539703_434295246603793_3115876_n[1]

Beste dief,

Zoals ik je al eerder op mijn fb heb laten weten gaan we binnenkort op vakantie. Ik zal het uiteraard zeer op prijs stellen als je ons huisje overslaat, maar in geval je je niet zult kunnen beheersen zou je je dan vooral op onze PC willen richten? Ja, ik weet het, het duurt even een half uurtje voor hij is opgestart en de verbinding met UPC komt vaker niet dan wel tot stand, maar op de zwarte markt zal hij je vast nog wel wat opleveren.

Sieraden hoef je trouwens niet naar op zoek, ik ga namelijk graag zelf als kerstboom door het leven.
De TV blijft een beetje lastig instellen, maar misschien ben jij daar handiger in als wij?

Verder ligt onze cd collectie in de kisttafel. Moet je wel ff sopje maken want er is laatst weer een beker chocomelk omgevallen en om heel eerlijk te zijn heb ik de schade nog niet durven bekijken.
Als je er toch bent, wees een schat en geef de katten een dikke knuffel van me wil je?

In het legkasten liggen trouwens vast een paar kakelverse eitjes (check dan gelijk even of de kippen nog vers water hebben) schroom niet om een paar
eitjes te bakken hoor, koekenpan vind je in het linkerkeukenkastje.
Misschien daarna nog even tijd om de uitgebloeide roosjes even weg te knippen? Tot na het eerste vijfblad, maar dat weet je vast!

Alvast heel erg bedankt dief. Ga je zelf ook nog weg?
In dat geval veel plezier dan vast, en vergeet niet:
Armoede is a State of Mind!

P.s. Laat je nog even op voorhand weten wat je mee gaat nemen? Kan ik vast de bonnen bij elkaar zoeken voor de verzekering.

Vriendelijke groet, Narda

paasbrunch

‘Wat vieren we eigenlijk?’ Kyl. Tijdens onze paasbrunch. ‘We vieren dat Jezus is gekruisigd’, antwoord Rem. Ik zit er gelijk bovenop. ‘Welnee, hoe kom je daar nou weer bij? Dat is toch niet iets om te vieren?’ Rem tikt wat onnozel zijn eitje kapot met de bolle kant van het theelepeltje van Kyl. ‘Nee hoor Kyl, Jezus was verraden op witte donderdag door Judas. En eigenlijk wilde Pontius Pilatus hem niet eens ter dood veroordelen…’.
Bram is de enige die naar me lijkt te luisteren, met zijn ene oog op mij, en zijn andere op de zalm gericht. ‘Wie mam, Hocus Pocus?’Hahaha. Mijn mannen hebben de grootste onderbroekenlol. Ik zucht en vervolg: ‘Pilatus’ dacht slim te zijn door het volk de keuze te geven tussen een moordenaar en Jezus’. Spook springt nu ook op tafel, net buiten bereik van Remco. ‘O ja, professor Barabas. Toch mam?’
Misschien was een katholieke basisschool toch niet zo’n slecht idee geweest. Tegen beter weten vervolg ik mijn verhaal. ‘Maar ze kozen voor Jezus en dus werd hij op Goede Vrijdag gekruisigd. En op eerste Paasdag verrees hij uit zijn graf’. Korter kan ik het niet samenvatten. Hopelijk onthoudt hij het nu eens.
‘Maar wat deed hij nou eigenlijk op Zwarte Zaterdag mam?’
Inkoppertje voor Rem, ik kan er op wachten.
‘Toen stond ‘ie natuurlijk in de file in Frankrijk”.
Ze liggen samen dubbel van het lachen.
Bram ziet zijn kans schoon en gapt watervlug een stukje zalm.
De Paus zegt ‘Urbi et Orbi’.
Mijn thee is koud geworden.
Mijn ei ook.

Waarom trap ik er nou ieder jaar toch weer in?